Volledig scherm
© Thinkstock

Zeeuwse kinderen kunnen prima rekenen

VLISSINGEN - Zeeuwse kinderen kunnen best goed rekenen. Sterker nog, ze behoren tot de top. We moeten alleen de Friezen voorlaten. Dat blijkt uit cijfers over de rekentoets.

Een op de veertien achtstegroepers (ruim 7 procent) kan aan het eind van het schooljaar niet goed genoeg rekenen om mee te komen op de middelbare school. Zij hebben bijvoorbeeld moeite met hoofdrekenen, werken met breuken en decimalen of met berekeningen als vermenigvuldigen en delen. Dat blijkt uit cijfers van DUO over het schooljaar 2016/2017, het meest recente jaar waarover deze gegevens beschikbaar zijn. In Zeeland haalt 6 procent van de achtstegroepers niet het gewenste niveau. Daarmee presteren de Zeeuwse scholieren zeer goed; onze provincie deelt een tweede plaats met Noord-Brabant. Alleen in Friesland scoren scholieren nog beter (5,9 haalt het niveau niet). De provincies Flevoland en Groningen brengen het er met beiden 8,1 procent het slechtst vanaf.

Het aantal aanstaande brugklassers met een rekenachterstand daalde ten opzichte van het jaar daarvoor: in het schooljaar 2015/16 haalde landelijk gezien zo'n dertien procent het zogenaamde 'fundamentele' niveau tijdens de Centrale Eindtoets niet. Een jaar later was dat nog zo'n zeven procent. In Zeeland was dat vorig jaar 11,4 procent. Dat cijfer is dus bijna gehalveerd.

Het fundamentele niveau geeft aan dat kinderen een bepaald vak, in dit geval rekenen, goed genoeg beheersen om door te stromen naar de middelbare school. Zeker 12.000 leerlingen scoorden op rekengebied wat dat betreft onvoldoende.

In principe moeten alle kinderen aan het einde van de basisschool een Centrale Eindtoets maken. Alleen voor leerlingen die moeilijk lerend zijn of pas korte tijd in Nederland wonen, wordt een uitzondering gemaakt en ook voor het speciaal basisonderwijs is deze toets niet verplicht. 

PZC gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement