Aan boord van een Britse mijnenveger op de Westerschelde, 1944-1945, in het midden staat de uit Vlissingen afkomstige loods P.G.L. Elias.
Volledig scherm
PREMIUM
Aan boord van een Britse mijnenveger op de Westerschelde, 1944-1945, in het midden staat de uit Vlissingen afkomstige loods P.G.L. Elias. © Imperial War Museum Londen, collectie Cor Heijkoop

Westerschelde lag vol mijnen eind WOII: 237 in één maand geruimd

De haven van Antwerpen was in de Tweede Wereldoorlog cruciaal voor de bevoorrading van de geallieerde troepen. Cor Heijkoop vertelt in zijn nieuwe boek Zeeslagveld Schelde hoe moeilijk het was om de Westerschelde veilig te houden.

Het einde van de Tweede Wereldoorlog bracht vuurwerk in Zeeland. Havenstad Antwerpen viel tot veler verbazing al op 4 september 1944 vrijwel ongeschonden in geallieerde handen. Zeeuws-Vlaanderen en Walcheren werden in de daaropvolgende natte en koude herfst na zware gevechten bevrijd. Op het gehavende land keerde daarmee de rust terug, de Slag om de Schelde was gewonnen. Op zee was de oorlog echter verre van gestreden. De vaarweg naar Antwerpen, de belangrijkste haven voor de bevoorrading van de geallieerde troepen, moest mijnenvrij worden gemaakt. En gehouden. Dat laatste was tot mei 1945 bepaald geen sinecure.