Volledig scherm
PREMIUM
De brandweerfamilie Wilderom: Leo, Koen, Jasper en Jan. Op de voorgrond Bas met zijn achterkleinzoon Menno. © Marcelle Davidse

Strengere regels veroorzaken ware lintjesregen bij Zeeuwse brandweer; ‘Als de pieper ging, vlógen ze over tafel’

KAMPERLAND - Op verjaardagen ging het altijd over de brandweer en wanneer de pieper in huize Wilderom ging, vlógen de mannen gewoon over tafel. ,,Het is een besmettelijke ziekte”, lacht Jo Wilderom. Haar man Bas (86) kreeg al jaren geleden een koninklijke onderscheiding. Nu hebben ook haar zoons Jan en Leo, net als twaalf andere Zeeuwse brandweerlieden, een lintje gekregen voor hun jaren lange inzet als vrijwillig brandweerman.

De plotselinge lintjesregen is geen toeval. Vlak voor nieuwe, strengere regels van kracht zijn geworden zijn veel vrijwillige brandweerlieden met minimaal twintig dienstjaren voorgedragen voor een onderscheiding. Tot vorig jaar kwam iedere vrijwillige brandweerman of -vrouw na twintig jaar dienst in aanmerking voor een lintje. Maar de regels zijn veranderd. Vanaf dit jaar moet hij of zij een speciale daad hebben verricht of -net al bij andere koninklijke onderscheidingen- voor meerdere organisaties vrijwilligerswerk hebben verricht. 

Bij de familie Wilderom is het brandweervirus al jaren geleden overgeslagen op de derde generatie. Koen, de zoon van Leo, is ook vrijwilliger in Kamperland. Jasper, de zoon van Jan, is actief bij de post in Serooskerke (W). En het moet wel heel gek lopen als over een jaar of vijftien zich geen vierde generatie Wilderom als vrijwillig spuitgast aandient. Menno van bijna drie jaar is namelijk gék op alles wat met de brandweer te maken heeft. Hij liep dan ook vrijdagavond trots in zijn brandweerpak aan de hand van zijn vader Jasper door de kazerne in Kamperland.