Volledig scherm
© Joost Hoving

Schaatsen

Gáááp. Schaatsen. Het ganse land loopt de polonaise omdat we weer een paar medailles hebben gewonnen. Erben Wennemars roeptoetert dat het allemaal reuzespannend en reuze knap is. Maar phoeh, geen saaiere sport om naar te kijken dan dat geschaats.

De Engelse voetballer Gary Linneker zei ooit: ‘Voetbal is een eenvoudig spel: 22 mannen lopen gedurende 90 minuten achter een bal en op het einde winnen de Duitsers’. Zo is het met dat schaatsen ook. Hijs een Nederlander in zo’n door wetenschappers ontwikkeld windtunnelpakje, bind hem een paar klapschaatsen onder en hoera: weer een medaille. Nog voordat het startschot is gelost, staat al vast wie er als eerste finisht. Een enkele keer mag een Japanner, een Amerikaan of desnoods een Rus winnen. Dat is uit beleefdheid én om de schijn op te houden - dan kan Erben Wennemars blijven tetteren dat het er in de schaatserij zo boeiend aan toe gaat.

Quote

Ze droegen door hun moeders gebreide slobber­trui­en

Ik ben nog uit de tijd van Ard en Keessie. Stoere kerels die de scheuren in het ijs schaatsten. Ze droegen door hun moeders gebreide slobbertruien en zo’n mutsje waarmee Reinier Paping de Elfstedentocht van ’63 won. We zaten de hele dag voor de zwart-wit-tv, hielden de tijden en standen nauwgezet bij. We veegden een traantje van ontroering weg als Keessie bij het beklimmen van het erepodium de bontmuts van zijn overleden moedertje opzette. We zongen ‘heya, heya’ en veerden juichend op als Ard en/of Keessie de 10.000 meter in vijftien minuten wisten af te leggen - een slakkengangetje in vergelijking met de tijden van nu, maar leuker en spannender was het wel. Toen werd er alleen geschaatst als het stevig had gevroren, nu kun je vrijwel elk weekeinde Erben Wennemars enthousiast horen schetteren over weer een onbeduidend schaatstoernooitje ergens op een kunstijsbaan.

Vandaag te Pyeongchang de 10 kilometer.

Gáááp.

PZC gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement