Volledig scherm
Het bakkersechtpaar. © Ruben Oreel

Libanese bakker gefrustreerd: Wij zijn ondernemers, geen vluchtelingen!

VLISSINGEN - Zijn broodfabriek in Vlissingen is klaar voor productie, drie ton heeft de Libanese bakker Ibrahim el Yamani geïnvesteerd. Maar na een jaar zijn alle procedures nog niet rond. El Yamani zit op zwart zaad en is de wanhoop nabij.

"Moeten we de koning bellen?’’ Het Libanese echtpaar Ibrahim en Rania El Yamani is ten einde raad. In de loods op het Vlissingse bedrijventerrein Vlissingen staat een complete baklijn, klaar voor productie. Maar er mogen nog geen platte broodjes (khibiz) van de band lopen. Ze moeten wachten op beslissingen van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), maar dreigen onderwijl failliet te gaan.

"We hebben al proefgedraaid. Dat eiste de IND, wilden we worden beschouwd als erkend referent, zeg maar een betrouwbare onderneming. Ze wilden met eigen ogen zien dat wij geen economische vluchtelingen zijn. Dus hebben we een complete baklijn van Libanon naar Vlissingen verscheept en hier opgebouwd. ’’

Verblijfsvergunning aangevraagd
Doordat het businessplan moest worden aangescherpt, kreeg 'Cedars of Lebanon', zoals de bakkerij gaat heten, pas in oktober het benodigde erkend referentschap. In november werden de verblijfsvergunningen voor twee kennismigranten aangevraagd.

Dat zijn twee Libanese, in khibiz gespecialiseerde werknemers van El Yamani, die hij nodig heeft om de bakkerij te runnen. Voor Ibrahims zoon Abdellah, die de bakkerij mede zal leiden, is 17 december een verblijfsvergunning aangevraagd. Ibrahim is van plan dat pas in januari voor zichzelf te doen. "Ik heb nu een doorlopend visum om heen en weer te reizen tussen Libanon en Zeeland.’’

'Geen levensbedreigende situatie'
Het bijna platzakke Libanese stel heeft nu als de wiedeweerga vakkundig personeel nodig in Vlissingen. Ze hopen dat de IND begrip toont voor hun situatie. De aanvragen voor de twee kennismigranten liggen inmiddels voor advies bij het UWV, laat een woordvoerder van de IND weten.

De verblijfsvergunning voor Abdellah is nog maar net in. Een spoedbehandeling zit er niet in. "Dat doet we alleen als er sprake is van een levensbedreigende situatie. Dat is hier niet aan de hand.’’

Een jaar geleden was er nog een glimlach. De Libanese ondernemer, die familie heeft in Zeeland, zag brood in een vestiging in Nederland. Hij wilde in zekere zin het spoor van de vluchtelingenstroom uit het Midden-Oosten volgen. Zijn (potentiële) klanten wonen straks voor een groot deel in Europa. Zo leidt het vluchtelingenprobleem weer tot nieuwe business in Zeeland, was de gedachte.

Lege portemonnee
Nu zitten ze met een bakkerij die niet mag draaien én een lege portemonnee. Rania el Yamani vindt de situatie oneerlijk. "Syrische vluchtelingen hebben hun verblijfsvergunning vaak binnen een half jaar binnen. Invest heeft ons voorgespiegeld dat het bij ons nog sneller zou gaan. We dachten: dit is een kans. Nu zijn we zwaar teleurgesteld.’’

Matthieu Pasquier van Invest in Zeeland zegt dat er alles aan is gedaan om de Libanese investeerders op het goede spoor te zetten. "Jammer dat het erkend referentschap zo lang op zich liet wachten. Ik begrijp hun probleem heel goed, alleen hebben wij geen invloed op procedures.’’