Volledig scherm
De heuvels van Garrafâo, waar een groep Zeeuwse landverhuizers heentrok nadat Holanda was getroffen door rampspoed. foto's Monique Schoutsen

Het Zeeuws in Brazilië is bijna dood

Zeeuws dialect in de tropen! In de Braziliaanse deelstaat Espirito Santo, waar halverwege de negentiende eeuw honderden Zeeuwen naar emigreerden, is het nog te horen. Hoe lang nog?

In 2008 verscheen het boek Op een dag zullen ze ons vinden, Een Zeeuwse geschiedenis in Brazilië van Ton Roos en Margje Eshuis.

Dit echtpaar kwam in 1975 als missionair werkers terecht in Espirito Santo. Ze kwamen in dit 'Siberië van Brazilië' in contact met nazaten van een toen nog zo goed als vergeten emigrantengroep. Het boek van het zendingsechtpaar gaf een overzicht van de Zeeuwse emigratie naar Brazilië en werd onder de titel Os Capixabas Holandeses in het Braziliaans vertaald en onder de nazaten verspreid.

Boekvorm

Haast onvoorstelbaar dat het ruim anderhalve eeuw duurde voordat deze geschiedenis, die van invloed was op duizenden levens in Zeeland en Brazilië, in boekvorm verscheen. Ruim zevenhonderd Zeeuwen uit Zeeuws- Vlaanderen, Schouwen-Duiveland en Zuid-Beveland emigreerden in de jaren 1858-1862 naar Brazilië. Het waren veelal ongeletterde, arme landarbeiders die geen idee hadden wat hen ver weg in de tropen te wachten stond. Met mooie praatjes en het vooruitzicht van eigen land werden ze overgehaald. Emigratie naar Brazilië werd in Zeeland een nieuwswaardig onderwerp. ,,Voor den overtogt behoeve zij slechts ƒ 5 te betalen'', schreef de Goessche Courant in 1859. Vijf gulden voor - wat later bleek - een twee maanden durende boottocht met nauwelijks voldoende proviand en onhygiënische omstandigheden. Sommige migranten overleefden de lange zeereis niet.

Landverhuizers uit Zeeuws-Vlaanderen kwamen aan in de havenstad Vitória. Daar moesten ze per kano nog zestig kilometer over een rivier naar het handelscentrum Santa Leopoldina. De tocht was dan nog niet ten einde want bepakt en al moesten ze nog dertig kilometer lopen door het tropische berglandschap. In de hitte door het met giftige slangen bevolkte oerwoud naar de hen toegezegde percelen. Op de eindbestemming bleek het zelfstandig boeren een bikkelhard bestaan. Zo waren de beloofde comfortabele huizen in wat Holanda zou gaan heten, hutten van boomstammen met een dak van palmbladeren. Het afbetalen van de grond - rimboe en rotsen eigenlijk - werd een last. Veel migranten werden in plaats van grondbezitters gewoon weer landarbeiders.

Pioniers

De 43-jarige Leonora Boone uit Garrafão stamt af van deze pioniers. Ze probeert standvastig de Zeeuwse migrantengeschiedenis onder de aandacht te brengen. Leonora Boone geeft les aan de Familielandbouwschool in Garrafâo. Op deze school krijgen de leerlingen afwisselend een week les en een week vrij om thuis op het land werken. Deze week zijn de kinderen thuis en in het klaslokaal is vooral het gezang van vele tropische vogels te horen. En de stem van Boone, die over haar voorouders vertelt. ,,De mensen zijn uit Zeeland weggegaan omdat het daar slecht was en toen kwamen ze hier en was het nog slechter. Die regering van hier toenertiet had van alles beloofd. Er was niets.''

Ze is 'Antonio' Roos en 'Margarita' Eshuis dankbaar dat ze deze geschiedenis uitzochten. ,,Er stond in da boek zovele da'k nie wistte.'' Boone spreekt Nederlands/Zeeuws en vermengt het met Portugese en Duitse woorden. Het doet haar goed Nederlanders te ontmoeten. ,,Nederlands spreken, da doe'k nie vele.'' Ze bezit een taalcursus Nederlands met cassettes. Ontevreden is ze over haar vorderingen. ,,Moe meer tiet maken.''

Dankzij het onderzoek van Roos en Eshuis weet ze veel meer over haar Zeeuwse voorvaderen. Van moeders kant komt haar familie uit Pommeren. De vader en opa van Leonora overleden toen ze nog kind was. Alleen haar oma had iets verteld over de Nederlandse wortels.

Boone is op school actief met een klompendansgroep. ,,Scholen uit Vitória nodigen ons uit.'' Ze is zelfs met de groep klompendansers naar het honderden kilometers verderop gelegen Rio de Janeiro geweest. ,,Die Hollandse klompen spreken tot de verbeelding'', stelt ze trots. Sommige klompendansers hebben Nederlands bloed in zich. ,,Er zitten ok pikzwarten bie die mee dansen.''

Dialect

Boone leerde Zeeuws van haar grootmoeder. Op een tante na zijn er geen dorpsgenoten meer met wie ze het dialect mee kan spreken. Haar studerende dochters spoort ze aan Nederlands te leren. Ondanks moeders aandringen en hun leergierigheid spreken haar dochters geen Nederlands ,,Alles met de tiet, zegge ze. Das niet goed! Ze moeten de taal leren! Nu!''

Dat de kennis van het Nederlands zo goed als verdwenen is, heeft verschillende oorzaken. Trouwden de Zeeuwse migranten eerst onderling, al gauw moesten ze door een tekort aan huwelijkspartners op zoek naar andere nationaliteiten. De Hollanders integreerden zo voor een groot deel in de Duits/ Braziliaanse gemeenschap. De Braziliaanse regering deed tot dertig jaar terug er ook alles aan om het land eentalig te maken. ,,Toen ik klein was, mocht ik geen Zeeuws spreken.'' De regering verbood het spreken van andere talen dan Braziliaans.

De Nederlandse migrantengeschiedenis wordt volgens Boone volledig overtroffen door de Duitse. In het 35 kilometer verderop gelegen en Duits aandoende Santa Maria is een migrantenmuseum. Er valt niets te zien over de honderden Zeeuwen die in Espirito Santo een leven opbouwden.

Slangendokter

Boone wil in een leegstaand klaslokaal een museum maken voor de Nederlandse migranten. Er komt een hoekje met spullen van markante Zeeuwse Brazilianen. Zoals de in 2005 op 76-jarige leeftijd overleden Isaack Lauvers. Hij werd vanwege zijn verzameling slangen 'de slangendokter' genoemd. Een bijzondere man die zijn huis ter beschikking stelde aan de Familielandbouwschool. Oud-leerlingen herinneren zich volgens Boone dat de aanwezigheid van slangen de concentratie vaak niet ten goede kwam.

De verzameling Zeeuws-Vlaamse prentbriefkaarten van de drie jaar geleden overleden Abraham Lauret krijgt een plaats in het museum. Boone mist deze twee mannen. ,,Abraham was zo fanatiek. Als er slecht gesproken werd over Nederland dan werd ie boos.'' En hij had er regelmatig een urenlange busrit naar Vitória voor over om te kijken of er schepen uit Nederland lagen. Boone vertelt dat Lauret graag naar Nederland had willen gaan. ,,Zijn zoon vond het te duur en hield vader thuis. Die zoon is nogal knieperig.''

Santa Leopoldina heeft met zijn oude koopmanshuizen potentie om uit te groeien tot een toeristische trekpleister. Het stadje werd dankzij de koffiehandel een belangrijk centrum. De Zeeuwen moesten lang wachten voordat ze profiteerden van de koffiehandel. De katholieke grootgrondbezitters verkochten de koffieplantjes niet aan de voornamelijk protestantse Zeeuwen. Negerslaven hielpen de emigranten aan de stekjes en rond 1900 kende de Comunidade Holanda eindelijk enige welvaart.

In Holanda is behalve de plaatsnaam weinig meer dat verwijst naar de emigrantengeschiedenis. De dorpswinkel, de venda, is een ruïne. Deze venda was tot begin jaren negentig vorig eeuw eigendom van de familie Krüger, een familienaam die is verduitst maar onder de naam Krijger terugvoert naar Groede.

Bergopwaarts

Vanuit Holanda zes kilometer over een onverhard pad bergopwaarts rijden, ligt Holandinha. Hier kwamen vooral landarbeiders te wonen. In een vervallen schuurtje staat nog een oude houten maniokmolen. Een man roept plots: ,,Alfredo! Alfredo Ulle.'' Die blijkt de molen te hebben gemaakt en Ulle blijkt Heule te zijn. Alfredo Heule, een nazaat van de familie Heule die in 1861 vanuit Nieuwvliet naar Brazilië vertrok, woont honderd meter verderop. Met een welgemeend Bom dia verwelkomt Heule de onverwachte gasten in zijn kleine houten huisje. Hij lacht verlegen wanneer hem gevraagd wordt of hij nog Nederlands spreekt. Met Os Capixabas Holandeses is hij bekend. Het woord 'morte' valt als hij er doorheen bladert en de foto's van mannen met namen als Lauret, Jansen en Van Schaffel ziet. Hij bladert naar de zwart-wit foto van Piet Heule. ,,Das mien grootvader'', zegt hij onverwachts met Zeeuwse tongval.

Hij bouwde zijn huis een halve eeuw geleden zelf. ,,Ik woon hier met mien vrouwe en mien jonge.'' Het leven is tegenwoordig beter dan vroeger, legt Heule uit. Er staat zelfs een tv-toestel in huis. Heule werkt soms nog op het land. ,,Nie vele: Laat die jongens dat nu maar doen.'' Alfredo is mager maar ziet er fit uit. ,,Mien keele doet wel wa zeer! De dokter ga vast kieken wa tis.'' Heule straalt en soms worden bij de 78-jarige de ogen vochtig als hij over vroeger praat. ,,Toen deze naar Brazilië kwam was ie twee jaar oud'', zo vertelt hij over zijn opa.'' Zijn grootvader sprak graag over die eerste jaren in Brazilië. Uiteraard over het harde bestaan en dat hij altijd hoopte dat ze weer terug zouden gaan. Piet Heule kon ook mooi vertellen over de dansavonden met de negers. 'Kootjes', zoals de Zeeuwen de kleurlingen noemden. ,,Feestke maken en slokjes drinken.'' De bejaarde kleinzoon van Piet Heule lacht ondeugend. Plots staat hij op: ,,Koffie drinken?'' Hij wenkt zijn gasten naar het keukentje. ,,Hier koffie! Suker! En zitte mar!'' Heule wijst naar een grote bak met koekjes ,,Lekker soppen! want ze zien bietje hard.'' In Holandinha is op Heule na niemand meer die nog Nederlands verstaat. ,,Ik nog een beetje maar mien jongens verstaan het nie en mien vrouwe is Duuts!'' En Leonora Boone dan om Zeeuws mee te spreken? Hij heeft haar nooit ontmoet. ,,Die woont in Garrafâo: das verre weg!''

Crowdfunding voor documentaire Braziliaanse Koorts

De unieke en dramatische geschiedenis van de Zeeuwse Brazilianen verdient een documentaire. Door middel van het zogenoemde crowdfunding kan dat worden gerealiseerd. Met een donatie, door vooraf de DVD Braziliaanse Koorts te bestellen of door het boek Op een dag zullen ze ons vinden van Ton Roos en Margje Eshuis te kopen, zorgt u ervoor dat de documentaire Braziliaanse Koorts er daadwerkelijk komt.

Meer over dit documentaireproject op: www.braziliaansekoorts.nl