Volledig scherm

Helft Zeeuwse jongvolwassenen drinkt te veel

MIDDELBURG - Het aantal Zeeuwse jongvolwassenen (21-23 jaar) dat regelmatig te veel drinkt, neemt iets af. In 2012 ging het nog om 56 procent. Vorig jaar was dat gedaald tot 51 procent.

Dat blijkt uit de Zeeuwse Jeugdmonitor, die afgelopen jaar voor de vier keer onder jongvolwassenen is gehouden. Dat gebeurt onder leiding van ZB Planbureau en Bibliotheek van Zeeland.

Van de deelnemers geeft 14 procent aan helemaal geen alcohol te drinken. Iets meer dan de helft doet aan 'binge drinken', ofwel minimaal vijf glazen tijdens één gelegenheid. Eén op de tien Zeeuwse jongvolwassenen doet dat zeker vijf keer in de maand.

Dat het aantal stevige drinkers daalt, is op zich positief, zegt Mischa Laeven, coördinator Jeugd & Alcohol bij het College Zorg en Welzijn (CWZ). ,,Wij vinden dat zeker een signaal dat het de goede kant op gaat, maar 51 procent is nog steeds heel veel. Dat is best wel zorgwekkend."

Het CWZ adviseert gemeenten dan ook om te blijven inzetten op voorlichting. ,,We moeten blijven werken aan gedragsverandering door bewustwording. Dat is een kwestie van lange adem." Daarbij gaat de aandacht niet alleen uit naar jongeren, maar zeker ook naar jongvolwassenen, omdat de hersenen zich tot ongeveer het 24e levensjaar blijven ontwikkelen.

De Jeugdmonitor leert verder dat jonge mannen vaker stevig drinken dan jonge vrouwen. Wie regelmatig uitgaat of veel tijd bij vrienden thuis besteedt, nuttigt vaak ook meer alcohol dan degenen die dat niet of minder vaak doen.

Zwaar drinken

Zwaar drinken onder jongvolwassenen komt op Schouwen-Duiveland minder vaak voor dan in de rest van de provincie. In de gemeente Veere zijn de meeste stevige innemers. Een duidelijke verklaring voor de verschillen tussen de regio's ontbreekt.

Opvallend is verder dat jongeren die lid zijn van een sportclub vaker stevig drinken dan anderen. Van jongvolwassenen die bij een sportclub zitten, is 63 procent binge drinker en 15 procent een zware binge drinker. Onder niet-leden is dat respectievelijk 43 en 8 procent.

Het drankgebruik in de sportkantine blijft lastig te beteugelen, zegt Mischa Laeven. ,,Bij sommige verenigingen hoort het helaas bij de cultuur, terwijl ze juist het goede voorbeeld zouden kunnen geven. De derde helft wordt vaak heel belangrijk gevonden."