Volledig scherm
Anko van Hoepen © Marcelle Davidse

Anko van Hoepen neemt afscheid van Alpha Scholengroep: 'Ouders moeten iets te kiezen hebben'

Als kind wilde hij niets liever dan voor de klas staan. Nu is Anko van Hoepen (44) uit Vlissingen benoemd als vicevoorzitter van de PO-Raad, de landelijke sectororganisatie voor het basisonderwijs, het speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs. Woensdag neemt hij afscheid van Alpha Scholengroep, waar hij ruim twintig jaar gewerkt heeft als leraar, intern begeleider, schooldirecteur en bestuurder.

Hoe verlopen de eerste werkdagen?

“Het is mudvol. Ik ben van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat bezig. Formeel begin ik pas op 1 februari, maar ik ben nu al volop bezig met overleggen en overdrachten. Ik word op een heleboel terreinen bijgepraat: de positie van opleidingen, het lerarentekort, ICT, de bestuurlijke inrichting van het onderwijs.”

Wat houdt uw nieuwe functie precies in?

“Ik zit samen met Rinda den Besten in het dagelijks bestuur van de PO-raad. Ik ga op werkbezoek bij scholen en besturen en ik overleg met het ministerie en met vakbonden. Ik houd me onder meer bezig met kwaliteit van het onderwijs, bestuurlijk beleid, toezicht en innovatie. Dit is nóg meer besturen dan ik eerst deed. Bij de Alpha Scholengroep was ik soms meewerkend voorman, nu wordt er veel meer voor me voorbereid. Ik ben bezig op hoofdlijnen. Het is wennen, maar ik zie er enorm naar uit om aan de slag te gaan.”

Uw loopbaan ziet er op papier uit alsof het van te voren zo bedacht is.

“Dat is dus niet zo. Mijn carrière is niet uitgestippeld. Toen ik leraar was, zei ik altijd: ‘ik word nooit directeur’. Dat leek me een hondenbaan, omdat je echt alles moet doen, zelfs de kliko’s legen. En als leraar doe je zoveel bijzondere dingen: toneel spelen, mee op schoolkamp. Maar ik ging me als leraar steeds meer bemoeien met de hele school. Ik werd directeur van ’t Honk in Kapelle. In de klas kun je voor 23 kinderen iets betekenen, als directeur kun je indirect van betekenis zijn voor veel meer leerlingen. Als bestuurder van de Alpha Scholengroep kwam ik op grotere afstand te staan van de klas, en nu bij de PO-raad sta ik er nóg verder van af. Mijn werk moet over kinderen blijven gaan.”

Bij uw voordracht bij de PO-raad werd u een ‘verbinder’ genoemd. U heeft zich in Zeeland veel ingezet voor samenwerking tussen basisscholen. U bent bijvoorbeeld één van de initiatiefnemers van het Coöperatie Primair Onderwijs Zeeland, waarin de meeste basisscholen vertegenwoordigd zijn. Waarom gelooft u zo in samenwerking?

“Ik ben een groot voorstander van diversiteit en keuzevrijheid in het onderwijs. Ouders moeten kunnen kiezen voor een school die past bij hun opvoedingsstijl en levensovertuiging. Als ouders voor christelijk onderwijs kiezen, dan moet het een bewuste keuze zijn en niet alleen omdat het de enige basisschool in het dorp is. Dat geldt ook voor een vrije school of een openbare school. Ik wil ook dat kinderen goed onderwijs kunnen volgen, ongeacht waar ze wonen, of op welke school ze zitten. En die kwaliteit kun je in een krimpgebied als Zeeland alleen maar bieden als je samenwerkt.”