Volledig scherm
© RGBStock

Anderhalf jaar hulp eindigt voor Middelburgs gezin in drama

MIDDELBURG - Het piepjonge Middelburgs gezin heeft al bijna anderhalf jaar intensieve hulpverlening achter zich als de piepjonge ouders in maart 2016 aangeven dat de zorg voor hun jongste baby hen zeer zwaar valt. Het jongetje is begin februari, acht weken te vroeg, geboren. Hun oudste kind moet dan nog één jaar worden.

Ze vertellen het tegen een medewerker van de Forensische Zorg Zeeland (FZZ). Die is bij het gezin betrokken omdat de 19-jarige vader  herhaaldelijk zijn handen niet kon thuishouden. FZZ is één van de reeks instanties die zich sinds eind 2014 het gezin hebben bijgestaan. Het eindigt in een drama. Op 25 mei 2016 overlijdt het jongste kind aan hersenletsel in Sophia Kinderziekenhuis te Rotterdam. Het ziekenhuis vermoedt kindermishandeling. 

De verdachte dood van een baby'tje was aanleiding voor een onderzoek naar de hulpverlening. In het rapport van de inspecties staat van maand tot maand te lezen wie wat deed of naliet.

Eigen kracht

De vader is pas zeventien jaar als zijn vriendin zwanger wordt van hun eerste kind. De verloskundige vreest dat de jonge ouders het op eigen kracht niet gaan redden. Ze meldt hen aan bij Veilige Start, een samenwerking tussen het ziekenhuis, thuiszorg en het maatschappelijk werk. Het is het begin van een komen en gaan van hulpverleners. In maart 2015 wordt het eerste kind geboren.

Drie maanden later staat de politie aan de deur na een melding van huiselijk geweld. Het zal niet de laatste keer zijn. Het is het begin van een tweede spoor van hulpverlening. Veilig Thuis, Reclassering Nederland en Forensische Zorg Zeeland raken betrokken bij het gezin. 

Wipstoeltje

In november valt hun eerste kind met een wipstoeltje van tafel. De kinderarts laat de baby een nachtje ter observatie opnemen. Veilig Thuis vraagt aan het ziekenhuis wat er aan de hand is. Het ziekenhuis zegt geen aanwijzingen te hebben dat er iets anders aan de hand is dan een ongeluk.

Het woord 'kinderbescherming' valt tijdens een van de overleggen, waarbij overigens niet altijd alle hulpverleners aanschuiven. De huisartsen en reclassering bijvoorbeeld krijgen vaak geen uitnodiging. Omdat de ouders beloven hulp te accepteren blijft de Raad voor de Kinderbescherming buiten beeld. 

Eind januari komt het tweede kindje ter wereld. Het veel te vroeg geboren jongetje moet de eerste weken in het ziekenhuis blijven om aan te sterken. De hulpverleners vinden de thuissituatie voor de kinderen gevaarlijk. De woning is klein en er zijn weer 'signalen' van huiselijk geweld. De ouders krijgen de keuze: apart gaan wonen of ergens gaan wonen met meer toezicht. Zo niet, dan kunnen de kinderen niet bij hen wonen. 

De moeder gaat eerst met het oudste kind bij haar vader wonen. Dan komt een oma in beeld. Die wil het jonge gezin wel in huis nemen. Zij kan helpen bij de zorg voor de kinderen en waken over hun veiligheid. De ouders gaan op haar aanbod in.

Eind maart, de ouders wonen dan weer bij elkaar,  maakt de gezinsondersteuner van VraagKracht zich zorgen over de veiligheid van de kinderen omdat de ouders de baby's bij hen in bed laten slapen.  Tegen een hulpverlener van FZZ zeggen de ouders half april dat hun jongste kind zeer veel zorg vraagt en dat zij de baby 'op momenten irritant' vinden. De hulpverlener vindt deze opmerkingen niet zorgwekkend genoeg om ze te delen met andere instanties.

Blauwe plekken

Later ziet FZZ dat het jongste kindje blauwe plekken heeft. De ouders gaan naar de huisarts.  Die gelooft de ouders op hun woord als ze zeggen dat de kinderarts heeft verteld dat vroeggeboren kinderen wel vaker blauwe plekken hebben. 

In mei lijkt het dan weer beter te gaan. De kinderarts ziet dat het goed gaat met de kinderen. De hulpverleners die over de vloer komen zijn positiever dan in de maanden daarvoor.  

Maar enkele dagen gaat het vreselijk mis. Het baby'tje wordt met stuiptrekkingen opgenomen in het ziekenhuis. Enkele dagen later overlijdt het kind. Het ziekenhuis denkt aan mishandeling. Het kind zou door de vader hard door elkaar zijn geschud. Nog diezelfde avond wordt het oudste kind uit huis geplaatst. Tegen de vader loopt een strafzaak. Afgelopen december besloot de rechtbank op verzoek van de verdediging deskundigen te raadplegen over de doodsoorzaak van de baby. De vader zal psychologisch onderzocht worden.

Drie inspecties hebben de handelswijze van hulpverleners rond het betrokken gezin onderzocht. Twee van de drie zijn inmiddels samengevoegd tot de inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, de andere is de Inspectie Justitie en Veiligheid. Zij constateren dat het ontbrak aan sturing. De regie ontbrak of werd bij de verkeerde instantie neergelegd wat tot onduidelijkheid leidde, richtlijnen niet gevolgd, onvoldoende gekwalificeerd personeel ingezet. Van alle partijen eisen de inspecties een plan om zich te verbeteren. De gemeenten moeten hier op toezien. Zijn die plannen niet voldoende, dan zullen de inspecties zo nodig ingrijpen.

Het rapport van de Inspectie Justitie en Veiligheid

PZC gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement