Volledig scherm
Cover van het boek Stilstaand Leeft Alles Hier van Ter Balkt. Voor geboekt © nvt

Zout vliegt
over de
paalhoofden

Mario Molegraaf

Het kon nooit op bij H.H. ter Balkt. De dikste verzamelde gedichten van Nederland, goed voor achttienhonderd bladzijden. De onstuimigste regels ooit, regels als deze, in november 1989 geschreven te Zoutelande: ‘Zout, zout vliegt over de paalhoofden in de Zoutelandse/ November, moeilijk ademend giet de hemel regen uit boven/ De branding’. Dit onderdeel van de reeks ‘In de kalkbranderij van het absolute’ biedt een wervelende weergave van de ’rock-ʼn-roll van de zee’. Een gedicht dat het verdient minstens de op een na bekendste tekst over Zoutelande te worden, al is het maar vanwege de slotzin: ’Dichtgespijkerden noch dichtspijkeraars kennen de zee.’

Ik ben het werk van H.H. ter Balkt (1938-2015, in 2003 met de P.C. Hooftprijs bekroond) gaan herlezen door de pas verschenen bloemlezing uit zijn poëzie ‘Stilstaand leeft alles hier’ (gebonden, 128 pag., 25 euro, De Bezige Bij). Samensteller Alfred Schaffer bedoelt de bundel als een ’liefdesverklaring’, maar eigenlijk verdraagt Ter Balkts poëzie geen grenzen en beperkingen. Hij wilde veel, zo niet alles, maar vooral wilde hij schrijven om de wereld te redden, door haar slimste bewoners dom bedreigd. Als geen ander zong hij de lof van de grashalm en andere nietige bloemen, van de klaprozen die optreden als ’vrijheidsstrijders’, en van een laatste zandweg die dapper standhoudt.

De vaderlandse natuur en de vaderlandse geschiedenis hadden zijn warme aandacht. Zo werd hij ook een Zeeuwse dichter, en wat voor een. Zijn  verzamelde gedichten bieden een sonnet waarin hij zich liet inspireren door de ets ’Badhotel Domburg’ van Hermanus Berserik, maar ook een sonnet waarin de grote Zeeuw Jacob Roggeveen wordt geëerd. Er is veel Zeeuwse historie, onder meer een paar Schelde-gedichten in ’Helgeel landjuweel’, geschreven bij de 400-jarige herdenking van de Beeldenstorm, en een gedicht ’De bevrijding van Hulst (1645)’. Zijn ziedende Zoutelande-bladzijden evenaarde hij misschien nooit, maar hij komt dicht in de buurt met twee bewogen gedichten over de stormramp van 1953: ’Waarom toch denk ik steeds nog aan die zee./ Waarom toch denk ik steeds nog aan die nacht.’ Een dichter om nooit te vergeten.

PZC gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement
  1. Wat is er nou leuker dan de spijker op de kop te slaan zonder dat je een hamer vasthoudt?
    PREMIUM
    Column Jan van Damme

    Wat is er nou leuker dan de spijker op de kop te slaan zonder dat je een hamer vasthoudt?

    Tijd om de zon in het water te zien schijnen. Want zo werkt dat. Als het u voor de wind gaat, dan hoef ik niet tegen de bierkaai te vechten. Ha. De grap van deze eerste drie zinnen is dat meer dan de helft van het jonge lezerspubliek nu al de pijp aan Maarten heeft gegeven. Zeggen internetwatchers en getatoeëerde hiphoppers die er verstand van denken te hebben. De jeugd van tegenwoordig groeit niet meer op met gezegdes en volkswijsheden. En denkt aan een skiff als er eens tegen de stroom moet worden opgeroeid.

blogs