Schrijfster Marlies Allewijn. foto Romy van Leeuwen
Volledig scherm
Schrijfster Marlies Allewijn. foto Romy van Leeuwen © Uitgeverij Pepper Books

Sari ontsnapt uit Zeeland

Sari woont in een dorpje ergens aan de Zeeuwse kust, eind jaren zestig. Als 'preutse provinciaal’ komt ze in roerig Amsterdam terecht. We lezen het allemaal in 'Barsten', de nieuwe roman van Marlies Allewijn. 

Jan Van Damme

De bom barst als Sari haar rok net tien centimeter boven de knie laat vallen. Dat was zeker niet volgens het patroon dat moeder haar had gegeven. Het is kerstdiner. Met haar ouders, zus, schoonbroer. Sari wordt aan tafel naast haar vader gepositioneerd. Die houdt zijn kaken tijdens de hele maaltijd stijf op elkaar, hij eet niet, hij spreekt niet. Aan het eind wordt hem gevraagd om te danken. Hij kucht, hij blaast hard in en uit door zijn neus, begint te trillen. Dan richt hij zich tot zijn vrouw (pagina 162): ‘Het spijt me het je te moeten zeggen, maar je dochter is een hoer. Een hoer die mannen het hoofd op hol brengt met haar kleren'.

Het is 1967. Vader is een hardwerkende visser. Als hij thuis komt, staat het eten dampend op tafel, is het kussen in zijn luie stoel opgeschud en ligt de krant met zijn rokertje klaar. Moeder is moeder, ze zorgt, werkt en zwijgt. Els is de oudste dochter, getrouwd en wel. Sari is 17 jaar, de dochter die niemand meer had verwacht, haar moeder was vierenveertig toen ze zwanger raakte. In de kerstdinerscène wijst vader naar Sari: 'Jij had nooit geboren moeten worden'.

Met die te korte rok belanden we midden in de nieuwe roman van Marlies Allewijn. ‘Barsten’ is de titel. Sari is de ik-figuur, een niet zo meisjesachtig meisje dat voorbestemd lijkt voor een paar jaar administratief werk op het havenkantoor en dan gauw aan de man en zwanger. Zo gaat dat in het dorp. Maar dan wordt er een camping net achter de dijk geopend. Daarmee klopt de buitenwereld opeens op de deur. Sari zit voor ze het zich goed en wel realiseert achterop de bagagedrager van Pieter, een student politicologie uit Amsterdam die met zijn maatjes een tentje heeft opgeslagen. Pieter heeft lang haar en kijkt naar de horizon als hij het over revolutie en het veranderen van de wereld heeft. Het is een vakantieliefde die het leven van Sari op zijn kop zal zetten.

Marlies Allewijn werd in 1977 in Yerseke geboren. Niet in een vissersgezin, maar ze kent het milieu wel. Op haar achttiende vertrok ze naar Amsterdam om te gaan studeren. Daar woont ze nu nog, met haar eveneens uit Yerseke afkomstige man. Ze hebben een zoon. De grote stad maakte Marlies creatief. In 2012 debuteerde ze met het semi-autobiografische 'SchEef’. Daarna volgden de oorlogsroman 'Ze was 16' en de biografische roman 'De meid', over de Yersekse dienstbode Neeltje Lokerse. Dat laatste boek werd genomineerd voor de Zeeuwse Boekenprijs. Vorig jaar schreef ze het geschenk voor de Week van het Zeeuwse Boek.

De band met Zeeland is hecht gebleven, Marlies en haar man hebben er een vakantiehuisje. Dat Zeeuwse duikt tot nu toe steevast op in haar boeken. Haar nieuwste roman speelt in de tijd dat haar ouders jong waren, eind jaren zestig. Hoofdpersoon  Sari moet wel uit het nog niet erg ontloken Zeeland ontsnappen. Vooral op zondagen voelt ze zich daar alsof ze 'moet ademhalen door een rietje’ (pagina 14). Student Pieter verbreedt haar horizon. Pagina 49: 'Wat zou je echt graag willen? Pieter geeft me een por in mijn zij. Zijn ogen boren zich in die van mij. Hij daagt me uit. Zonder erover na te denken en tot mijn eigen verrassing zeg ik het eerste wat in me opkomt: ‘Ik wil nieuwe mensen leren kennen. Ik wil hier weg. Ik wil...’ Hij schatert nu naast me: ‘Alles?’ ‘Alles'. Ik grijns naar hem.’

De roman is voor Marlies niet autobiografisch. Daarvoor is ze te jong. Nou ja, vooruit, haar vader heet Piet, Pieter eigenlijk. Over de jaren zestig wilde ze graag schrijven. Een boeiende tijd, het leek alsof alles veranderde, alsof iedereen vrolijk en vrij was en maar kon gaan studeren. ,,Leek", zegt Marlies, ,,want als je uit een ander, minder stads milieu kwam, was studeren niet vanzelfsprekend. In mijn familie ben ik de eerste die dat is gaan doen.”

Sari raakt in die mooie Zeeuwse zomer zwanger. Pieter vertrekt en laat niks meer van zich horen. Met haar dikke buik wordt ze naar een Brabants tehuis gestuurd voor alleenstaande zwangere moeders en moet ze haar kindje afstaan. Pagina 139: ‘Ik laat me achterovervallen en zwaai mijn handen van links naar rechts, heel dicht bij mijn gezicht. Ik zie mezelf niet meer. Ze hebben het voor elkaar. Ik ben verdwenen'.

Na de bevalling houdt ze het nog precies 165 dagen uit bij haar ouders. Het kerstdiner brengt de omslag, ze pakt een koffer en belandt in bruisend Amsterdam. Ze gaat wc's schoonmaken, ontmoet Pieter en gaat in een kraakpand wonen. De bezetting van het Maagdenhuis maakt ze mee, ze sluit zich aan bij de Dolle Mina's, eist ‘openbaar plasrecht’. Of ze haar dochter ooit nog zal zien? ‘Ik heb te veel barsten', denkt ze op pagina 236.

Marlies: ,,Ik ben zelf een trotse feministe, trots op wat Dolle Mina heeft bereikt. Het is heel dapper en stoer, maar we zijn er nog niet, we krijgen nog steeds niet hetzelfde betaald als mannen, als er kinderen komen gaat meestal de vrouw minder werken. Je mag mijn boek best een eerbetoon aan de emancipatie noemen.”

Marlies Allewijn: Barsten - Uitgeverij Pepper Books, 382 pagina's, 19,99 euro.

cover Barsten, de nieuwe roman van Marlies Allewijn
Volledig scherm
cover Barsten, de nieuwe roman van Marlies Allewijn © Uitgeverij Pepper Books

blogs