Volledig scherm
Een Walchers echtpaar poseert bij een ren met Vreeburger kippen, 1906. © Eppe Holder (Zeeuws Archief)

Op zoek naar de Zeeuwse superkip

Iedereen heeft het over de kip en het ei. Dat was honderd jaar geleden niet anders. Toen was de Vreeburger je van hét. Roosanne Goudbeek van het Zeeuws Archief in Middelburg schrijft over die kruising van een vleeskip en een eierlegster in het zomernummer van De Wete.

En we noemen haar Vreeburger. Apetrots waren ze in Domburg in 1903. Een nieuwe kip, een kruising van een Mechelse koekoek en een wyandotte-kip. Dat was een waar kuststukje van Hugo Johannes Vreeburg, directeur van het Badhotel in Domburg.

Behalve hoteldirecteur was Vreeburg (1859-1930) ook lid van de Zeeuwse kippencommissie, onderdeel van de Vereeniging tot Bevordering van de Pluimveehouderij in Nederland (VPN). Die commissie hield zich bezig met de veredeling van – onder andere – hoenderrassen. Vreeburger slaagde erin een vleeskip – de Mechelse koekoek – te kruisen met een eierlegster – de wyandotte.

Roosanne Goudbeek van het Zeeuws Archief in Middelburg kwam in de collecties een foto tegen van een kippententoonstelling in 1906 in Middelburg. Boven de ren is een bord te zien met de tekst: ‘De Vreeburgers, de kippen der toekomst’. Die foto was voor haar aanleiding om naar achtergronden te gaan zoeken. Het resultaat van haar speurtocht is nu te lezen in het zomernummer van ‘De Wete’, het tijdschrift van de Heemkundige Kring Walcheren.

De ‘superkippen’ van Vreeburg werden in 1906 tijdens de internationale kippententoonstelling in het Middelburgse Schuttershof met de eerste prijs bekroond. De Middelburgsche Courant maakte melding van ‘de kip der toekomst’. Vreeburg kreeg van de VPN een lauwerkrans omgehangen. Hij was ‘ten hoogste verrast’ en zei het uiteindelijke doel was om ‘het hoenderras ten bate van den arbeider en den kleinen boer te verbeteren’.

Ook Karel Meertens (1873-1936) was van de partij op de pluimveetentoonstelling. Hij had een winkel in delicatessen aan de Korte Delft. Maar in 1906 ging hij ook kippenvoer verkopen onder de naam ‘Walchers Ochtendvoer’. Roosanne Goudbeek vond een advertentie in de Middelburgsche Courant, waarin het voer werd aangeprezen onder de titel ‘258’: dat was het aantal eieren dat een Vreeburger in een jaar tijd had gelegd.

Ondanks alle enthousiasme was het succes van de Zeeuwse superkip geen lang leven beschoren. Goudbeek: ,,Waarschijnlijk was de Vreeburger kip een van de vele weinig succesvolle experimenten in Nederland in die tijd.”

De Wete, tijdschrift van de Heemkundige Kring Walcheren, 46e jaargang, nummer 3, juli 2017.

PZC gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement
  1. Duitse groeten
uit Lewedorp
    PREMIUM
    Zeeland Geboekt

    Duitse groeten uit Lewedorp

    Achterin het boek staat een kaart van Nederland waarop Lewedorp tot belangrijkste plaats van het land is uitgeroepen. Toch zullen ze zelfs in Lewedorp gemengde gevoelens hebben over de Feldpostbriefe 1943-1945 van Soldat Werner Beermann, al zegt hij over het dorp, over heel Zeeland niets dan goeds. Bericht van de vijand, het verhaal van de andere kant. Ik ben van lang na de oorlog, maar ook ik voel onbehagen. En wanneer Beermann vertelt dat zijn bataljon drie doden en twee gewonden te betreuren heeft, omdat ze nabij Lewedorp per auto hun eigen mijnenveld in zijn gereden, deert me dat allerminst, integendeel.
  1. Langs een vloedlijn van messen
    PREMIUM
    Zeeland Geboekt

    Langs een vloedlijn van messen

    Piet Gerbrandy, de dichter uit het verre oosten, gaat in zijn pas verschenen bundel 'Vloedlijnen' (21,99 euro, Atlas Contact) naar het uiterste westen. Hij schreef al eens over Zeeland, in de bundel 'Scheiden wij', in 2007 uitgebracht in de Slibreeks. Ongekend brede regels bood hij en een bekend Bijbels begin: ‘Scheiden wij water van land en duister van licht’. Onmiskenbare plaatsnamen en onweerlegbare herkenningspunten ontbraken en ontbreken, ze passen niet bij Gerbrandy, een dichter die zijn lezer graag op afstand houdt. Waarin hij niet altijd slaagt, en juist op zulke momenten wanneer het onbegaanbare pad éven wordt bijgelicht, boeit hij als weinig anderen. Je blijkt dan bijvoorbeeld te lopen ‘langs een vloedlijn op messen/ geslepen glazen juwelen/ glad hout van wat brak in woest barnen.’

blogs