Volledig scherm
Thom Schrijer © DirkJan Gjeltema

Nieuwe dichtbundel van Thom Schrijer uit Zierikzee

Zeeland GeboektIn de twintig jaar dat Thom Schrijer (geb.1937) in Zeeland woont, ontwikkelde hij zich tot een productieve dichter. Zijn nieuwste bundel is getiteld 'Zonder huisraad deze keer'.

Thom Schrijer weet het. Als je er speciaal voor gaat zitten, verschijnen er misschien wel regels, maar blijft het gedicht uit. Zonder huisraad deze keer bevat een cyclus ‘Ambachtelijk’ waarin de dichter aan het werk is. Tenminste dat probeert hij: ‘Middag en hij weet zich, pen in de/ hand, tussen stilval nu en die volgende/ zin, die net nog niet genoeg beweegt/ om vorm te vinden in een regel.’ Kortom, het wil niet echt lukken. Later maait de dichter het gras, ‘en ineens zijn daar die woorden,/ als over zijn schouder aangereikt.’

Dichter, vooral níet je best doen. Het gedicht laat zich niet dwingen maar daagt op als je even de andere kant op kijkt. Dat is natuurlijk onbevredigend, vooral wanneer de tijd begint te dringen, zoals voor Schrijer, die dit jaar zijn tachtigste verjaardag viert. Hij debuteerde pas in 2000 en publiceerde sindsdien heel wat gedichten. Soms lijkt hij daarbij zijn eigen wijze les te vergeten en vult hij de bladzijden met zinnen die net nog niet genoeg bewegen, met regels die eerder smeulen dan vlammen.

Gelukkig staat daar ook in zijn nieuwe boek heel wat tegenover. Op zijn best is hij misschien in een reeks over de seizoenen. Het jaar gevolgd, vanaf een dag dat hij nog bezig is dood blad te ruimen maar het vroegste voorjaar al vermoedt tot en met een dag waarop hij ontdekt dat ‘het grijs van februari’ opnieuw ‘in zwartkracht’ is toegenomen. Met tussendoor onder meer een charmant junigedicht en een degelijk septembervers: ‘de laatste akker bloot gelegd, de trage aanloop naar het slaapgedwongen slapen.’

Toch is Thom Schrijer geen dichter bij gratie van de kalender. Vooral zijn ogen verlenen hem de woorden. De dichter mag oud zijn, zo blijkt ook uit een paar gedichten met titels als ‘Doof’, ‘Osteoporose’ en ‘Spreekuur’. Maar de dichtersblik blijft jong en fris. Wat hij allemaal ziet! Fraai hoeft de aanblik niet te wezen om toch een fraai gedicht als ‘Autokerkhof’ te laten ontstaan. Hij fietst langs een nieuw vakantiekamp, zo’n treurig oord, ‘witte schimmel’ is de term die valt, waarmee vermoedelijk geen prachtig paard maar zieke zwam is bedoeld.

Zeeland, zijn natuurlijke omgeving, wordt in deze bundel niet vaak bij naam genoemd, maar is steeds aanwezig, direct dan wel via uitvoerig beschreven schilderijen van bijvoorbeeld Antoine Mes. Schrijer is de dichter van de achterpaden, van het niet beoogde, het ongewilde. Poëzie vinden waar die niet is gezocht. De dichter ziet, maar wil vooral ‘niet verder zien’. Ineens zijn daar de woorden.

Thom Schrijer: Zonder huisraad deze keer – Uitgeverij Liverse, 92 pagina’s, 15,95 euro.

www.zeelandgeboekt.nl

PZC gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement
  1. Duitse groeten
uit Lewedorp
    PREMIUM
    Zeeland Geboekt

    Duitse groeten uit Lewedorp

    Achterin het boek staat een kaart van Nederland waarop Lewedorp tot belangrijkste plaats van het land is uitgeroepen. Toch zullen ze zelfs in Lewedorp gemengde gevoelens hebben over de Feldpostbriefe 1943-1945 van Soldat Werner Beermann, al zegt hij over het dorp, over heel Zeeland niets dan goeds. Bericht van de vijand, het verhaal van de andere kant. Ik ben van lang na de oorlog, maar ook ik voel onbehagen. En wanneer Beermann vertelt dat zijn bataljon drie doden en twee gewonden te betreuren heeft, omdat ze nabij Lewedorp per auto hun eigen mijnenveld in zijn gereden, deert me dat allerminst, integendeel.
  1. Langs een vloedlijn van messen
    PREMIUM
    Zeeland Geboekt

    Langs een vloedlijn van messen

    Piet Gerbrandy, de dichter uit het verre oosten, gaat in zijn pas verschenen bundel 'Vloedlijnen' (21,99 euro, Atlas Contact) naar het uiterste westen. Hij schreef al eens over Zeeland, in de bundel 'Scheiden wij', in 2007 uitgebracht in de Slibreeks. Ongekend brede regels bood hij en een bekend Bijbels begin: ‘Scheiden wij water van land en duister van licht’. Onmiskenbare plaatsnamen en onweerlegbare herkenningspunten ontbraken en ontbreken, ze passen niet bij Gerbrandy, een dichter die zijn lezer graag op afstand houdt. Waarin hij niet altijd slaagt, en juist op zulke momenten wanneer het onbegaanbare pad éven wordt bijgelicht, boeit hij als weinig anderen. Je blijkt dan bijvoorbeeld te lopen ‘langs een vloedlijn op messen/ geslepen glazen juwelen/ glad hout van wat brak in woest barnen.’

blogs