‘De geschiedenis van den soldaat’ in vertaling van Martinus Nijhoff
Volledig scherm
PREMIUM
‘De geschiedenis van den soldaat’ in vertaling van Martinus Nijhoff

Met Nijhoff op weg van Sas naar Sluis

Wie vertaalt zoals Martinus Nijhoff vertaalde, zal nooit de Martinus Nijhoffprijs krijgen. Deze prijs voor vertalers mag dan naar de befaamde dichter zijn vernoemd, in diens vertaalwerk worden alle voorschriften van de vertaalpolitie verscheurd. Geen ingreep ging Nijhoff te ver, geen grens kon hem stuiten. ‘Paludes’ van André Gide verplaatste hij in zijn weergave ‘Moer’ eenvoudig van Parijs naar Amsterdam, en in plaats van Franse schrijvers liet hij onder meer P.C. Boutens en ‘mijnheer Roland Holst’ opdraven. Maar Nijhoff aller-brutaalste en ook aller-beste vertaling is ‘De geschiedenis van den soldaat’, voor het eerst in 1926 opgevoerd. De geschiedenis wordt met geweldig gemak en verbluffende vaardigheid van Zwitserland naar Zeeuws-Vlaanderen overgeheveld.

  1. Ouder worden (2)
    zeeland-geboekt

    Ouder worden (2)

    Ouder worden is winnen. Als kind merk je dat al. Je verliest wel op een onduidelijk moment je melktanden, maar je krijgt er grotere en stevigere tanden voor terug. Je groeit, dat merk je aan je kleren, en je schoenen gaan knellen. Je wint aan gewicht. Je leert steeds dingen bij. Fietsen bijvoorbeeld. Je leert moeilijke woorden schrijven zoals het woord proboscis of epicykel en steeds langere en lastiger sommen maken tot ver achter de komma en meervoudige wiskunde en een extra moeilijke vreemde taal, alsof je moedertaal al niet moeilijk genoeg is met zijn onpersoonlijke voornaamwoorden en transformationeel generatief achtergeraakte bijzinnen.
  2. Gesloopt! Het raadhuis, één van de parels van de naoorlogse herbouw
    PREMIUM
    column jan van damme

    Gesloopt! Het raadhuis, één van de parels van de naoorlogse herbouw

    Maak je meteen van je neus, dan kun je wachten op de sussende volzinnen. De soep wordt niet zo heet gegeten, je krijgt nog alle ruimte om mee te praten. In mijn jonge jaren was ik nog weleens geneigd die uitsteltactiek voor waar aan te nemen. Tot plotseling toch die autoweg in de voortuin van een eeuwenoude vliedberg werd gelegd, tot de dijkverzwaring inderdaad enkele meters breder uitviel en die monumentale waterschapswoning eraan moest geloven.