Chris Van Camp.
Volledig scherm
Chris Van Camp. © Diego Franssens

Kind van de rekening

Een kind van de zonde. En ook: de dochter van de maîtresse. Een leven lang had Chris Van Camp het gevoel dat ze er niet mocht zijn. Nu, met haar boek De kus van Dabrowski, komt ze voor het eerst thuis.

De oorzaak is al snel duidelijk. Haar moeder in het Belgische Lier was een gevierde actrice en zangeres in het plaatselijke operettegezelschap. Ze had een buitenechtelijke relatie. Na veertien jaar door alle partijen getolereerd overspel werd dochter Chris geboren. Haar moeder is dan veertig jaar. Chris lijkt met haar rode haar en bleke huid in alles op haar onwettige vader. Hoe het dat meisje verging, vertelt Chris als ze aan het sterfbed van haar 95-jarige moeder zit.

Op pagina 10 van De kus van Dabrowski lezen we: ‘Jaren later, toen ik al aan de hand van mijn moeder hing, zouden zogenaamde vriendinnen van haar half fluisterend vragen of ze niet wist dat de pil bestond. Hoe kun je dat zeggen terwijl het resultaat van de te verijdelen bevruchting je aankijkt? Uiteraard begreep ik het niet helemaal, maar een kind ruikt onraad. Ik heb dat giftige zinnetje toen opgeslagen in wat later zou uitgroeien tot ‘mijn pijnkabinet’.’

Het boek is een waargebeurd verhaal, zo uit het echte leven. Compleet met de echte namen. Louise (Wiske) Henderijckx is de moeder, Rik Schöller is de biologische vader. Chris laat in haar schrijversnaam haar twee vaders aan bod komen, de onechte eerst, dan de echte: Chris Van Camp-Schöller. Moeder Wiske is getrouwd met Jan Van Camp, de man met wie Chris geen dna deelt. Wiske heeft met medeweten van Jan een innige relatie met operettezanger en poelier Rik Schöller. Diens vrouw Marraine is de ‘meter’, naar goed katholiek gebruik de tweede moeder van Chris. Ze groeit op in een hypocriet soort co-ouderschap.

Voor Chris Van Camp (1963) is het haar eerste echt literaire boek, ook al leeft ze al decennia van haar pen. In het boek vertelt ze dat ze het magazine van Opera Vlaanderen maakt. Tegenwoordig werkt ze voor het dansgezelschap van choreograaf Sidi Larbi Cherkaoui, dat - naar haar zeggen - qua organisatie een menselijker maat heeft. Voor dagblad BN DeStem schrijft ze columns. Die kan ze Zeeuws en Zeeuws-Vlaams inkleuren omdat ze pendelt tussen Antwerpen en Hengstdijk, waar ze ook dit boek schreef. Ze heeft wel wat met het gebied. Als het coronavirus geen roet in het eten had gegooid, zou ze komend voorjaar in Hulst zijn getrouwd.

,,Om dit boek te schrijven, heb ik een halve eeuw kunnen oefenen”, zegt Chris. ,,Ik ben blij dat ik het niet eerder heb gedaan, nu kon ik meer afstand nemen.” De ondertitel van het boek geeft dat gevoel weer: ‘Hoe het ‘pijnkabinet’ van een onecht kind een schatkamer werd’. Herinneringen borrelen op tijdens de laatste zeven levensdagen van haar moeder, die in een bejaardenhuis - het home - bewaard wordt ‘als de lege verpakking van zichzelf’. Terwijl ze naast het broze, tot een meter veertig gekrompen vrouwtje zit, trekt haar eigen leven vol verloochening en vernedering voorbij. 

Schrijven is een veilige en rustgevende bezigheid. Al op haar tiende begint ze aan haar eerste boek. De openingszin luidt: ‘De man wiens naam ik draag is niet mijn vader’. Als haar moeder het schrift vindt, scheurt ze er de eerste bladzijdes uit. ‘Je moet geen onzin verkopen’, zegt ze, om er later aan toe te voegen: ‘Het was niet goed geschreven, je kunt beter’. De dan in Chris ontstoken woede blijft jarenlang branden. Met reden, schrijft ze op pagina 179: ‘Mijn moeder nam het nooit voor mij op, integendeel. Ze had haar eigen oorlogen, waarin ze mij als kanonnenvlees inzette’. 

Chris Van Camp PZC
Volledig scherm
Chris Van Camp PZC © Chris Van Camp

Chris neemt afstand. Ze rebelleert, gaat in zwarte kleren lopen en valt op oudere mannen. Ze wil vooral weg uit haar kleinburgerlijke, roddelende geboortestadje. Als ze vele jaren later besluit haar moeder in haar laatste uren bij te staan, hebben ze elkaar jaren niet gezien. In de kast van de bejaardenkamer stuit ze op een Engelstalig boek van de Poolse psychiater Kazimierz Dąbrowski. Moeder Wiske heeft het nooit gelezen, dochter Chris vindt er de theorie van de ‘positieve desintegratie’ in en komt zo tot een nieuwe visie op haar eigen leven. Met als belangrijkste conclusie dat ‘emotionele scheefgroei’ een stimulans kan zijn. ,,En”, zegt ze, ,,ik ging inzien dat niemand iets fout had gedaan. Het leven ging zoals het ging. Wat ik als pijnlijk had ervaren, maakte me ook sterker.”

Ze was het kind van de rekening, het kind dat nergens bij hoorde. Het schrijven van het boek bracht daarin verandering: ,,Ik heb niet meer de behoefte overal bij te horen. De mensen die dicht bij mij staan, die zijn belangrijk: mijn dochter en mijn toekomstige man, met uitbreiding van zelfgekozen familie, bij hen kan ik nu voor het eerst echt thuis komen.”

Chris Van Camp-Schöller: De kus van Dabrowski - Uitgeverij Manteau, 320 pagina's, 23,50 euro.

blogs