Volledig scherm
PREMIUM
Ester Naomi Perquin: Wij zijn de menigte © nvt

Gedichten over moederschap: Haar moeder voetbalde als de beste

door Mario Molegraaf

‘Met zo’n achternaam kom je er wel’, vertelde schrijver Tim Krabbé voorjaar 1998 tegen de 18-jarige Ester Perquin, toen scholiere in Zierikzee en al volop literair actief. In het voorwoord van ‘Wij zijn de menigte die moeder heet’ (gebonden, 192 pagina’s , 15,- euro, Prometheus), haar bloemlezing met ‘gedichten over moederschap’, keert de schrijfster, inmiddels bekend als Ester Naomi Perquin, terug naar Zierikzee.

PZC gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement
  1. De oplichter had twee T-Fords voor de deur
    PREMIUM
    zeeland-geboekt

    De oplichter had twee T-Fords voor de deur

    Anton Dreesmann, Heinrich Cloppenburg, Anton Kreijmborg: toen Westfalen te klein voor ze werd, kwamen ze met hun manufacturenzaken naar Nederland. Dat was eind negentiende eeuw. Ook Heinrich Bokern waagde de sprong en opende in Haarlem, Leiden, Delft, Dordrecht en Rotterdam winkels in hoeden en petten en dameskorsetten. Zijn winkels redden het niet. Zoon Bernard Bokern probeert het nog wel als drogist, maar hij gaat ten onder in wereldcrisis en wereldoorlog.
  2. Greetje
    PREMIUM
    zeeland-geboekt

    Greetje

    Mijn moeder zong wel eens wat als ze aan het koken was of bij ander huishoudelijk werk, zoals aardappelen schillen, bonen doppen, sokken stoppen. Ze zong liedjes als: ‘Twee ogen zo blauw’, of: ‘Op de grote stille heide’, maar ze zong ook ooit over Greetje. Greetje wilde naar haar moeders graf, kreeg daarvoor straf en droeg een brandnetelkleedje. Zoiets vond ik een vreselijk idee. Ik wist wat brandnetels waren en je kreeg er blaasjes van op je handen of armen of kuiten. Dat iemand een jurk van brandnetels droeg, leek me haast onverdraaglijk.

blogs