Hans Faverey, dichter
Volledig scherm
Hans Faverey, dichter © nvt

Faverey
in koudvuur
bewaard

Mario Molegraaf

De uitleggers kunnen er geen genoeg van krijgen. Ze moeten en zullen de kluisachtige poëzie van Hans Faverey (1933-1990) kraken. Zeer geprezen poëzie als de reeks ‘Adriaen Coorte’, voor het eerst gedrukt in 1981. Gedichten waarin op merkwaardige wijze de raadselachtige en tegelijk heldere Zeeuwse schilder wordt gevolgd, of eigenlijk achtervolgd. Voor zover bekend werd Adriaen Coorte rond 1660 geboren te IJzendijke, waarschijnlijk was hij actief te Middelburg, Vlissingen en Zierikzee, na 1707 wordt zijn naam nergens meer vermeld. Een duister bestaan, maar een stralend oeuvre. Niemand wist een bosje asperges zo indringend te portretteren als hij. Een meester van het stilleven, veelzeggend woord, het stilgezette lijkt te leven, bijna te pakken, bijna te eten, maar uiteindelijk helemaal niet te pakken, laat staan te eten.

Op deze paradox van afwezigheid en aanwezigheid varieert Hans Faverey eindeloos, wanneer ik ook even voor uitlegger mag spelen, met termen als ‘ingevroren’ en ‘windstilte’ waarin het geheim zich steevast nét niet laat uitdrukken. Hij is duidelijk in de ban van de schilder, misschien de grootste Zeeuw allertijden, die de essentie van de dingen wist te vangen: ‘Niet anders kunnende geldigheid,/ in koudvuur bewaard.’ Koudvuur, dat is het wegrotten van weefsel, maar juist door dit procedé ogen ‘kruisbes, framboos, romigste asperges’ zo fris. Zoiets.

‘Jaloezieën/ tegen het wit,’ begon Faverey zijn reeks. Zo komen zijn teksten inderdaad over, strepen tussen witregels. Maar dat eerste woord verwijst, volgens mij, ook naar de meervoudige jaloezie die hij voelt jegens de schilder. De dichter stuit snel op de grenzen van de taal, de woorden zitten hem in de weg. Met veel wederkerige werkwoorden en andere cirkelconstructies probeert hij zich daaraan te ontworstelen. Hij omschrijft Coortes stillevens als ‘het in zijn nu verblijvend hier’. Maar komt zo’n op het eerste gehoor imponerende formule niet neer op het in ingewikkelde houding intrappen van een open deur? 

Coorte is en blijft een geweldige schilder. Maar over de waarde van Favereys dichterschap moeten we eens goed nadenken. Door in honderd toonaarden te herhalen hoe machteloos je je voelt, word je nog geen machtige dichter.

  1. Uit de Zeeuwse Almanak
    zeeland-geboekt

    Uit de Zeeuwse Almanak

    In het begin van de maand maart speelde het sterrenbeeld Vissen nog een overheersende rol. Mensen die onder dit sterrenbeeld geboren zijn vertonen doorgaans een grillig karakter. Ze zijn slap, buigzaam en week en ze zijn goedgelovig. Ze lezen daarom dit graag. Gluiperds wil ik ze niet noemen. Vissen zijn uitermate geschikte ondergeschikten. Sinds enkele weken is, zoals u wel gemerkt zal hebben echter het sterrenbeeld Ram van invloed. Rammen zijn te herkennen aan balsturig gedrag. Ze kunnen stijfkoppig zijn, haatdragend, hardnekkig , wraakzuchtig en wrokkig en ze zijn (we durven dit haast niet te schrijven) buitengemeen agressief. Ze weten precies wat een ander moet doen en wat niet, hoe je in de rij moet staan bij de bakker en welke afstand je precies moet bewaren. Ze plakken graag tape op de vloer.
  2. Dit was mijn wereld zonder dat ik er erg in had
    PREMIUM
    Column Jan van Damme

    Dit was mijn wereld zonder dat ik er erg in had

    Het is anders deze dagen. Drastisch anders. Blij zijn met de lente lijkt taboe. Wandelend loeren we achterdochtig naar elkaar, je moet op anderhalve meter afstand blijven hoor. De voordeurbel. Als ik opendoe staat de postbode al tien meter verder op straat te zwaaien dat hij een pakketje heeft neergelegd. De boekwinkel is open, nog wel. Ook daar waan ik me een melaatse. Geen kip, bijna geen kip te zien. Het lijkt of er iemand met een gifspuit door de wereld is getrokken om elk spoortje levendigheid de kop in te drukken.

blogs