Hans Verhagen
Volledig scherm
Hans Verhagen © Klaas Koppe

Een ruige
vreemdeling
op de fiets

Mario Molegraaf

Lang geleden voorspelde een dichteres: ‘de zachte krachten zullen zeker winnen’. De Zeeuwse dichter Hans Verhagen (in 1939 te Vlissingen geboren) wist wel beter en reageerde: ‘die het kwade spreken krijgen steeds meer te vertellen’. 

Hij kwam onze literatuur binnenfietsen, min of meer letterlijk, in een gedicht van een andere Hans, Hans Warren. Voor een jonge dichter heet het gedicht. De schrijver maakt zich in 1956 mooie illusies ‘nu je naar me toe komt fietsen’. Inderdaad, de jonge dichter (indertijd 17) over wie de oude dichter (destijds 34) droomde, was Hans Verhagen.

De oude dichter is er al lang niet meer en nu is ook de jonge dichter gestorven, na drie jaar zieltogend in Beth Shalom te hebben gelegen, het zo zwaar door het vreselijke virus getroffen tehuis in Amsterdam. ‘Al bleef hij er wel vrolijk bij’, vertelde Vic van de Reijt me, die als uitgever veel voor Hans Verhagen heeft gedaan.

Warrens fantasie was op gang gebracht door woorden in een van de (nooit gepubliceerde) gedichten die Verhagen hem stuurde. De woorden ‘een ruige vreemdeling’ om precies te zijn. De realiteit viel tegen, ‘een bril met dikke glazen’, signaleerde Warren onder meer. Maar in zijn werk is Verhagen altijd een ruige vreemdeling geweest. Niet alleen in zijn werk trouwens. Kijk naar de opdrachten die hij in zijn bundels zette, veel te groot en te groots voor één bladzijde. Een ongekende romanticus, onder de indruk van ‘haar razendsnel/ om zich heen grijpende schoonheid’. 

Maar bij Verhagens romantiek denk je doorgaans eerder aan zwart dan aan roze. Een schrijver van poëzie waarin schaamteloos aan profetie wordt gedaan. Onbehaaglijke maar behartenswaardige profetie, bijvoorbeeld over de overbevolking: ‘Wie wil of all people een mens reproduceren/ nog eentje erbij van dit veeleisende, tekortschietende wezen’.

Nog even terug naar 1956, de tijd van de ‘ruige vreemdeling’ die naar Borssele komt fietsen. Hans Verhagen bezigde de woorden in een jeugdgedicht Nobody weeps for me, niemand huilt om mij. Ik heb hem nooit ontmoet, maar ik moet bekennen dat ik toen ik over zijn dood hoorde wel degelijk een traantje liet.

  1. Andreas Kinneging: prikkelend en soms wereldvreemd

    Andreas Kinneging: prikkelend en soms wereld­vreemd

    In één opzicht wil, naar ik vermoed, Andreas Kinneging graag worden tegengesproken. ‘Een Zeeuwse knol wordt nooit een Arabier’, schrijft hij in het voorwoord van ‘De onzichtbare Maat. Archeologie van goed en kwaad’. Een boek dat vanwege de grootscheepse opzet herinneringen oproept aan ‘De compositie van de wereld’ van Harry Mulisch. Bijna zeshonderdvijftig bladzijden dik, honderden zeer geleerde noten, een imponerende bibliografie waarop veel titels van Kinneging, Andreas prijken en een uitgebreide lijst van de ‘meest gebruikte Griekse woorden’. En er wordt véél Grieks gebruikt.
  2. PZC/Drvkkerylezing: Wim Daniëls vertelt over zijn roman 'Quarantaine'.
    Podcast

    PZC/Drvkkerylezing: Wim Daniëls vertelt over zijn roman 'Quarantai­ne'.

    Deze week kwam schrijver Wim Daniëls naar Middelburg voor de PZC/Drvkkerylezing. In gesprek met PZC-verslaggever Jan van Damme vertelde hij over zijn nieuwste boek, de roman ‘Quarantaine’. Bij het gesprek in boekhandel de Drvkkery was met het oog op de coronamaatregelen geen publiek aanwezig. Het interview werd wel opgenomen, zodat geïnteresseerde lezers en alle mensen die dat leuk vinden er toch van kunnen meegenieten.

blogs