cover Jikkemien van Dignate Robbertz
Volledig scherm
cover Jikkemien van Dignate Robbertz © nvt

De klompjes klepperden luid over de klinkers

Toen winters nog winters waren, en zomers nog zomers. In die tijd spelen de boeken van Dignate Robbertz, in 1909 geboren te Veere als Johanna Verstraate en in 1986 ook te Veere gestorven als Johanna Beversluis-Verstraate. Zeeuwser kunnen boeken niet worden dan de boeken van deze dochter van een dijkwerker. Met verve bezigt ze zelfs de Zeeuwse toale. ‘Moe jie nog vee wieë?’ vraagt de hoofdpersoon van ‘Jikkemien’ (1941) aan haar man. Moet je nog veel wieden? ‘Ie eet de ooren van m’n ôod,’ klaagt iemand over een gulzige boerenknecht.

  1. Hans Warren huilde een Grafkrans bij elkaar
    zeeland-geboekt

    Hans Warren huilde een Grafkrans bij elkaar

    Tot de bekendste gedichten van Hans Warren (1921–2001) hoort 174. Precies drie jaar na de begrafenis van zijn moeder bezoekt hij het kerkhof van Borssele waar zij onder een betonnen paaltje met het nummer 174 begraven ligt. Of eigenlijk lag, het paaltje is inmiddels weg. Het graf van de schrijver zelf bevindt zich op dezelfde begraafplaats. ‘Je was het liefste wat ik had’, schreef Hans Warren in 174. Hij herinnert in het gedicht ook aan ‘een grafkrans van sonnetten’ die hij na haar dood ‘bij elkaar’ had gehuild. Géén dichterlijke vrijheid, die ‘Grafkrans’ bestaat echt en is nu voor het eerst te lezen. Artistiek Bureau in Groningen maakte een bijzonder uitgevoerd bibliofiel boekje van Grafkrans, gedrukt in slechts tweehonderdvijftig exemplaren. Mario Molegraaf voorzag de gedichten van een uitgebreide toelichting.