Wim Hofman rubriek beestjes
Volledig scherm
Wim Hofman rubriek beestjes © Wim Hofman

Beestjes

Ooit, tamelijk lang geleden, zag ik een wesp die vocht met een bij. De wesp won gemakkelijk. De bij kon niet veel doen blijkbaar. De wesp beet vervolgens de bij in drie stukken. Hij gaf als het ware aanschouwelijk onderwijs en daar hield ik wel van: eerst ging de kop eraf, dat leek gemakkelijk te gaan. De bij had maar een dun nekje. Ook het achterlijf was er zo afgeknaagd. De wesp nam het middenstuk mee. Misschien is het borststuk het lekkerst of het meest voedzaam. Het zou best eens kunnen. Sindsdien weet ik goed dat insecten uit drie gedeelten bestaan, de kop, het borststuk waar vleugels en zes poten aan zitten en als derde stuk het achterlijf.

Het is lente geworden en we zien we al her en der allerlei beestjes. Bladluizen dansten met z’n allen de tuin in, bijen hingen al ondersteboven aan bloemen, ik zag hommels laag bij de grond vliegen op zoek naar een mooi holletje voor hun nest, een oud muizenholletje misschien. Dat zijn de aardhommels. Mieren kropen met honderden tegelijk een klimroos in. Zo’n plant heet niet voor niets zo. En tot mijn grote ergernis zag ik ook al een geelgroen rupsje van de buxusmot. Waar die nu opeens vandaan komt? Nog steeds kan ik al die diertjes niet goed uit elkaar houden. Er zijn er die steken en niet steken. Vrouwtjesbijen steken. Mannetjes niet. Maar ik weet nog steeds niet goed hoe je vrouwtjes en mannetjes uit elkaar kan houden. Ooit wilde ik lekker in een klaverveldje gaan liggen, in de zon, en toen stak een hommel in mijn rug.

,,Dat was dan een vrouwtje”, zei Patrick, een klasgenoot van me, die veel van bijen en hommels wist. Om dit te laten zien ving hij een hommel en stak die in zijn mond. Hij liet de hommel even later weer vrij. Hij was niet gestoken.

,,Dat was dus een mannetje”, zei Patrick.

Maar ik zie het verschil nog steeds niet.

blogs