Reiskoets met grote manden, het type waarin Johan Steengracht en zijn medereizigers zich verplaatsten. Detail uit gravure Gezicht op de Bastille van Parijs door J. Rigaud.
Volledig scherm
PREMIUM
Reiskoets met grote manden, het type waarin Johan Steengracht en zijn medereizigers zich verplaatsten. Detail uit gravure Gezicht op de Bastille van Parijs door J. Rigaud. © Uitgeverij Verloren

Aan de boemel in Parijs?

  1. Niet kauwen, hadden we onderling afgesproken, dat vindt Hij vast niet lekker
    PREMIUM
    column jan van damme

    Niet kauwen, hadden we onderling afgespro­ken, dat vindt Hij vast niet lekker

    Ták. Een harde tik met het zakmes op de houten kerkbank. Onze meester keek er streng bij. Eén ták betekende dat we met z'n allen moesten opstaan. Na twee tákken mochten we in colonne naar voren naar de communiebank lopen. Schrijden zou ik nu zeggen, je werd geacht niet te huppen of te versnellen, waardig jongens, waardig. Ik had mijn witte overhemd aan met een strikje onder mijn kin. Sommige meisjes in mijn klas hadden een sluier op hun hoofd, alsof ze gingen trouwen.
  1. Veel Zeeuws in de wereld van T.C. Boyle
    PREMIUM

    Veel Zeeuws in de wereld van T.C. Boyle

    Nog úren nadat op woensdag Nina, ooit uit Rusland naar Nederland gekomen, is vertrokken praat ik net zo onbekommerd krom als zij: ‘Ik alles weer schoon gemaakt heb’. In World’s End (1987), een roman met kleine letters en grote gevoelens van de geweldige Amerikaanse verteller T.C. Boyle (geb. 1948), wordt ook zo’n besmet en besmettelijk taaltje gesproken. ‘What’s wrong with vader?’, zeggen de kinderen. Zelfs de Indianen spreken een woordje Nederlands, ‘Dank u’ en ‘Alstublieft’.
  2. Hans Warren huilde een Grafkrans bij elkaar
    zeeland-geboekt

    Hans Warren huilde een Grafkrans bij elkaar

    Tot de bekendste gedichten van Hans Warren (1921–2001) hoort 174. Precies drie jaar na de begrafenis van zijn moeder bezoekt hij het kerkhof van Borssele waar zij onder een betonnen paaltje met het nummer 174 begraven ligt. Of eigenlijk lag, het paaltje is inmiddels weg. Het graf van de schrijver zelf bevindt zich op dezelfde begraafplaats. ‘Je was het liefste wat ik had’, schreef Hans Warren in 174. Hij herinnert in het gedicht ook aan ‘een grafkrans van sonnetten’ die hij na haar dood ‘bij elkaar’ had gehuild. Géén dichterlijke vrijheid, die ‘Grafkrans’ bestaat echt en is nu voor het eerst te lezen. Artistiek Bureau in Groningen maakte een bijzonder uitgevoerd bibliofiel boekje van Grafkrans, gedrukt in slechts tweehonderdvijftig exemplaren. Mario Molegraaf voorzag de gedichten van een uitgebreide toelichting.