Wintersport

column Willem van DamHoe lang is het geleden dat ik me voor het laatst op het ijs waagde? Zeker een jaar of twintig, als het niet nóg langer geleden is. Het was op een januaridag, op een kreek even buiten ons dorp. Krak, klonk het, en plots stond ik tot aan mijn middel in het ijskoude water. 

Volledig scherm
© Joost Hoving

Sindsdien tracht ik de winter te negeren. Zodra de weerman of weervrouw annonceert dat er sneeuw of vorst op komst is, glijd ik in een soort winterslaap. Dan sluit ik de deuren, dicht ik gaten en kieren met oude kranten, gooi een paar extra houtblokken in de open haard en poog alle boeken te lezen die nog ongelezen zijn gebleven. Pas als de eerste krokussen de kop opsteken, durf ik me weer buiten te wagen. Verbaasde blikken dus, toen ik aankondigde dat ik op wintersport zou gaan. 

- 'Jij op wintersport? Jíj die zo'n pesthekel aan kou heeft, jíj die laatst nog zo'n lullig stukkie over schaatsen schreef, jíj op wintersport?'

- ,,Ja, ìk.''

Want zo ben ik, hè? Mevrouw Van Dam zeurt al jaren dat ze zo graag eens naar een gebied gaat waar je kunt skiën en snowboarden en waar je tussen door sneeuw gewitte sparrenbomen kunt wandelen. Ze keek me weer eens vragend aan toen ze vernam dat onze oudste dochter met man en kinderen voor een weekje naar Winterberg vertrok: ,,Zullen we ook eens...?''

Zo zat ik dan eindelijk in een vakantiehuisje op een besneeuwde heuvel in het Sauerland, met zicht op skihellingen waarboven helikopters wiekten en waar de sirenes gilden van ambulances die de zoveelste waaghals met gebroken ledematen naar het ziekenhuis afvoerden.

Geen poot buiten gezet. Mij te link met die sneeuw en die gladde bergpaadjes. Nee hoor, alle dagen lekker met een weizenbier en een vette currywurst bij een prettig haardvuur in ons vakantiebungalowtje blijven zitten en een paar mooie boeken uitgelezen. 

Wintersport, ik ben er gek op.

PZC gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement

Columns