Willem van Dam.
Volledig scherm
PREMIUM
Willem van Dam. © Joost Hoving

Wie ik ook in het stemlokaal aantrof, géén Willem A. en Máxima

COLUMN WILLEM VAN DAMDe Oranjes doen graag verstoppertje. Deed onze koning in zijn vlegeljaren niet mee aan de Elfstedentocht onder de schuilnaam W. A. van Buren? Verscholen zijn oma en zijn overgrootmoeder zich ook niet graag achter een pseudoniem als ze in een aangenaam restaurant onbespied een oester naar binnen wilden slurpen? Zijn moeder – weet u nog, dat ze samen met dé majoor van het Leger des Heils anoniem de Amsterdamse Wallen verkende? En vergeet zijn opa niet hè, die zich als Victor Baarn aan de balie van een vliegtuigfabrikant meldde om wat steekpenningen te incasseren.

  1. 
Hoe ik mijn verjaardag vierde
    PREMIUM
    column willem van dam

    Hoe ik mijn verjaardag vierde

    Vanaf de omslag kijkt de auteur me vanachter zijn brillenglazen met schalkse blik aan. Rood jasje, stropdas met bloemmotief, kokette laarsjes onder een donkere pantalon. De auteur wordt omringd door vijf slechts in pikante zwarte lingerie gehulde schonen, en heeft derhalve alle reden om schalks te zijn. Hoe ik mijn verjaardag vierde is de titel van de bundel met acht korte verhalen, in 1971 uitgegeven door De Bezige Bij. Het boek stond al zo’n vijftig jaar (de bladzijden zijn inmiddels vergeeld) in mijn boekenkast. Ongelezen. En waarom ik het nooit had gelezen? Geen flauw idee.
  2. Met Het Pauperparadijs in mijn bagage naar het Drentse Veenhuizen
    PREMIUM
    column Willem van Dam

    Met Het Pauperpara­dijs in mijn bagage naar het Drentse Veenhuizen

    Het bericht dreigde deze week even kopje onder te gaan in de stortvloed aan nieuws over het virus dat ons het leven al ruim een jaar zuur maakt, de Limburgers die tot hun knieën door het water waadden en de verrichtingen (waar blijven de beloofde 48 medailles?) van onze Olympiërs. Gelukkig wijdde deze courant er dinsdag alsnog een royale tweekolommer aan: de Kolonïen van Weldadigheid hebben een plaats gekregen op Unesco Werelderfgoedlijst.
  3. Een potige portier maande ons het pand onmiddellijk te verlaten
    PREMIUM

    Een potige portier maande ons het pand onmiddel­lijk te verlaten

    Fijn, we mogen van Rutte weer naar het zwembad. Niet dat ik van plan ben om dat te doen, want er zijn weinig dingen waaraan ik zo’n hekel heb als aan zwemmen. Vroeger, toen ik nog een jongetje was met een ziekenfondsbrilletje en opgeknipte haartjes, toen was ik een echte waterrat. Ik was zelfs lid van een zwemvereniging (De Watervrienden) en liep elke zaterdag met een opgerolde handdoek (waarin twee met reuzel besmeerde bruine boterhammen én de door mijn moeder gebreide zwembroek) onder mijn arm naar Stoop’s Bad- en Zweminrichting. Daar plonsde ik onvervaard van de hoge plank in het water, in de hoop dat Lieneke, het meisje op wie ik hevig verliefd was, zou denken: ‘Zo, die Willem durft’.