Willem van Dam
Volledig scherm
PREMIUM
Willem van Dam © Joost Hoving

We worden oud. Nee, we zíjn oud

De advertentie stond achttien jaar geleden in de PZC. Op pagina 14, op  de pagina met de familieberichten:

‘Apetrots zijn we op onze prachtige kleindochter:

Noortje Emma‘

Ons eerste kleinkind was geboren. En dat móést de wereld weten.

  1. Wie ik ook in het stemlokaal aantrof, géén Willem A. en Máxima
    PREMIUM
    COLUMN WILLEM VAN DAM

    Wie ik ook in het stemlokaal aantrof, géén Willem A. en Máxima

    De Oranjes doen graag verstoppertje. Deed onze koning in zijn vlegeljaren niet mee aan de Elfstedentocht onder de schuilnaam W. A. van Buren? Verscholen zijn oma en zijn overgrootmoeder zich ook niet graag achter een pseudoniem als ze in een aangenaam restaurant onbespied een oester naar binnen wilden slurpen? Zijn moeder – weet u nog, dat ze samen met dé majoor van het Leger des Heils anoniem de Amsterdamse Wallen verkende? En vergeet zijn opa niet hè, die zich als Victor Baarn aan de balie van een vliegtuigfabrikant meldde om wat steekpenningen te incasseren.
  2. Een zwijnenstal? Dan had moeder Van Dam het appartementje van de Rolling Stones niet gezien...
    PREMIUM
    Column Willem van Dam

    Een zwijnen­stal? Dan had moeder Van Dam het apparte­ment­je van de Rolling Stones niet gezien...

    Ik beken: in mijn jonge jaren was ik een enorme smeerkees. Ik heb het mijn moedertje zaliger honderden keren horen roepen: ,,Jongen, ruim je rotzooi toch eens achter je kont op.’’ En later, toen ik op mezelf was gaan wonen, heb ik haar vele malen mismoedig het hoofd zien schudden als ze de moed had kunnen opbrengen om mij op te zoeken in mijn woonhol, een afbraakpand in het centrum van de stad waar ik opgroeide. ,,Jongen, zo heb ik je toch niet opgevoed.’’
  3. Ik lijk inmiddels op Dion Graus. Hier is sprake van een noodgeval!
    PREMIUM
    column willem van dam

    Ik lijk inmiddels op Dion Graus. Hier is sprake van een noodgeval!

    Nee, ik ga het niet hebben over de scheve schaats van CDA-minister Hoekstra; over minister De Jonge (óók CDA) die zich zonder mondkapje vertoonde in een winkel; over minister Grapperhaus (CDA) die zich op zijn bruiloft een slag in de rondte knuffelde; over D66-kopstuk Jetten die net deed alsof ie niet wist dat de sportscholen ook voor hém gesloten zijn; over onze vorst + gemalin + kroost die ondanks alle coronaperkingen doodleuk op vakantie gingen. Daarover is al genoeg gezegd en geschreven. En daarover zal in deze verkiezingstijd nog genoeg gezegd en geschreven worden.
  1. 
Ik zie mannen met
kapsels die herinneringen
oproepen aan de jaren 60
    PREMIUM
    column Willem van Dam

    Ik zie mannen met kapsels die herinneringen oproepen aan de jaren 60

    Kapster Karin uit Vlissingen verstrekt op Omroep Zeeland-tv kniptips. Het LOI biedt cursussen thuisknippen aan. Op YouTube barst het van de filmpjes met instructies voor de doe-het-zelf-kapper. Op straat zie ik mannen rondlopen met kapsels die herinneringen aan de roerige jaren 60 (‘Beter langharig dan kortzichtig!’) oproepen. In de supermarkt kom ik mevrouwen met uitgezakte permanentjes tegen die mij sterk doen denken aan de hoogbejaarde dwergpoedel van mijn oom Frits.
  2. Een potige portier maande ons het pand onmiddellijk te verlaten
    PREMIUM

    Een potige portier maande ons het pand onmiddel­lijk te verlaten

    Fijn, we mogen van Rutte weer naar het zwembad. Niet dat ik van plan ben om dat te doen, want er zijn weinig dingen waaraan ik zo’n hekel heb als aan zwemmen. Vroeger, toen ik nog een jongetje was met een ziekenfondsbrilletje en opgeknipte haartjes, toen was ik een echte waterrat. Ik was zelfs lid van een zwemvereniging (De Watervrienden) en liep elke zaterdag met een opgerolde handdoek (waarin twee met reuzel besmeerde bruine boterhammen én de door mijn moeder gebreide zwembroek) onder mijn arm naar Stoop’s Bad- en Zweminrichting. Daar plonsde ik onvervaard van de hoge plank in het water, in de hoop dat Lieneke, het meisje op wie ik hevig verliefd was, zou denken: ‘Zo, die Willem durft’.
  3. Saai werd het nooit, daar aan de Irislaan
    PREMIUM

    Saai werd het nooit, daar aan de Irislaan

    Ja, ja, ik was er ook bij, die zaterdagavond de 18e augustus 1990. En ik stond, net als al die andere ruim vierduizend toeschouwers, hartstochtelijk te juichen toen Remco van Keeken de 1-0 scoorde en de 2-0. Het stadionnetje (nou ja, stadionnetje – een paar wankele tribunes, vier lichtmasten en een koek & zopietent) aan de Irislaan zat bommetjevol. En wat weinigen verwachtten gebeurde: RBC werd door VC Vlissingen met een 2-0 nederlaag naar huis gestuurd.

Columns