Willem van Dam.
Volledig scherm
PREMIUM
Willem van Dam. © Joost Hoving

Vooral besneeuwde landschapjes sieren onze bijzettafel

column jan van dammeBof ik even. Niemand die mijn handschrift kan lezen. Ze zeggen wel eens dat dokters over een onleesbaar handschrift beschikken, nou, dan hebben ze het mijne nog nooit gezien. Dat begon al op de lagere school, toen ik met een kroontjespen mijn eerste woordjes moest schrijven. Een zooitje was het. Schots en scheef dansten de letters door mijn schriftje. Hoe ik mijn best ook deed – puntje van de tong uit mijn mond geperst - voor schoonschrijven haalde ik nooit een voldoende.

  1. Een potige portier maande ons het pand onmiddellijk te verlaten
    PREMIUM

    Een potige portier maande ons het pand onmiddel­lijk te verlaten

    Fijn, we mogen van Rutte weer naar het zwembad. Niet dat ik van plan ben om dat te doen, want er zijn weinig dingen waaraan ik zo’n hekel heb als aan zwemmen. Vroeger, toen ik nog een jongetje was met een ziekenfondsbrilletje en opgeknipte haartjes, toen was ik een echte waterrat. Ik was zelfs lid van een zwemvereniging (De Watervrienden) en liep elke zaterdag met een opgerolde handdoek (waarin twee met reuzel besmeerde bruine boterhammen én de door mijn moeder gebreide zwembroek) onder mijn arm naar Stoop’s Bad- en Zweminrichting. Daar plonsde ik onvervaard van de hoge plank in het water, in de hoop dat Lieneke, het meisje op wie ik hevig verliefd was, zou denken: ‘Zo, die Willem durft’.
  2. Ik had zo'n vaag vermoeden van wat er komen zou
    PREMIUM
    COLUMN WILLEM VAN DAM

    Ik had zo'n vaag vermoeden van wat er komen zou

    ,,Weet je waar jíj eens een stukkie over moet schijven…?’’ Met een dwingende wijsvinger priemde de man in mijn richting. Ik had bij de slager net een onsje rookvlees, een bakje likkepot (in de reclame!) en een pond gehakt (half om half) besteld, toen hij vlak naast me kwam staan. ,,Ho, ho, ho’’, deinsde ik terug, ,,denk om de anderhalve meter, hé?’’ Maar daar trok hij zich niet heel veel van aan.

Columns