Willem van Dam.
Volledig scherm
PREMIUM
Willem van Dam. © Joost Hoving

Surinamers bij hen op het dorp? Dat nooit!

COLUMN WILLEM VAN DAM‘Geen draagvlak voor asielzoekers’, kopte de Eendrachtbode, nieuwsblad voor Tholen en Sint Philipsland, vorige week. ‘Als het aan het gemeentebestuur ligt, komt er geen grote opvanglocatie voor asielzoekers op Tholen of Sint Philipsland’, las ik. En waarom niet? Omdat er ‘geen draagvlak onder de bevolking’ zou zijn.

  1. De rij wachtenden week uiteen - zijn geur werkte als een breekijzer
    PREMIUM
    COLUMN WILLEM VAN DAM

    De rij wachtenden week uiteen - zijn geur werkte als een breekijzer

    ,,Mag ik even voor, want ik ben een oude man.” Even dacht ik dat ik het niet goed had verstaan, maar toen zei hij het nog een keer, iets dwingender: ,,Ik ben een oude man, mag ik even voor?” Hij had het niet eens hoeven vragen. De rij wachtenden week spontaan uiteen toen de man z’n winkelwagentje volgeladen met goedkope blikjes bier in de richting van de kassa van de supermarkt wrong. De geur die hij verspreidde werkte als een breekijzer.
  1. Zonder vis thuiskomen, dát was onze eer toch zeker te na?
    PREMIUM
    column Willem van Dam

    Zonder vis thuiskomen, dát was onze eer toch zeker te na?

    Ach, kijk nou toch eens, wat leuk! Terwijl ik trachtte enig orde te scheppen in de dozen waarop ik ooit met viltstift ‘Familiearchief’ had gekalkt, kwam de foto tevoorschijn. Er staat een ventje van een jaar of zes op, blond, blauwe kaplaarzen, kniestukken op z’n broek, gele jas en een triomfantelijke grijns. Groos houdt hij een hengeltje omhoog waaraan een makreel bungelt - een gerookte makreel, die we samen bij de visboer hadden gekocht na een middagje vruchteloos hengelen in het kanaal naar het Goese Sas.
  2. Met een doffe plof knalde het meesje tegen het glas
    PREMIUM
    Column Willem van Dam

    Met een doffe plof knalde het meesje tegen het glas

    Plots zat-ie op het aanrecht. Zo maar, op een zonnige zondagmiddag. Een verdwaald koolmeesje. Was pardoes door de openstaande tuindeuren ons huis binnengevlogen. Een mooi beestje, zwarte en gele veertjes en met een paar kraaloogjes die paniek uitstraalden. Bevreesd hief het diertje de staart, deponeerde een angstpoepje op het keukenblad, fladderde weg en landde op mijn bureau waar het - op het toetsenbord van de computer waarop ik nu dit stukje tik - weer een poepje achterliet. Maar ja, neem dat zo’n beestje eens kwalijk. Doe je niet. Toch?

Columns