Volledig scherm
PREMIUM
Willem van Dam. © Joost Hoving

Ontheffing

COLUMN WILLEM VAN DAMBoer Koekoek zong ‘Den Uyl is in den olie’ en ik reed rond in een Simca 1000 Rally, een koekblikkerige oranje automobiel, maar wél voorzien van kuipstoeltjes, racestrepen en racestuur. Begin jaren zeventig. Oliecrisis. Terwijl vrijwel het ganse Nederlandse volk des zondags vol chagrijn achter de vitrage zat omdat het met zijn autootje de weg niet op mocht, scheurde ik fluitend met mijn Simca over nagenoeg verlaten ’s Heeren Wegen.

  1. Ik was van plan te schrijven over een bejaarde bedrieger
    PREMIUM
    Column Willem van Dam

    Ik was van plan te schrijven over een bejaarde bedrieger

    Ik was van plan een stukje te schrijven, waarin ik Sinterklaas tot op de enkels afbrandde. Ik wilde schrijven, dat ik de man een bejaarde bedrieger vind. Een uitslover bovendien, met die rare stok die hij staf noemt, met zijn pluizige baard, dat rode gordijn dat hij als mantel gebruikt, die malle mijter en dat dikke boek waarin hij zogenaamd van al die goedgelovige kindertjes de ondeugden heeft neergepend.
  2. Reebruine ogen
    PREMIUM
    Column Willem van Dam

    Reebruine ogen

    Weet u nog, Bambi? Ja precies, ik bedoel dat schattige witstaarthertje wiens moeder door een jagersman werd doodgeschoten. Ik zal een jaar of zes zijn geweest toen ik de film (het was in een filmzaaltje van – ik geloof – het Leger des Heils) voor het eerst zag. Tranen met tuiten. De film werd geschikt geacht voor alle leeftijden. Een grovere blunder heeft de filmkeuringscommissie nooit meer begaan; de lotgevallen van het snoezige hertje sneden zó diep door mijn tere kinderziel, dat ik nachtenlang in mijn jongensbedje heb liggen huilen.
  3. Bomans
    PREMIUM
    COLUMN WILLEM VAN DAM

    Bomans

    Het briefje bewaar ik nog altijd zorgvuldig in een doorzichtig plastic mapje; het briefje dat Godfried Bomans zo’n zeventig jaar geleden – met potlood! - aan mijn vader schreef. Mijn vader (hij bracht het van broodbezorger tot journalist én schreef enkele toneelstukken) had Bomans om raad gevraagd: hoe kan ik mijn schrijverschap verbeteren? Bomans was niet te beroerd om mijn vader van advies te dienen: ,,Werk. Verwacht niets van anderen. Werk zóo, dat de menschen U lezen. Een andere weg is er niet.’’

Columns