Joost Hoving
Volledig scherm
PREMIUM
© Joost Hoving

Met een ui onder de oksel naar de keuring

Column Willem van DamWe riepen ‘Beter langharig dan kortzichtig’, lazen De Hitweek, sabbelden soms aan stickies, draaiden Aftermath (What a drag it is getting old) van The Stones grijs - ha, de jaren zestig! In Amsterdam dansten de Provo’s rond Het Lieverdje, in de veilinghallen te Blokker deden The Beatles yeah, yeah, yeah, Phil Bloom verscheen in haar blootje op tv. Ach man, het leven was (met dank aan Remco Campert) vurrukkelluk; ‘Je stampte met je voet op de grond en er was een feest’, schreef diezelfde Remco Campert.

  1. Zij schonk mij een glimlach, ik haar een cassis
    PREMIUM

    Zij schonk mij een glimlach, ik haar een cassis

    Zij dronk cassis, ik stond bij de flipperkast stoer te doen, uit de jukebox klonk Dear Ann van de George Baker Selection. Daar, in de Ganzebar aan de Goese Grote Markt, zagen we elkaar voor het eerst. Niet veel later, het was op een zaterdagavond, troffen we elkaar opnieuw, in De Korenbeurs in Kortgene, destijds een bekende danstent. Zij danste sierlijk, ik deed een poging daartoe. Zij schonk mij een glimlach, ik haar nog een glaasje cassis. Afijn, zo is het gekomen.
  2. Jantjes Streeken
    PREMIUM
    column willem van dam

    Jantjes Streeken

    De kleine ingreep aan mijn grote teen heb ik dapper doorstaan. Wat er nog aan herinnert is een forse pleister en een tegel, door kleindochter Lieve (9) beschilderd met allerlei kleurige figuurtjes. Bij thuiskomst uit het ziekenhuis lag het kunstwerkje zorgvuldig ingepakt op tafel op me te wachten. ‘Voor Opa’, had Lieve er op geschreven. Als doekje voor het bloeden. Ze had er haar stinkende best op gedaan, dat kon je zo zien. En daarom heeft het een prominente plaats in Opa’s Museum gekregen.
  3. Soms hoop ik stiekem dat er in Terneuzen ook zo'n employé rondloopt
    PREMIUM
    Column Willem van Dam

    Soms hoop ik stiekem dat er in Terneuzen ook zo'n employé rondloopt

    Er zijn van die krantenberichten waar ik buitengewoon vrolijk van word. Wat dacht u van dat bericht over die overijverige medewerker van de plantsoenendienst in Utrecht? ‘Zo jongen’, had de chef onkruidbestrijding hem verordonneerd terwijl hij hem een brander in de hand drukte, ‘ga jij de stad maar eens van vuulte ontdoen’. De chef verdween in zijn kantoortje achter een berg papierwerk en de medewerker toog spoorslags aan de arbeid.