Volledig scherm
PREMIUM
Willem van Dam. © Joost Hoving

Jokkebrokken

COLUMN WILLEM VAN DAMHè, hè, eindelijk, daar zijn we ook weer vanaf. Van die lieden die ons van alles en nog wat voorspiegelden, omdat ze een zeteltje in Provinciale Staten begeerden. De voorbije vier jaar vrijwel niets van ze vernomen, maar de afgelopen paar weken doken ze plots  overal op om hun opvattingen uit te venten; ze propten onze brievenbussen vol met folders, overlaadden ons op marktpleinen en in winkelstraten met brochures.

PZC gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement
  1. Toen ze me in het oog kreeg, stak ze minachtend een middelvinger naar me op
    PREMIUM
    Column Willem van Dam

    Toen ze me in het oog kreeg, stak ze minachtend een middelvin­ger naar me op

    Opstootje in de supermarkt. Ik had net een tros bananen in mijn mandje laten landen, toen er even verderop geschreeuw klonk: ,,Hoorde je dat? Die man zei kutwijf tegen me!’’ Wat zich precies had voorgedaan werd me niet geheel duidelijk, feit was dat een vrouw het in het gangpad tussen de snoepjes en de frisdranken aan de stok had gekregen met een fors model man op Zweedse klompen.
  2. Iemand informeerde of het geen tijd werd om dat ‘schaamhaar op je bakkes’ weg te snoeien
    PREMIUM
    Column Willem van Dam

    Iemand informeer­de of het geen tijd werd om dat ‘schaamhaar op je bakkes’ weg te snoeien

    Waarom weet ik niet meer, maar ooit – het zal zo’n twintig jaar geleden zijn – besloot ik dat ik een baard wilde. Een mooie volle baard. Net zo een als die van Jan, Pier, Tjoris en Corneel die ‘te kaapr’n’ gingen varen. En zie: na een paar dagen al moest ik mij een baardtrimmer aanschaffen om het pluizige gewas op mijn kaken enigszins in goede banen te leiden.

Columns