Willem van Dam.
Volledig scherm
PREMIUM
Willem van Dam. © Joost Hoving

In de stromende regen de blaren op je voeten lopen, je moet er maar zin in hebben

column willem van damAlle jubelverhalen over de Kustmarathon ten spijt: ik heb het sterke vermoeden dat er toch ergens een steekje los moet zitten als je 42 kilometer gaat wandelen terwijl de regen bij bakken uit de lucht valt. Tweeënveertig kilometer! Weet je wel hoe ver dat is? Dat is helemaal van Burgh naar Zoutelande!

  1. Een potige portier maande ons het pand onmiddellijk te verlaten
    PREMIUM

    Een potige portier maande ons het pand onmiddel­lijk te verlaten

    Fijn, we mogen van Rutte weer naar het zwembad. Niet dat ik van plan ben om dat te doen, want er zijn weinig dingen waaraan ik zo’n hekel heb als aan zwemmen. Vroeger, toen ik nog een jongetje was met een ziekenfondsbrilletje en opgeknipte haartjes, toen was ik een echte waterrat. Ik was zelfs lid van een zwemvereniging (De Watervrienden) en liep elke zaterdag met een opgerolde handdoek (waarin twee met reuzel besmeerde bruine boterhammen én de door mijn moeder gebreide zwembroek) onder mijn arm naar Stoop’s Bad- en Zweminrichting. Daar plonsde ik onvervaard van de hoge plank in het water, in de hoop dat Lieneke, het meisje op wie ik hevig verliefd was, zou denken: ‘Zo, die Willem durft’.
  2. Met Het Pauperparadijs in mijn bagage naar het Drentse Veenhuizen
    PREMIUM
    column Willem van Dam

    Met Het Pauperpara­dijs in mijn bagage naar het Drentse Veenhuizen

    Het bericht dreigde deze week even kopje onder te gaan in de stortvloed aan nieuws over het virus dat ons het leven al ruim een jaar zuur maakt, de Limburgers die tot hun knieën door het water waadden en de verrichtingen (waar blijven de beloofde 48 medailles?) van onze Olympiërs. Gelukkig wijdde deze courant er dinsdag alsnog een royale tweekolommer aan: de Kolonïen van Weldadigheid hebben een plaats gekregen op Unesco Werelderfgoedlijst.
  3. Ik had zo'n vaag vermoeden van wat er komen zou
    PREMIUM
    COLUMN WILLEM VAN DAM

    Ik had zo'n vaag vermoeden van wat er komen zou

    ,,Weet je waar jíj eens een stukkie over moet schijven…?’’ Met een dwingende wijsvinger priemde de man in mijn richting. Ik had bij de slager net een onsje rookvlees, een bakje likkepot (in de reclame!) en een pond gehakt (half om half) besteld, toen hij vlak naast me kwam staan. ,,Ho, ho, ho’’, deinsde ik terug, ,,denk om de anderhalve meter, hé?’’ Maar daar trok hij zich niet heel veel van aan.

Columns