Willem van Dam
Volledig scherm
PREMIUM
Willem van Dam © Joost Hoving

Ik pak mijn kijker pas als er een écht vreemde snoeshaan opduikt

Rare lui, die vogelspotters. Zodra zich ergens een vreemde vogel vertoont, rukken ze massaal uit. De foto in de krant gezien? Die toonde een rijtje kleumende lieden (dikke jassen, capuchons over het hoofd getrokken) die op de Veerse Gatdam door een verrekijker staan te turen naar een kortbekzeekoet. Dat is een soort meerkoet maar dan met een iets dikkere snavel. Niet iets om opgewonden van te worden, zou ik denken.

  1. Zonder vis thuiskomen, dát was onze eer toch zeker te na?
    PREMIUM
    column Willem van Dam

    Zonder vis thuiskomen, dát was onze eer toch zeker te na?

    Ach, kijk nou toch eens, wat leuk! Terwijl ik trachtte enig orde te scheppen in de dozen waarop ik ooit met viltstift ‘Familiearchief’ had gekalkt, kwam de foto tevoorschijn. Er staat een ventje van een jaar of zes op, blond, blauwe kaplaarzen, kniestukken op z’n broek, gele jas en een triomfantelijke grijns. Groos houdt hij een hengeltje omhoog waaraan een makreel bungelt - een gerookte makreel, die we samen bij de visboer hadden gekocht na een middagje vruchteloos hengelen in het kanaal naar het Goese Sas.
  2. Dan werden de stoelen in een kring gezet
    PREMIUM

    Dan werden de stoelen in een kring gezet

    We noemden haar tante - tante Rietje. Tante Rietje was geen echte tante, ze was een overbuurvrouw. Maar omdat zij nogal vaak (soms té vaak) bij ons over de vloer kwam, noemden wij haar tante. Tante Rietje was getrouwd met Jopie. Geen ome Jopie, oh nee, geen sprake van! Want Jopie was een klein, onaangenaam mannetje, wiens geringe gestalte werd gecompenseerd door een paar grote handen, waarmee hij graag op Rietje los timmerde. Als Jopie zijn gramschap weer eens op haar wilde botvieren, zocht zij meestal een veilig heenkomen in onze bovenwoning. En zo was Rietje gaandeweg van overbuurvrouw tot tante gepromoveerd.

Columns