Joost Hoving
Volledig scherm
PREMIUM
© Joost Hoving

Ik heb nog geen definitieve keuze gemaakt

column Willem van DamBinnenkort kan ik een brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport verwachten; of ik nu eindelijk eens wil laten weten wat met mij te doen wanneer ik ben ontslapen. Mooi woord trouwens, dat ontslapen. Het werd afgelopen zaterdag in het radioprogramma De Taalstaat van Frits Spits niet voor niets genoemd als een ‘vergeetwoord’ dat het verdient om gekoesterd te worden. Maar dat slechts terzijde.

  1. Met een doffe plof knalde het meesje tegen het glas
    PREMIUM
    Column Willem van Dam

    Met een doffe plof knalde het meesje tegen het glas

    Plots zat-ie op het aanrecht. Zo maar, op een zonnige zondagmiddag. Een verdwaald koolmeesje. Was pardoes door de openstaande tuindeuren ons huis binnengevlogen. Een mooi beestje, zwarte en gele veertjes en met een paar kraaloogjes die paniek uitstraalden. Bevreesd hief het diertje de staart, deponeerde een angstpoepje op het keukenblad, fladderde weg en landde op mijn bureau waar het - op het toetsenbord van de computer waarop ik nu dit stukje tik - weer een poepje achterliet. Maar ja, neem dat zo’n beestje eens kwalijk. Doe je niet. Toch?
  2. Bij PostNL laten ze je wachten tot sint-juttemis
    PREMIUM
    Column Willem van Dam

    Bij PostNL laten ze je wachten tot sint-juttemis

    Ik weet dat het niet erg chique is om op deze plek een privéruzie uit te vechten. Maar de kwestie zit me zo hoog, dat ik de verleiding niet kan weerstaan. Ik verkeer in staat van oorlog met PostNL. Dat is dat bedrijf met die oranje-witte busjes die door de straten scheuren. Het is dat bedrijf dat zijn bezorgers volgens de vakbond met een hongerloontje afscheept. Het is dat bedrijf dat pakketjes bij u en mij bezorgt – als het goed gaat tenminste, en dat gaat het niet altijd.
  3. Dan werden de stoelen in een kring gezet
    PREMIUM

    Dan werden de stoelen in een kring gezet

    We noemden haar tante - tante Rietje. Tante Rietje was geen echte tante, ze was een overbuurvrouw. Maar omdat zij nogal vaak (soms té vaak) bij ons over de vloer kwam, noemden wij haar tante. Tante Rietje was getrouwd met Jopie. Geen ome Jopie, oh nee, geen sprake van! Want Jopie was een klein, onaangenaam mannetje, wiens geringe gestalte werd gecompenseerd door een paar grote handen, waarmee hij graag op Rietje los timmerde. Als Jopie zijn gramschap weer eens op haar wilde botvieren, zocht zij meestal een veilig heenkomen in onze bovenwoning. En zo was Rietje gaandeweg van overbuurvrouw tot tante gepromoveerd.
  1. Een potige portier maande ons het pand onmiddellijk te verlaten
    PREMIUM

    Een potige portier maande ons het pand onmiddel­lijk te verlaten

    Fijn, we mogen van Rutte weer naar het zwembad. Niet dat ik van plan ben om dat te doen, want er zijn weinig dingen waaraan ik zo’n hekel heb als aan zwemmen. Vroeger, toen ik nog een jongetje was met een ziekenfondsbrilletje en opgeknipte haartjes, toen was ik een echte waterrat. Ik was zelfs lid van een zwemvereniging (De Watervrienden) en liep elke zaterdag met een opgerolde handdoek (waarin twee met reuzel besmeerde bruine boterhammen én de door mijn moeder gebreide zwembroek) onder mijn arm naar Stoop’s Bad- en Zweminrichting. Daar plonsde ik onvervaard van de hoge plank in het water, in de hoop dat Lieneke, het meisje op wie ik hevig verliefd was, zou denken: ‘Zo, die Willem durft’.

Columns