Volledig scherm
PREMIUM
© Joost Hoving

En daarom stond er een zonderling in pyjamabroek met een zaklantaarn naar een dicht bewolkte hemel te knipperen

Column Willem van Dam,,Zal je naar me zwaaien, als je over ons huis vliegt?’’, had ik mijn kleinzoon gevraagd. Kleinzoon zou die nacht voor het eerst in zijn vierjarige leventje samen met zijn ouders in het vliegtuig stappen voor een korte vakantie in Griekenland – een hotelletje in Kos. Reuze spannend allemaal, vond kleinzoon. Hij was er al dagen tevoren vol van.

PZC gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement
  1. Bomans
    PREMIUM
    COLUMN WILLEM VAN DAM

    Bomans

    Het briefje bewaar ik nog altijd zorgvuldig in een doorzichtig plastic mapje; het briefje dat Godfried Bomans zo’n zeventig jaar geleden – met potlood! - aan mijn vader schreef. Mijn vader (hij bracht het van broodbezorger tot journalist én schreef enkele toneelstukken) had Bomans om raad gevraagd: hoe kan ik mijn schrijverschap verbeteren? Bomans was niet te beroerd om mijn vader van advies te dienen: ,,Werk. Verwacht niets van anderen. Werk zóo, dat de menschen U lezen. Een andere weg is er niet.’’
  1. Toen ze me in het oog kreeg, stak ze minachtend een middelvinger naar me op
    PREMIUM
    Column Willem van Dam

    Toen ze me in het oog kreeg, stak ze minachtend een middelvin­ger naar me op

    Opstootje in de supermarkt. Ik had net een tros bananen in mijn mandje laten landen, toen er even verderop geschreeuw klonk: ,,Hoorde je dat? Die man zei kutwijf tegen me!’’ Wat zich precies had voorgedaan werd me niet geheel duidelijk, feit was dat een vrouw het in het gangpad tussen de snoepjes en de frisdranken aan de stok had gekregen met een fors model man op Zweedse klompen.
  2. Iemand informeerde of het geen tijd werd om dat ‘schaamhaar op je bakkes’ weg te snoeien
    PREMIUM
    Column Willem van Dam

    Iemand informeer­de of het geen tijd werd om dat ‘schaamhaar op je bakkes’ weg te snoeien

    Waarom weet ik niet meer, maar ooit – het zal zo’n twintig jaar geleden zijn – besloot ik dat ik een baard wilde. Een mooie volle baard. Net zo een als die van Jan, Pier, Tjoris en Corneel die ‘te kaapr’n’ gingen varen. En zie: na een paar dagen al moest ik mij een baardtrimmer aanschaffen om het pluizige gewas op mijn kaken enigszins in goede banen te leiden.

Columns