Willem van Dam.
Volledig scherm
PREMIUM
Willem van Dam. © Joost Hoving


Opa, als jij er niet meer bent, mag ik dan je lp's?

,,Hoi, opa.” Hij plofte bij ons neer op de bank, begon de eerste akkoorden van Paint it Black op zijn gitaar te tokkelen en keek me verwachtingsvol aan. ,,En, wat vind je er van?” Wat ik er van vond? Fantastisch natuurlijk. Hij glunderde en liet een aarzelend beginnetje van Stairway to Heaven door de kamer klinken.

  1. Een tripje naar Sluis was al ver genoeg
    PREMIUM
    Column Willem van Dam

    Een tripje naar Sluis was al ver genoeg

    Mijn schoonvader zaliger was niet zo’n reiziger. Een tripje naar Sluis – z’n broer Jaap had er een garagebedrijf en een winkel in souvenirs - was hem al ver genoeg. En als je informeerde of hij nog vakantieplannen had, zei hij steevast op spottende toon: ja, naar Baesdurp. Dan grijnsde hij een beetje, zette zijn geruite pet op, slofte naar zijn schuur, besteeg zijn rijwiel en trapte zich met hark en schoffel over zijn schouder naar zijn even verderop gelegen moestuin, z’n ‘lapje’ aan een kronkelwegje in ’s-Heer Hendrikskinderen.
  2. Het wil maar niet lukken met die ouderenpartijen
    PREMIUM
    Column Willem van Dam

    Het wil maar niet lukken met die ouderenpar­tij­en

    Ach gossie, die Henk. Deed dagenlang alsof hij met zijn hond op de hei aan het wandelen was om eens goed over zijn toekomst na te denken, richtte hij intussen stiekempjes een nieuwe partij op: de Partij voor de Toekomst (PvdT). Waaruit maar weer eens bleek, dat Henk zeer bedreven is in het veiligstellen van zijn eigen toekomst; geloof maar niet, dat Henk ook maar één moment heeft overwogen om de Kamerzetel die hij namens 50Plus bezette, beschikbaar te stellen.
  1. Een zwijnenstal? Dan had moeder Van Dam het appartementje van de Rolling Stones niet gezien...
    PREMIUM
    Column Willem van Dam

    Een zwijnen­stal? Dan had moeder Van Dam het apparte­ment­je van de Rolling Stones niet gezien...

    Ik beken: in mijn jonge jaren was ik een enorme smeerkees. Ik heb het mijn moedertje zaliger honderden keren horen roepen: ,,Jongen, ruim je rotzooi toch eens achter je kont op.’’ En later, toen ik op mezelf was gaan wonen, heb ik haar vele malen mismoedig het hoofd zien schudden als ze de moed had kunnen opbrengen om mij op te zoeken in mijn woonhol, een afbraakpand in het centrum van de stad waar ik opgroeide. ,,Jongen, zo heb ik je toch niet opgevoed.’’
  2. Zonder vis thuiskomen, dát was onze eer toch zeker te na?
    PREMIUM
    column Willem van Dam

    Zonder vis thuiskomen, dát was onze eer toch zeker te na?

    Ach, kijk nou toch eens, wat leuk! Terwijl ik trachtte enig orde te scheppen in de dozen waarop ik ooit met viltstift ‘Familiearchief’ had gekalkt, kwam de foto tevoorschijn. Er staat een ventje van een jaar of zes op, blond, blauwe kaplaarzen, kniestukken op z’n broek, gele jas en een triomfantelijke grijns. Groos houdt hij een hengeltje omhoog waaraan een makreel bungelt - een gerookte makreel, die we samen bij de visboer hadden gekocht na een middagje vruchteloos hengelen in het kanaal naar het Goese Sas.

Columns