1. Met Het Pauperparadijs in mijn bagage naar het Drentse Veenhuizen
    PREMIUM
    column Willem van Dam

    Met Het Pauperpara­dijs in mijn bagage naar het Drentse Veenhuizen

    Het bericht dreigde deze week even kopje onder te gaan in de stortvloed aan nieuws over het virus dat ons het leven al ruim een jaar zuur maakt, de Limburgers die tot hun knieën door het water waadden en de verrichtingen (waar blijven de beloofde 48 medailles?) van onze Olympiërs. Gelukkig wijdde deze courant er dinsdag alsnog een royale tweekolommer aan: de Kolonïen van Weldadigheid hebben een plaats gekregen op Unesco Werelderfgoedlijst.
  2. ‘Het is niet zo erg dat ze er zijn, maar dat ze het doen!’
    PREMIUM
    Column Willem van Dam

    ‘Het is niet zo erg dat ze er zijn, maar dat ze het doen!’

    Ze stonden met welgevulde boodschappenmandjes bij de kassa. Twee vrouwen van middelbare leeftijd. De een: een kleine dikkerd met een uitgezakt permanentje. De ander: een struise blondine met van die neerhangende mondhoeken die op een voortdurend misnoegen duidden. Over de preek van de voorbije zondag spraken zij. Die was over verdraagzaamheid gegaan, en over homoseksualiteit; dat homoseksuelen ook mensen zijn, en dat die net als ieder ander behandeld moeten worden. Zoiets had de dominee gezegd.
  3. Een belevingscadeau? Wat is dat nou weer?!
    PREMIUM

    Een belevings­ca­deau? Wat is dat nou weer?!

    Een belevingscadeau. Ik had er nog nooit van vernomen, tot ik de term het voorbije weekeinde in deze krant tegenkwam. Het stond in een verhaal over hoe vader op Vaderdag te verrassen. Stropdassen, sokken of een flesje Fresh-Up-aftershave zijn daarbij uit den boze. Neen, weten de ter zake kundigen, wij, vaders, vinden het leuker iets te ontvangen met een ‘persoonlijke beleving’, het liefst met een passend gedicht erbij. Een belevingscadeau dus.
  1. Een potige portier maande ons het pand onmiddellijk te verlaten
    PREMIUM

    Een potige portier maande ons het pand onmiddel­lijk te verlaten

    Fijn, we mogen van Rutte weer naar het zwembad. Niet dat ik van plan ben om dat te doen, want er zijn weinig dingen waaraan ik zo’n hekel heb als aan zwemmen. Vroeger, toen ik nog een jongetje was met een ziekenfondsbrilletje en opgeknipte haartjes, toen was ik een echte waterrat. Ik was zelfs lid van een zwemvereniging (De Watervrienden) en liep elke zaterdag met een opgerolde handdoek (waarin twee met reuzel besmeerde bruine boterhammen én de door mijn moeder gebreide zwembroek) onder mijn arm naar Stoop’s Bad- en Zweminrichting. Daar plonsde ik onvervaard van de hoge plank in het water, in de hoop dat Lieneke, het meisje op wie ik hevig verliefd was, zou denken: ‘Zo, die Willem durft’.
  2. Soms hoop ik stiekem dat er in Terneuzen ook zo'n employé rondloopt
    PREMIUM
    Column Willem van Dam

    Soms hoop ik stiekem dat er in Terneuzen ook zo'n employé rondloopt

    Er zijn van die krantenberichten waar ik buitengewoon vrolijk van word. Wat dacht u van dat bericht over die overijverige medewerker van de plantsoenendienst in Utrecht? ‘Zo jongen’, had de chef onkruidbestrijding hem verordonneerd terwijl hij hem een brander in de hand drukte, ‘ga jij de stad maar eens van vuulte ontdoen’. De chef verdween in zijn kantoortje achter een berg papierwerk en de medewerker toog spoorslags aan de arbeid.
  1. Ik had zo'n vaag vermoeden van wat er komen zou
    PREMIUM
    COLUMN WILLEM VAN DAM

    Ik had zo'n vaag vermoeden van wat er komen zou

    ,,Weet je waar jíj eens een stukkie over moet schijven…?’’ Met een dwingende wijsvinger priemde de man in mijn richting. Ik had bij de slager net een onsje rookvlees, een bakje likkepot (in de reclame!) en een pond gehakt (half om half) besteld, toen hij vlak naast me kwam staan. ,,Ho, ho, ho’’, deinsde ik terug, ,,denk om de anderhalve meter, hé?’’ Maar daar trok hij zich niet heel veel van aan.
  2. Wie ik ook in het stemlokaal aantrof, géén Willem A. en Máxima
    PREMIUM
    COLUMN WILLEM VAN DAM

    Wie ik ook in het stemlokaal aantrof, géén Willem A. en Máxima

    De Oranjes doen graag verstoppertje. Deed onze koning in zijn vlegeljaren niet mee aan de Elfstedentocht onder de schuilnaam W. A. van Buren? Verscholen zijn oma en zijn overgrootmoeder zich ook niet graag achter een pseudoniem als ze in een aangenaam restaurant onbespied een oester naar binnen wilden slurpen? Zijn moeder – weet u nog, dat ze samen met dé majoor van het Leger des Heils anoniem de Amsterdamse Wallen verkende? En vergeet zijn opa niet hè, die zich als Victor Baarn aan de balie van een vliegtuigfabrikant meldde om wat steekpenningen te incasseren.
  1. Dan werden de stoelen in een kring gezet
    PREMIUM

    Dan werden de stoelen in een kring gezet

    We noemden haar tante - tante Rietje. Tante Rietje was geen echte tante, ze was een overbuurvrouw. Maar omdat zij nogal vaak (soms té vaak) bij ons over de vloer kwam, noemden wij haar tante. Tante Rietje was getrouwd met Jopie. Geen ome Jopie, oh nee, geen sprake van! Want Jopie was een klein, onaangenaam mannetje, wiens geringe gestalte werd gecompenseerd door een paar grote handen, waarmee hij graag op Rietje los timmerde. Als Jopie zijn gramschap weer eens op haar wilde botvieren, zocht zij meestal een veilig heenkomen in onze bovenwoning. En zo was Rietje gaandeweg van overbuurvrouw tot tante gepromoveerd.
  2. Ik lijk inmiddels op Dion Graus. Hier is sprake van een noodgeval!
    PREMIUM
    column willem van dam

    Ik lijk inmiddels op Dion Graus. Hier is sprake van een noodgeval!

    Nee, ik ga het niet hebben over de scheve schaats van CDA-minister Hoekstra; over minister De Jonge (óók CDA) die zich zonder mondkapje vertoonde in een winkel; over minister Grapperhaus (CDA) die zich op zijn bruiloft een slag in de rondte knuffelde; over D66-kopstuk Jetten die net deed alsof ie niet wist dat de sportscholen ook voor hém gesloten zijn; over onze vorst + gemalin + kroost die ondanks alle coronaperkingen doodleuk op vakantie gingen. Daarover is al genoeg gezegd en geschreven. En daarover zal in deze verkiezingstijd nog genoeg gezegd en geschreven worden.
  1. Bij PostNL laten ze je wachten tot sint-juttemis
    PREMIUM
    Column Willem van Dam

    Bij PostNL laten ze je wachten tot sint-juttemis

    Ik weet dat het niet erg chique is om op deze plek een privéruzie uit te vechten. Maar de kwestie zit me zo hoog, dat ik de verleiding niet kan weerstaan. Ik verkeer in staat van oorlog met PostNL. Dat is dat bedrijf met die oranje-witte busjes die door de straten scheuren. Het is dat bedrijf dat zijn bezorgers volgens de vakbond met een hongerloontje afscheept. Het is dat bedrijf dat pakketjes bij u en mij bezorgt – als het goed gaat tenminste, en dat gaat het niet altijd.
  2. 
Ik zie mannen met
kapsels die herinneringen
oproepen aan de jaren 60
    PREMIUM
    column Willem van Dam

    Ik zie mannen met kapsels die herinneringen oproepen aan de jaren 60

    Kapster Karin uit Vlissingen verstrekt op Omroep Zeeland-tv kniptips. Het LOI biedt cursussen thuisknippen aan. Op YouTube barst het van de filmpjes met instructies voor de doe-het-zelf-kapper. Op straat zie ik mannen rondlopen met kapsels die herinneringen aan de roerige jaren 60 (‘Beter langharig dan kortzichtig!’) oproepen. In de supermarkt kom ik mevrouwen met uitgezakte permanentjes tegen die mij sterk doen denken aan de hoogbejaarde dwergpoedel van mijn oom Frits.
  1. Zonder vis thuiskomen, dát was onze eer toch zeker te na?
    PREMIUM
    column Willem van Dam

    Zonder vis thuiskomen, dát was onze eer toch zeker te na?

    Ach, kijk nou toch eens, wat leuk! Terwijl ik trachtte enig orde te scheppen in de dozen waarop ik ooit met viltstift ‘Familiearchief’ had gekalkt, kwam de foto tevoorschijn. Er staat een ventje van een jaar of zes op, blond, blauwe kaplaarzen, kniestukken op z’n broek, gele jas en een triomfantelijke grijns. Groos houdt hij een hengeltje omhoog waaraan een makreel bungelt - een gerookte makreel, die we samen bij de visboer hadden gekocht na een middagje vruchteloos hengelen in het kanaal naar het Goese Sas.
  2. Ik pak mijn kijker pas als er een écht vreemde snoeshaan opduikt
    PREMIUM

    Ik pak mijn kijker pas als er een écht vreemde snoeshaan opduikt

    Rare lui, die vogelspotters. Zodra zich ergens een vreemde vogel vertoont, rukken ze massaal uit. De foto in de krant gezien? Die toonde een rijtje kleumende lieden (dikke jassen, capuchons over het hoofd getrokken) die op de Veerse Gatdam door een verrekijker staan te turen naar een kortbekzeekoet. Dat is een soort meerkoet maar dan met een iets dikkere snavel. Niet iets om opgewonden van te worden, zou ik denken.
  3. Als ik in mijn hele lange leven twee tientjes aan vuurwerk heb gespendeerd, is dat veel
    PREMIUM
    Column Willem van Dam

    Als ik in mijn hele lange leven twee tientjes aan vuurwerk heb gespen­deerd, is dat veel

    Kaboem!!!! Buiten klinkt een donderslag. Is het een cobra 6 BP met 5,5 gram buskruit? Een PS5 Shark Supremo Pirotechnika met Spaans kruit? Met dat soort vragen moet je bij mij niet aankomen. Van vuurwerk heb ik geen verstand. Nooit gehad ook. Als kind mocht ik van mijn ouders wel eens een zakje sterretjes kopen. Tot ik, het was op oudejaarsdag 1953, een brandend sterretje op het gloednieuwe tafelkleed liet vallen – groot gat natuurlijk. Sindsdien geen sterretjes meer voor mij.
  1. Zou die nieuwe burgemeester van Urk nou spijt hebben?
    PREMIUM

    Zou die nieuwe burgemees­ter van Urk nou spijt hebben?

    Vraagje. Zou die Cees van den Bos er erg veel spijt van hebben dat hij het destijds in zijn hoofd haalde om te solliciteren naar de functie van burgemeester van Urk? Zou hij het betreuren dat hij er nog benoemd werd ook? Laten we wel wezen, Van den Bos, tot voor kort namens de SGP wethouder van de gemeente Schouwen-Duiveland, moet wel het een en ander gewend zijn. Hij komt tenslotte van Bruinisse, een dorp vol vissers en eigenheimers; Bruinisse wordt niet voor niets de republiek Bru genoemd. Wat dat betreft heeft Urk veel weg van Bruinisse. Ook daar veel vissersvolk en eigenzinnige types, van wie er velen net als in Bru des zondags braaf ter kerke gaan.
  2. Een zwijnenstal? Dan had moeder Van Dam het appartementje van de Rolling Stones niet gezien...
    PREMIUM
    Column Willem van Dam

    Een zwijnen­stal? Dan had moeder Van Dam het apparte­ment­je van de Rolling Stones niet gezien...

    Ik beken: in mijn jonge jaren was ik een enorme smeerkees. Ik heb het mijn moedertje zaliger honderden keren horen roepen: ,,Jongen, ruim je rotzooi toch eens achter je kont op.’’ En later, toen ik op mezelf was gaan wonen, heb ik haar vele malen mismoedig het hoofd zien schudden als ze de moed had kunnen opbrengen om mij op te zoeken in mijn woonhol, een afbraakpand in het centrum van de stad waar ik opgroeide. ,,Jongen, zo heb ik je toch niet opgevoed.’’