1. Saai werd het nooit, daar aan de Irislaan
    PREMIUM

    Saai werd het nooit, daar aan de Irislaan

    Ja, ja, ik was er ook bij, die zaterdagavond de 18e augustus 1990. En ik stond, net als al die andere ruim vierduizend toeschouwers, hartstochtelijk te juichen toen Remco van Keeken de 1-0 scoorde en de 2-0. Het stadionnetje (nou ja, stadionnetje – een paar wankele tribunes, vier lichtmasten en een koek & zopietent) aan de Irislaan zat bommetjevol. En wat weinigen verwachtten gebeurde: RBC werd door VC Vlissingen met een 2-0 nederlaag naar huis gestuurd.
  2. De rij wachtenden week uiteen - zijn geur werkte als een breekijzer
    PREMIUM
    COLUMN WILLEM VAN DAM

    De rij wachtenden week uiteen - zijn geur werkte als een breekijzer

    ,,Mag ik even voor, want ik ben een oude man.” Even dacht ik dat ik het niet goed had verstaan, maar toen zei hij het nog een keer, iets dwingender: ,,Ik ben een oude man, mag ik even voor?” Hij had het niet eens hoeven vragen. De rij wachtenden week spontaan uiteen toen de man z’n winkelwagentje volgeladen met goedkope blikjes bier in de richting van de kassa van de supermarkt wrong. De geur die hij verspreidde werkte als een breekijzer.

Columns

  1. Met een doffe plof knalde het meesje tegen het glas
    PREMIUM
    Column Willem van Dam

    Met een doffe plof knalde het meesje tegen het glas

    Plots zat-ie op het aanrecht. Zo maar, op een zonnige zondagmiddag. Een verdwaald koolmeesje. Was pardoes door de openstaande tuindeuren ons huis binnengevlogen. Een mooi beestje, zwarte en gele veertjes en met een paar kraaloogjes die paniek uitstraalden. Bevreesd hief het diertje de staart, deponeerde een angstpoepje op het keukenblad, fladderde weg en landde op mijn bureau waar het - op het toetsenbord van de computer waarop ik nu dit stukje tik - weer een poepje achterliet. Maar ja, neem dat zo’n beestje eens kwalijk. Doe je niet. Toch?
  1. Een zak vol afdankertjes
    PREMIUM
    COLUMN WILLEM VAN DAM

    Een zak vol afdanker­tjes

    ,,Zo’’, zei mevrouw Van Dam op bevelhebberige toon, ,,duik jij je klerenkast eens in en stop al je broeken, truien en jasjes die je nooit meer draagt hier maar in.’’ Ze hield me een plastic zak voor, die goededoelenclub Simavi die ochtend door onze brievenbus had gewurmd met het verzoek deze te vullen met overbodig geworden kleding en schoeisel. Die afdankertjes, beloofde Simavi, worden vervolgens verkocht om met de opbrengst daarvan mooie dingen te doen in verre en minder ontwikkelde landen.
  2. Hieperdepiep, de Japanse kruiskwal is er weer!
    PREMIUM
    column Willem van Dam

    Hieperde­piep, de Japanse kruiskwal is er weer!

    Hoera, hij is er weer, de Japanse kruiskwal! Hij dook een paar weken geleden al ter hoogte van Kortgene op in het Veerse Meer en is nu ook nabij Wolphaartsdijk gesignaleerd. Een akelig beestje, die kruiskwal. Hij is slechts een paar centimeter groot, schijnt met graagte om zich heen te prikken en heeft het daarbij vooral gemunt op de armen, benen en buiken van argeloze zwemmers. Die krijgen van zo’n prik erge jeuk en nare zwellingen, soms zelfs zo hevig dat ze in het ziekenhuis moeten worden opgenomen.
  1. Een tripje naar Sluis was al ver genoeg
    PREMIUM
    Column Willem van Dam

    Een tripje naar Sluis was al ver genoeg

    Mijn schoonvader zaliger was niet zo’n reiziger. Een tripje naar Sluis – z’n broer Jaap had er een garagebedrijf en een winkel in souvenirs - was hem al ver genoeg. En als je informeerde of hij nog vakantieplannen had, zei hij steevast op spottende toon: ja, naar Baesdurp. Dan grijnsde hij een beetje, zette zijn geruite pet op, slofte naar zijn schuur, besteeg zijn rijwiel en trapte zich met hark en schoffel over zijn schouder naar zijn even verderop gelegen moestuin, z’n ‘lapje’ aan een kronkelwegje in ’s-Heer Hendrikskinderen.
  1. Ik wist het wel: er is nog hoop
    PREMIUM
    Column Willem van Dam

    Ik wist het wel: er is nog hoop

    Ook ik heb mezelf afgerasterd. Moest van Rutte. Omdat ik aan een lichte neusverkoudheid lijd, mag ik al sinds een paar dagen het huis niet uit. Erg? Mwah. Eindelijk kan ik zonder enige wroeging de mevrouw met de collectebus voor een gesloten deur laten staan. Eindelijk kan ik de man van de pakketdienst die bij ons een pakje voor de buren wil afleveren, vanachter de geraniums gebaren dat hij het maar een deurtje verderop moet regelen.