Volledig scherm
PREMIUM
Thijs Zonneveld. © AD Sportwereld

Wat Van der Poel zondag deed had veel weg van een mirakel

ColumnColumnist Thijs Zonneveld zag zondag Mathieu van der Poel vier dagen na een harde val tijdens Nokere Koerse de GP Denain winnen. ‘Wat hij daar deed had veel weg van een mirakel’.

Quote

Hij heeft nog nooit een wedstrijd in de WorldTour gereden, maar desalniet­te­min is hij zondag – in Gent-Wevelgem – een van de favorieten

Boink, boink, boink, boink. Hij stuiterde, als een zak aardappelen van de trap. Van kassei naar kassei, van zestig naar nul in twee seconden. En als bonus kreeg hij nog de fiets van een collega in zijn nek. Mathieu van der Poel lag afgelopen woensdag languit op de kasseien van Nokereberg. Hij was gebutst, geschaafd en gekneusd. Hij kon niet praten van de pijn. En met met één arm hield hij angstig zijn andere vast – de klassieke gebrokensleutelbeenpose. Het kon niet anders of zijn voorjaar was over voordat het goed en wel begonnen was. Over en uit, ach en wee, boeken toe.

De volgende dag zat hij doodleuk weer op de fiets voor de verkenning van de Ronde van Vlaanderen. Dat was al straf. Maar toen moest het strafste nog komen. Zondag stond Van der Poel aan de start van de GP Denain, de kleine Parijs-Roubaix. Zo stijf als een hark, een pijnlijke heup, kneuzingen en wondkorsten over zijn hele lijf – niet bepaald ideaal als je de hele dag over kasseien moet dokkeren. Maar daar was in de koers weinig van te merken. Hij stak veertig kilometer voor de streep over naar de kopgroep, blies iedereen uit het wiel en hield in de laatste tien kilometer in zijn uppie stand tegen een jagend peloton. Aan de streep was hij te moe om twee handen in de lucht te steken: hij maakte een klein vuistje en zeeg daarna ter aarde.