Wendy Wagenmakers, column
Volledig scherm
PREMIUM
Wendy Wagenmakers, column © Ernesta Verburg

Vrouwen moeten baren en hun bek houden, daar komt het eigenlijk op neer

Column Wendy WagenmakersOm bij ons huis te komen, moeten we door een keurige wijk waarvan we ons altijd afvragen of er eigenlijk wel mensen wonen. De huizen hebben opritten en daar staan auto’s op - meestal met stekkers - maar verder is er nooit een teken van leven. Tot vorig weekend. Toen stond er een partytent in een achtertuin en aan de voordeur hingen een gouden acht en een gouden nul. Er was feest.

  1. Monsters zijn het, die snoezige pluizebolletjes met hun poepsiewoepsiestaartjes
    PREMIUM
    COLUMN WENDY WAGENMAKERS

    Monsters zijn het, die snoezige pluizebol­le­tjes met hun poepsie­woep­sie­staart­jes

    Toen ik klein was, hadden we twee hondjes. Poedel Cindy en maltezer Suzy. Het waren hondjes waar je weinig aan had en die bovendien doodgingen voordat ik überhaupt een bal naar ze kon gooien. Daarna heb ik acht jaar gezeurd om nieuwe hondjes. Pas op mijn tiende verjaardag was daar het grote cadeau met beweging en een pislucht. Er zat een konijn in. Zo’n witte met rode ogen. Ik was dolgelukkig met Whoopi, maar mijn vader ging ervan snotteren. Na een maand moest Whoopi weg.
  2. En maar opscheppen over lege stranden na etenstijd
    PREMIUM
    column wendy wagenmakers

    En maar opscheppen over lege stranden na etenstijd

    Hoe langer ik in Zeeland woon, hoe meer eigenaardigheden me opvallen. ‘Ergens om komen’, liefst nog zonder spatie, was de eerste. ‘Da’s geen waar!’ de tweede, op de voet gevolgd door ‘laat maar doen’ wanneer je het juist níet moet doen. En als je goed luistert, hoor je vreemde vervoegingen: je hebben, je gaan... Maar de laatste tijd valt me een nieuwe op: Zeeuwen gaan niet naar hét strand, nee, ze gaan naar stránd. Naar strand, zonder het.

Columns