Wendy Wagenmakers, column
Volledig scherm
PREMIUM
Wendy Wagenmakers, column © Ernesta Verburg

Tatoeagetellend op de rand van het pierenbadje

Het was de laatste dag van de vakantie en tegen beter weten in liet ik het kroost kiezen hoe het deze wenste in te vullen, waarna ik de badpakken zuchtend bijeen raapte en wij even later ons gezinsgeluk mochten beproeven (‘jij had toch muntjes?’ - ‘ik zie maar één zwembandje’ - ‘nee, niet de deur openmaken!’) in de krappe kleedhokjes van het zwembad in Goes.

  1. Dingen die drie maanden geleden onvoorstelbaar leken
    PREMIUM
    Column Wendy Wagenmakers

    Dingen die drie maanden geleden onvoorstel­baar leken

    Veiligheidsregio’s blikken terug op rustige Moederdag Het was een kop die zondagavond de nieuwspagina’s domineerde. Eentje die duizelde. Want wie had pakweg drie maanden geleden durven bevroeden dat burgemeesters nog eens blij zouden zijn met lege winkelstraten? Dat de politie steden met rood-witte linten zou afzetten omdat mensen nieuwe sandalen gaan kopen met de kinderen? Dat jongeren worden bekeurd als ze aan een picknicktafel zitten te kaarten, dat kickboksleraren een strafblad riskeren als ze hun pupillen lekker mee naar het strand nemen.
  2. Coronaspugers

    Coronaspu­gers

    We hadden het er van de week nog over. Ik kwam terug van de Hema waar een medewerkster, zo’n lieverd die je vaker ziet dan je eigen familie, vertelde dat ze momenteel elke dag verdrietig thuiskomt omdat ze zo vaak wordt uitgescholden door mensen die weigeren een mandje te dragen. In sommige landen wordt in supermarkten gespuugd naar zorgpersoneel, schreef een vriendin. Ik googelde ‘corona’ en ‘bespuugd’ en mijn maag keerde om. Een buschauffeur in Maastricht, een conductrice in Amersfoort, een politieagent in Breda: allemaal kregen ze een fluim van idioten voor wie spontaan de term coronaspuger is ontstaan.
  1. Woonde ik maar in Zeeland, schreef ze terug
    PREMIUM
    Column Wendy Wagenmakers

    Woonde ik maar in Zeeland, schreef ze terug

    In de week dat de ene buurman bedacht dat dit een goed moment was om zijn huis te gaan verbouwen, de andere buurman besloot zijn racemotor af te stoffen, onze kinderen de omschakeling naar zomertijd aangrepen als excuus om ‘s avonds pas te gaan slapen als de laatste ster aan de hemel was verschenen, de zoon zichzelf bekroonde tot getalenteerd moppentapper, de peuter prompt in een poepscheetfase belandde, staartdelingen mijn hoofd op hol brachten, en ik ook al geen beste thuiskapster bleek, we onze vakantie moesten annuleren zonder garantie er ooit een rooie cent van terug te zien, onze knusse stadstuin op het noorden bleek te liggen, de vaatwasser het loodje legde, de katten letterlijk de gordijnen in vlogen en ikzelf ook geen kind meer kon zien, viel het niet mee lichtpuntjes te vinden in deze hele lockdownellende.

Columns