Wendy Wagenmakers.
Volledig scherm
PREMIUM
Wendy Wagenmakers. © Ernesta Verburg

Monsters zijn het, die snoezige pluizebolletjes met hun poepsiewoepsiestaartjes

COLUMN WENDY WAGENMAKERSToen ik klein was, hadden we twee hondjes. Poedel Cindy en maltezer Suzy. Het waren hondjes waar je weinig aan had en die bovendien doodgingen voordat ik überhaupt een bal naar ze kon gooien. Daarna heb ik acht jaar gezeurd om nieuwe hondjes. Pas op mijn tiende verjaardag was daar het grote cadeau met beweging en een pislucht. Er zat een konijn in. Zo’n witte met rode ogen. Ik was dolgelukkig met Whoopi, maar mijn vader ging ervan snotteren. Na een maand moest Whoopi weg.

  1. Elke ochtend schaam ik me weer als mijn iPhone toont hoeveel uren ik online heb doorgebracht
    PREMIUM
    Column Wendy Wagenmakers

    Elke ochtend schaam ik me weer als mijn iPhone toont hoeveel uren ik online heb doorge­bracht

    In gedachten verzonken liep ik naar de oversteekplaats verderop in de straat. Het was nog geen half negen in de ochtend en thuis was de naam Poetin al drie keer gevallen, er raasde een colonne grijze auto’s voorbij en het begon te regenen. Ik boog mijn hoofd zodat mijn wenkbrauwen hun werk konden doen en toen zag ik daar, tussen de grijze tegels, ineens een bloemetje. Een klein lief geel bloemetje. Precies wat ik nodig had.
  2. Zelfs van een vinvis kijken we in Zeeland amper meer op
    PREMIUM
    column wendy wagenmakers

    Zelfs van een vinvis kijken we in Zeeland amper meer op

    Veertig weken zwanger was ik toen ik op een koude decemberdag met mijn kinderen stond te staren naar een dode potvis op het strand van Domburg. De potvis die zo nodig Pieter moest worden genoemd. Het was triest om te zien: het dode dier met zijn neus tegen de paalhoofden, de mensen die poseerden met het veertien meter lange lijk, het water dat steeds roder kleurde. Ik vroeg me wat me bezielde om er naartoe te gaan.