Wendy Wagenmakers.
Volledig scherm
PREMIUM
Wendy Wagenmakers. © Ernesta Verburg

Mijn ontmaagding als mikpunt van reaguurders

COLUMN WENDY WAGENMAKERSIk zie 'm nog geregeld lopen, de Vlissingse pandjesbaas die mij ooit via Twitter een massaverkrachting toewenste. Omdat ik een stukje had geschreven dat hem niet aanstond. Destijds haalde ik mijn schouders erover op.

Dat deed ik ook vorige week, toen ik na een column over tatoeages mijn ontmaagding beleefde als mikpunt van reaguurders - voor wie niet hele dagen sociale media afstruint: dat zijn mensen die reageren op berichten, doorgaans ongenuanceerd. Het begon met het predicaat zure trut, gevolgd door een middelvinger en een reeks mensen die niet weten wat ironie inhoudt.

  1. Woonde ik maar in Zeeland, schreef ze terug
    PREMIUM
    Column Wendy Wagenmakers

    Woonde ik maar in Zeeland, schreef ze terug

    In de week dat de ene buurman bedacht dat dit een goed moment was om zijn huis te gaan verbouwen, de andere buurman besloot zijn racemotor af te stoffen, onze kinderen de omschakeling naar zomertijd aangrepen als excuus om ‘s avonds pas te gaan slapen als de laatste ster aan de hemel was verschenen, de zoon zichzelf bekroonde tot getalenteerd moppentapper, de peuter prompt in een poepscheetfase belandde, staartdelingen mijn hoofd op hol brachten, en ik ook al geen beste thuiskapster bleek, we onze vakantie moesten annuleren zonder garantie er ooit een rooie cent van terug te zien, onze knusse stadstuin op het noorden bleek te liggen, de vaatwasser het loodje legde, de katten letterlijk de gordijnen in vlogen en ikzelf ook geen kind meer kon zien, viel het niet mee lichtpuntjes te vinden in deze hele lockdownellende.

Columns