Wendy Wagenmakers, column
Volledig scherm
PREMIUM
Wendy Wagenmakers, column © Ernesta Verburg

Elke ochtend uitgeput wakker

Ik was met Mark Rutte in Oezbekistan. We liepen door met afvalzakken bezaaide straten zonder stoep. Kijk niet om, fluisterde hij steeds, kijk niet om. Maar ik deed het toch. Achter ons zag ik mannen op motoren. Zes, acht, misschien wel tien. Ze hielden wasrekken in de lucht, als ware het kalasjnikovs. 

  1. Alleen twee dikke beentjes staken nog boven de golven uit
    PREMIUM
    column wendy wagenmakers

    Alleen twee dikke beentjes staken nog boven de golven uit

    Het mag dan allemaal niet zo monumentaal zijn, verre van hip en happening, de bewoners onverstaanbaar: voor mij is er geen dierder plek op aard dan Westkapelle. Nergens smaken de frietjes zo lekker als bij de vuurtoren, nergens kijk je verder weg over het water dan daar. Dus draaiden we zondag nog voor zeven uur onze ouwe Bedford de zonverlichte Zeedijk op om een plekje te zoeken. Tien minuten later lag de oudste telg al in het water, sloeg de jongste de eerste paal van haar zandkasteel en zuchtte de middelste om mama’s superlatieven.
  2. De dag dat ik me te pletter rijd voor een kentekenplaat
    PREMIUM
    Column Wendy Wagenmakers

    De dag dat ik me te pletter rijd voor een kenteken­plaat

    Het scheelde niet veel. Ik voelde de bermbobbels al onder mijn banden denderen, zag een flits van een vangrail. Door mijn lijf schoot een ferme hittegolf. Een snelle zwaai aan het stuur, een blik in de achteruitkijkspiegel en een kuchje om net te doen of er niks gebeurd was. Maar mijn hart klopte nog in mijn keel. Hoe had ik dit de mannen van Kuzee moeten uitleggen? Ik zag de meewarige blik van mijn hoofdschuddende huisgenoot alweer voor me. Eenmaal thuis keek ik op mijn iPhone en zag een vage vlek van iets wat net zo goed een fietspad in de regen zou kunnen zijn. Maar het was toch echt een Duitse Mazda met nummerbord KUSJE-59, waarvoor ik mijn leven riskeerde.

Columns