Volledig scherm
PREMIUM
© Ernesta Verburg


Tot bedaren gebracht door een dwerg op goudglimmende sneakers

Column Wendy WagenmakersHet was eruit voor ik er erg in had. En als Ernesto uut Erremu niet toevallig dertig minuten vastzat bovenin een bloedstollende attractie, had ik van het bestaan van de hele kermis niet eens geweten, maar na zo'n feestloze zomer konden we thuis ook best een verzetje gebruiken. Het gejuich van de kinderen overstemde het gezucht van hun vader.

  1. Coronaspugers

    Coronaspu­gers

    We hadden het er van de week nog over. Ik kwam terug van de Hema waar een medewerkster, zo’n lieverd die je vaker ziet dan je eigen familie, vertelde dat ze momenteel elke dag verdrietig thuiskomt omdat ze zo vaak wordt uitgescholden door mensen die weigeren een mandje te dragen. In sommige landen wordt in supermarkten gespuugd naar zorgpersoneel, schreef een vriendin. Ik googelde ‘corona’ en ‘bespuugd’ en mijn maag keerde om. Een buschauffeur in Maastricht, een conductrice in Amersfoort, een politieagent in Breda: allemaal kregen ze een fluim van idioten voor wie spontaan de term coronaspuger is ontstaan.
  2. Nooit meer zou hij voor de klas gaan staan, nooit nooit nooit
    PREMIUM
    Column Wendy Wagenmakers

    Nooit meer zou hij voor de klas gaan staan, nooit nooit nooit

    Bij de ingang van het schoolgebouw zat een vrouw. Al van verre zag ik haar wilde armbewegingen, haar hoofd dat steeds achterover zwaaide. Drugs, dacht ik, en ik vertraagde mijn pas. Dichterbij gekomen zag ik dat ze iets vast had. Een kind. Een jongen van zeker een jaar of tien. Zijn ogen spuwden vuur, de spieren in zijn witte armpjes stonden strakgespannen. Maar zijn moeder was sterker. Nog net.
  3. De dag dat ik me te pletter rijd voor een kentekenplaat
    PREMIUM
    Column Wendy Wagenmakers

    De dag dat ik me te pletter rijd voor een kenteken­plaat

    Het scheelde niet veel. Ik voelde de bermbobbels al onder mijn banden denderen, zag een flits van een vangrail. Door mijn lijf schoot een ferme hittegolf. Een snelle zwaai aan het stuur, een blik in de achteruitkijkspiegel en een kuchje om net te doen of er niks gebeurd was. Maar mijn hart klopte nog in mijn keel. Hoe had ik dit de mannen van Kuzee moeten uitleggen? Ik zag de meewarige blik van mijn hoofdschuddende huisgenoot alweer voor me. Eenmaal thuis keek ik op mijn iPhone en zag een vage vlek van iets wat net zo goed een fietspad in de regen zou kunnen zijn. Maar het was toch echt een Duitse Mazda met nummerbord KUSJE-59, waarvoor ik mijn leven riskeerde.
  4. Een frietje voor de prinses
    PREMIUM
    Column Wendy Wagenmakers

    Een frietje voor de prinses

    Altijd als ik door de Hobeinstraat in Vlissingen fiets, werp ik even een blik op de hippe hamburgertent die vroeger nog gewoon cafetaria De Smulpaap heette. Daar, achter de frituur heb ik ooit een gesprek gevoerd met Máxima. Of ja, een paar woorden gewisseld waarna de RVD me vakkundig afkapte en ik deemoedig opzij stapte. Ik had een raar jasje aan en een gekke kriebel in mijn buik. Voor het eerst was ik nerveus voor een klusje van de krant.

Columns