Wendy Wagenmakers.
Volledig scherm
PREMIUM
Wendy Wagenmakers. © Ernesta Verburg

Alsof de hele pandemie aan Nordrein-Westfalen is voorbijgegaan

COLUMN WENDY WAGENMAKERSHad onze zoon eindelijk de Python-gerechtigde lengte bereikt, brak de coronacrisis uit. Efteling dicht. Zodra het weer kan, beloofden we, gaan we alsnog. En dus togen we dit weekend naar Kaatsheuvel.

  1. Zelfs van een vinvis kijken we in Zeeland amper meer op
    PREMIUM
    column wendy wagenmakers

    Zelfs van een vinvis kijken we in Zeeland amper meer op

    Veertig weken zwanger was ik toen ik op een koude decemberdag met mijn kinderen stond te staren naar een dode potvis op het strand van Domburg. De potvis die zo nodig Pieter moest worden genoemd. Het was triest om te zien: het dode dier met zijn neus tegen de paalhoofden, de mensen die poseerden met het veertien meter lange lijk, het water dat steeds roder kleurde. Ik vroeg me wat me bezielde om er naartoe te gaan.
  2. Het bleek al middernacht en ik zat nog steeds in het pikkedonker voor me uit te staren
    PREMIUM
    Column Wendy Wagenmakers

    Het bleek al midder­nacht en ik zat nog steeds in het pikkedon­ker voor me uit te staren

    We hadden vroeger thuis twee hondjes, een poedel en een Maltezer leeuwtje. Ze waren al op leeftijd toen ik werd geboren. Ik herinner me niks van de beestjes, alleen de spanning in huis toen ze ziek werden. Het gedoe met de dierenarts, de beslissingen die maar niet gemaakt werden, het verdriet achteraf. En dat mijn vader de rest van zijn leven zei: ik wil nooit meer een hond.