1. Dag calvinisme, hallo levensgeluk
    PREMIUM
    Column Wendy Wagenmakers

    Dag calvinisme, hallo levensge­luk

    Ze verschijnen bij bosjes: interviews met stokoude mensen die worden gevraagd terug te kijken op hun leven en de wereld waarin ze leven. Een terechte trend, niemand weet immers meer van een spel dan degenen die het bijna uit hebben. De belangrijkste levenslessen komen veelal op hetzelfde neer: koester je vrienden, behandel je lichaam als een huis waarin je nog zeventig jaar moet wonen, vertel je partner elke dag voor het slapengaan dat je van hem of haar houdt, glimlach naar voorbijgangers en bespaar geen cent op goede wijn.
  1. Jan de Tietenman
    PREMIUM
    Column Wendy Wagenmakers

    Jan de Tietenman

    Daar gaan we dan, het WK dat niemand wilde. En ik al helemaal niet, zou ik normaliter zeggen. Ik háát voetbal. Vroeger al, toen ik op het schoolplein zag hoe alle jongens moesten voetballen om erbij te horen en later, toen ik diezelfde jongens zichzelf vol zag gieten ter voorbereiding op een wedstrijd van Helmond Sport, de naam die intussen in gotische letters op armen en ruggen was vereeuwigd, het domme geschreeuw met homo’s en kanker, de apengeluiden, de Hitlergroeten, en hoe na afloop bushokjes werden gesloopt omdat TOP Oss een puntje meer had gescoord.
  2. Het bleek al middernacht en ik zat nog steeds in het pikkedonker voor me uit te staren
    PREMIUM
    Column Wendy Wagenmakers

    Het bleek al midder­nacht en ik zat nog steeds in het pikkedon­ker voor me uit te staren

    We hadden vroeger thuis twee hondjes, een poedel en een Maltezer leeuwtje. Ze waren al op leeftijd toen ik werd geboren. Ik herinner me niks van de beestjes, alleen de spanning in huis toen ze ziek werden. Het gedoe met de dierenarts, de beslissingen die maar niet gemaakt werden, het verdriet achteraf. En dat mijn vader de rest van zijn leven zei: ik wil nooit meer een hond.
  3. Een beter milieu begint niet bij jezelf, maar bij Shell
    PREMIUM
    column wendy wagenmakers

    Een beter milieu begint niet bij jezelf, maar bij Shell

    Een tikje nerveus ging de een na de ander op zijn tenen staan, om over alle hoofden te kijken wat er aan hand was. Hoe lang stonden we hier nou niet onderhand? We hadden toch zeker een paar tientjes extra betaald om the line te skippen? Een baby begon te blèren, een Duitser beende boos naar voren. ,,Und?”, vroeg zijn vrouw toen hij zich weer bij haar aansloot. Hij zuchtte hoorbaar en haalde zijn schouders op. ,,Taschenkontrolle.”
  1. Airfryers in het Grote Speelgoedboek anno 2022
    PREMIUM
    Column Wendy Wagenmakers

    Airfryers in het Grote Speelgoed­boek anno 2022

    Plof, daar lag-ie. Ondanks de nee-nee-sticker. Het Grote Speelgoedboek van die belachelijke blauwe webwinkel. Meteen vulde mijn lijf zich met heimwee naar vroeger, de onovertroffen jaren 80, toen na de kort maar krachtige economische crisis de zon weer begon te schijnen, de kleding kleur kreeg, de schouders vullingen, Michael Jackson bovenaan de hitlijsten prijkte, elk dorp nog vijf bakkers telde, tien slagers en wel honderd groenteboeren en je je elk najaar kon terugtrekken op je (verwarmde!) zolderkamertje met een schaar, een potje lijm en het dubbeldikke Speelboek van toen nog gewoon de Intertoys.
  2. Zelfs van een vinvis kijken we in Zeeland amper meer op
    PREMIUM
    column wendy wagenmakers

    Zelfs van een vinvis kijken we in Zeeland amper meer op

    Veertig weken zwanger was ik toen ik op een koude decemberdag met mijn kinderen stond te staren naar een dode potvis op het strand van Domburg. De potvis die zo nodig Pieter moest worden genoemd. Het was triest om te zien: het dode dier met zijn neus tegen de paalhoofden, de mensen die poseerden met het veertien meter lange lijk, het water dat steeds roder kleurde. Ik vroeg me wat me bezielde om er naartoe te gaan.
  3. Elke ochtend schaam ik me weer als mijn iPhone toont hoeveel uren ik online heb doorgebracht
    PREMIUM
    Column Wendy Wagenmakers

    Elke ochtend schaam ik me weer als mijn iPhone toont hoeveel uren ik online heb doorge­bracht

    In gedachten verzonken liep ik naar de oversteekplaats verderop in de straat. Het was nog geen half negen in de ochtend en thuis was de naam Poetin al drie keer gevallen, er raasde een colonne grijze auto’s voorbij en het begon te regenen. Ik boog mijn hoofd zodat mijn wenkbrauwen hun werk konden doen en toen zag ik daar, tussen de grijze tegels, ineens een bloemetje. Een klein lief geel bloemetje. Precies wat ik nodig had.
  1. Of we boven niet nog wat sieraden hadden liggen, goud ofzo
    PREMIUM
    column

    Of we boven niet nog wat sieraden hadden liggen, goud ofzo

    Het was rommelroute in de straat, en al maanden liep ik anders door ons huis dan anders. Alles wat ik tegenkwam, werd automatisch door een rommelroutefilter gehaald. Schilderijtjes die toch nooit meer aan onze muren komen: weg ermee. Kleren die we toch nooit meer dragen: ook weg. Wat deden we eigenlijk met die oude lampen? En die Lego, ging iemand die nog ooit gebruiken? Die Frozen-jurken konden onderhand ook wel eens weg.
  2. Het is oké om Finoegrische theaterwetenschappen te studeren
    PREMIUM
    Column Wendy Wagenmakers

    Het is oké om Finoegri­sche theaterwe­ten­schap­pen te studeren

    ,,Haha, goed hè?” Glunderend keek de jongen zijn eigen woonkamer rond, alsof hij het zelf ook nog niet helemaal kon geloven. Er stonden verhuisdozen in een hoek, de stoelen zaten nog in plastic. Als rechtgeaarde Hollander, die naar Rotterdam was gereden om een tweedehands telefoontje op te halen, ga je dan toch rekenen: 23 jaar, nog maar zes jaar geleden met zijn familie naar Nederland gevlucht en nu al een splinternieuw appartement in een van de grootste steden van Nederland - hóe dan? Ramin zag mijn verwondering en gaf zelf antwoord. ,,Ik ben fietsenmaker. En ik heb heel veel werk.”
  3. En maar opscheppen over lege stranden na etenstijd
    PREMIUM
    column wendy wagenmakers

    En maar opscheppen over lege stranden na etenstijd

    Hoe langer ik in Zeeland woon, hoe meer eigenaardigheden me opvallen. ‘Ergens om komen’, liefst nog zonder spatie, was de eerste. ‘Da’s geen waar!’ de tweede, op de voet gevolgd door ‘laat maar doen’ wanneer je het juist níet moet doen. En als je goed luistert, hoor je vreemde vervoegingen: je hebben, je gaan... Maar de laatste tijd valt me een nieuwe op: Zeeuwen gaan niet naar hét strand, nee, ze gaan naar stránd. Naar strand, zonder het.