1. Drie uur verder was ik, drie uur en een veelvoud aan tranen
    PREMIUM
    COLUMN WENDY WAGENMAKERS

    Drie uur verder was ik, drie uur en een veelvoud aan tranen

    Je hebt mensen die een maand voordat ze op vakantie gaan alle spullen al klaarleggen. Keurig gestreken kledingsetjes, toilettassen met van die handige flaconnetjes, paspoorten, ANWB-pasjes, reserveringen geprint en wel. En je hebt mensen die de avond voor vertrek alles wat toevallig niet in de wasmand zit in een tas proppen en de rest van de vakantie bij de Pharmacie in de rij staan voor muggenspray en zonnebrandcrème.
  2. Maar ik weet alles van het liefdesleven van Peter Jan Rens
    COLUMN WENDY WAGENMAKERS

    Maar ik weet alles van het liefdesle­ven van Peter Jan Rens

    Het was na middernacht en ik moest écht gaan slapen, want was het niet de wekker dan was het wel een kind dat me over zes uur wakker zou rammelen, maar ik moest en zou weten hoe het gaat met de jongste zoon van Donald Trump en voor ik het wist scrolde ik door de insta’s van zijn voltallige kroost, bekeek ik interieurfoto’s van zijn penthouse in New York, fitnessvideo’s van zijn ex en de foute grappen van zijn oudste zoon.
  1. Alleen twee dikke beentjes staken nog boven de golven uit
    PREMIUM
    column wendy wagenmakers

    Alleen twee dikke beentjes staken nog boven de golven uit

    Het mag dan allemaal niet zo monumentaal zijn, verre van hip en happening, de bewoners onverstaanbaar: voor mij is er geen dierder plek op aard dan Westkapelle. Nergens smaken de frietjes zo lekker als bij de vuurtoren, nergens kijk je verder weg over het water dan daar. Dus draaiden we zondag nog voor zeven uur onze ouwe Bedford de zonverlichte Zeedijk op om een plekje te zoeken. Tien minuten later lag de oudste telg al in het water, sloeg de jongste de eerste paal van haar zandkasteel en zuchtte de middelste om mama’s superlatieven.
  2. De dag dat ik me te pletter rijd voor een kentekenplaat
    PREMIUM
    Column Wendy Wagenmakers

    De dag dat ik me te pletter rijd voor een kenteken­plaat

    Het scheelde niet veel. Ik voelde de bermbobbels al onder mijn banden denderen, zag een flits van een vangrail. Door mijn lijf schoot een ferme hittegolf. Een snelle zwaai aan het stuur, een blik in de achteruitkijkspiegel en een kuchje om net te doen of er niks gebeurd was. Maar mijn hart klopte nog in mijn keel. Hoe had ik dit de mannen van Kuzee moeten uitleggen? Ik zag de meewarige blik van mijn hoofdschuddende huisgenoot alweer voor me. Eenmaal thuis keek ik op mijn iPhone en zag een vage vlek van iets wat net zo goed een fietspad in de regen zou kunnen zijn. Maar het was toch echt een Duitse Mazda met nummerbord KUSJE-59, waarvoor ik mijn leven riskeerde.

Columns

  1.  Volgevreten kop, oké, maar kom niet aan ons pap
    PREMIUM
    Column Wendy Wagenmakers

    Volgevre­ten kop, oké, maar kom niet aan ons pap

    Het land door een taaie tijd loodsen en intussen nog afscheid van je moeder moeten nemen ook. Wat je ook van Mark Rutte vindt, ik geloof dat momenteel niemand graag met hem zou willen ruilen. Toch vonden mensen, ook in Zeeland, het nodig digitale rotopmerkingen te maken over de minister-president op de dag dat bekend werd dat zijn moeder was overleden. ‘Nu hij nog’ of ‘Zal ons een rotzorg zijn’. RTL nieuws zocht wat van deze reaguurders op en vroeg ze naar de reden van hun boosheid. De een hing direct de hoorn op, de ander betuigde spijt en de rest was gewoon boos. ,,Ik mag die vent niet.”
  1. Dingen die drie maanden geleden onvoorstelbaar leken
    PREMIUM
    Column Wendy Wagenmakers

    Dingen die drie maanden geleden onvoorstel­baar leken

    Veiligheidsregio’s blikken terug op rustige Moederdag Het was een kop die zondagavond de nieuwspagina’s domineerde. Eentje die duizelde. Want wie had pakweg drie maanden geleden durven bevroeden dat burgemeesters nog eens blij zouden zijn met lege winkelstraten? Dat de politie steden met rood-witte linten zou afzetten omdat mensen nieuwe sandalen gaan kopen met de kinderen? Dat jongeren worden bekeurd als ze aan een picknicktafel zitten te kaarten, dat kickboksleraren een strafblad riskeren als ze hun pupillen lekker mee naar het strand nemen.
  1. Coronaspugers

    Coronaspu­gers

    We hadden het er van de week nog over. Ik kwam terug van de Hema waar een medewerkster, zo’n lieverd die je vaker ziet dan je eigen familie, vertelde dat ze momenteel elke dag verdrietig thuiskomt omdat ze zo vaak wordt uitgescholden door mensen die weigeren een mandje te dragen. In sommige landen wordt in supermarkten gespuugd naar zorgpersoneel, schreef een vriendin. Ik googelde ‘corona’ en ‘bespuugd’ en mijn maag keerde om. Een buschauffeur in Maastricht, een conductrice in Amersfoort, een politieagent in Breda: allemaal kregen ze een fluim van idioten voor wie spontaan de term coronaspuger is ontstaan.
  2. Woonde ik maar in Zeeland, schreef ze terug
    PREMIUM
    Column Wendy Wagenmakers

    Woonde ik maar in Zeeland, schreef ze terug

    In de week dat de ene buurman bedacht dat dit een goed moment was om zijn huis te gaan verbouwen, de andere buurman besloot zijn racemotor af te stoffen, onze kinderen de omschakeling naar zomertijd aangrepen als excuus om ‘s avonds pas te gaan slapen als de laatste ster aan de hemel was verschenen, de zoon zichzelf bekroonde tot getalenteerd moppentapper, de peuter prompt in een poepscheetfase belandde, staartdelingen mijn hoofd op hol brachten, en ik ook al geen beste thuiskapster bleek, we onze vakantie moesten annuleren zonder garantie er ooit een rooie cent van terug te zien, onze knusse stadstuin op het noorden bleek te liggen, de vaatwasser het loodje legde, de katten letterlijk de gordijnen in vlogen en ikzelf ook geen kind meer kon zien, viel het niet mee lichtpuntjes te vinden in deze hele lockdownellende.
  1. Scootmobiel als toppunt van integratie
    PREMIUM
    COLUMN WENDY WAGENMAKERS

    Scootmo­biel als toppunt van integratie

    Aan de rand van het zebrapad stond een scootmobiel. Er zat een man in die leek op Pamuk, van Van Kooten en De Bie, met een borstelige snor en een gebreide gebedsmuts. Over de rugleuning hing een oranje veiligheidshesje. Kennelijk kwam hij net van de markt, want in zijn mand zat een grote zak met peren. Van de andere kant kwam een andere man. Die moest schijnbaar nog naar de markt, want onder zijn arm klemde een opgevouwen boodschappentas.