Volledig scherm
Niek Peters bij de De Biber, de eenmansduikboot die - als enige Duitse ‘oorlogsmonument’ - in een container aan de groene boulevard ligt. © Lex De Meester

Duitse duikboot in schijnwerpers op groene boulevard Vlissingen

VLISSINGEN - De Biber pronkt al vijf jaar aan de groene boulevard van Vlissingen. Om de eenmansonderzeeboot nog meer in de kijker te zetten, hebben de Vrienden van het muZEEum de zeecontainer waarin het enige Duitse ‘oorlogsmonument’ van de stad ligt, voorzien van verlichting.

Het Zeeuws maritiem muZEEum van Vlissingen heeft de bijzondere onderzeeboot al zo'n vijftien jaar onder haar hoede. De eerste paar jaren werkten Vrienden van het muZEEum en medestanders vooral aan het opknappen van het vaartuig. Het roer werd vernieuwd en de verdwenen torpedo's nagemaakt en, evenals de boot, geschilderd.

Herdenkingsgebied

De Bever, zoals de eenpersoonsduikboot in het Nederlands zou heten, was van 2007 tot 2014 te zien in Fort Rammekens. Staatsbosbeheer vond dat de onderzeeboot daar niet echt paste en vervolgens vond het oorlogsvaartuig een ideale plek in het herdenkingsgebied aan de Oranjedijk, dat Vlissingen destijds net aan het inrichten was. Niek Peters is er blij mee. Als Vriend van het muZEEum, maritiem manusje-van-alles en geschiedkundig geïnteresseerde heeft hij zich verdiept in de historie van de in Vlissingen belandde Biber. 

Nog niet alles over de op oudjaarsdag 1950 opgedregde Biber is bekend, weet Peters. ,,Bergingsbedrijf Van Acker dacht een dagje voor 1951 begon voor de kust van Breskens een torpedo te hebben opgevist. Maar het bleek een eenpersoonsonderzeeboot. Ze losten het vaartuig zo lang op een strandje bij Vlissingen, waardoor mensen op Nieuwjaarsdag dachten dat de onderzeeboot was aangespoeld.”

Quote

Vlissin­gers dachten op Nieuwjaars­dag 1951 dat er een onderzeeër op het strand was aange­spoeld

Niek Peters

Onbekende zeeman

De stoffelijke resten van de ‘onderzeebootkapitein’ zijn destijds geborgen en overgebracht naar de enige begraafplaats voor Duitse gevallenen in het Limburgse Ysselsteyn. De inzittende is tot nu toe een onbekende zeeman, maar Peters hoopt binnen afzienbare tijd zijn naam en levensgeschiedenis te achterhalen. ,,Met dna-onderzoek is veel te achterhalen tegenwoordig. Maar om de resten op te kunnen graven, is toestemming van de Duitse staat nodig.” 

Peters probeert ook nog via een andere weg de naam van de duikbootcommando te achterhalen. De inzittende van een tweede Biber overleefde destijds het naar de kelder schieten van zijn vaartuig en werd als krijgsgevangene opgepakt. ,,De man leeft niet meer, maar we weten intussen wel dat hij in Engeland is gebleven. Misschien dat via zijn nabestaanden de naam van zijn maat opduikt.”

Zo'n veertig Bibers waren eind 1944 actief, vooral in de mondingen van de Westerschelde en de Theems. De bootjes hebben geen enkele invloed gehad op het verloop van de Slag om de Schelde of de doorgaande strijd om de toegang tot Antwerpen, stelt Peters. ,,Wel zorgde het zien van periscopen in de Schelde voor veel angstgevoelens. De geallieerden schrokken zich rot, want onderzeeboten zouden helemaal niet in riviermondingen op moeten kunnen duiken.”    

Filmpje

Na het afwerpen op het strand heeft de Biber in een halve eeuw een behoorlijke rondreis gemaakt, waarbij onder meer de Scheldewerf en het Polderhuis in Westkapelle werden aangedaan. Op de herdenkingsboulevard in Vlissingen is de Biber, die het willekeurige nummer 313 heeft gekregen, helemaal op zijn plek, vindt Peters. ,,Vanaf dit weekeind staat de boot echt in de schijnwerpers. Over drie weken kunnen mensen ook een filmpje over de geschiedenis van de onderzeeër zien en zaterdag 23 november tijdens een symposium over de Slag om de Schelde nemen we de vernieuwde container officieel in gebruik.”

PZC gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement