Volledig scherm
Archeoloog Bernard Meijlink bij het Dokje van Perry. © lex de meester

Brandbrief over Vlissingse bodemvondsten

VLISSINGEN - Waardevolle Vlissingse bodemvondsten uit de binnenstad verdwijnen in particuliere huizen van verzamelaars omdat de gemeente Vlissingen geen deugdelijk onderzoek verricht. Die beschuldiging legt Vlissinger Peter Hendrikse neer bij college en raad van Vlissingen.

Hendrikse, liefhebber van archeologie, vroeger zelf graver maar nog steeds verzamelaar van 17e eeuws aardewerk, stuurde een brandbrief naar de gemeente maar zette die ook op Facebook.

Bij de recente rioleringswerken in de binnenstad is veel grond naar de stort gebracht met aardewerk en metaal, stelt hij. De oudheden zijn buiten kantooruren door amateurs uit de afgevoerde grond gehaald. Daarbij was een vondst van zeker vijftig pijpaarden haarkrullers, afkomstig uit een kelder onder de Molenstraat. Zeventiende eeuws, waarschijnlijk van een pruikenmaker, denkt Hendrikse. Hij vindt dat de gemeente de Erfgoedwet overtreedt door afgegraven grond zonder onderzoek af te voeren.

Burgemeester en wethouders willen eerst reageren naar Hendrikse voor zij zich uitspreken. Sinds elf jaar hebben de drie Walcherse gemeenten de eigen Walcherse Archeologische Dienst met archeologen Bernard Meijlink en Bram Silkens. Meijlink vindt de brandbrief 'pijnlijk'. ,,Als ergens de 'bodem geroerd wordt' inventariseren we eerst of archeologisch onderzoek de moeite is of dat een kleiner onderzoek volstaat. Kleiner onderzoek doen we zelf. De WAD werd vooral opgericht opdat niet bij elk graafwerk een commercieel archeologisch bureau ingehuurd moest worden. Dat kost geld en gaf soms wel zes maanden vertraging bij een project. De opdracht van de gemeenten was destijds: minder, maar wel beter onderzoek."

Dat was nog maar elf jaar geleden. Voordat er wetgeving kwam hadden bodemgravers vrij spel en dat werkt nog door, beseft hij. Amateurs hebben nog steeds een rol in de archeologie, stelt Meijlink. Als er weinig verwacht wordt van een onderzoek, wordt een werk overzien door een vrijwilliger van de Archeologische Werkgroep Nederland afdeling Zeeland, een vereniging van amateurarcheologen, die de meldplicht van vondsten kennen. Dat was het geval bij de Molenstraat. ,,Dat is altijd een straat geweest, daar verwacht je minder onder. Maar de Gravestraat bijvoorbeeld is een 'late straat' die over oude stadsdelen gelegd is. Daar vermoedden we sporen van de citadel van Alva."

,,We moeten keuzes durven maken", stelt Meijlink. ,,We richten ons liever op grotere oppervlakken waar we vondsten in samenhang met de omgeving kunnen onderzoeken."