Volledig scherm
In de keuken van De Boterkapel koken Marijn Leenhouts, Yoeri Luteijn en Alain Matulessy (vlnr) wereldgerechten. © Oreel Ruben

De Boterkapel kookt met lef

Op één avond de wereld proeven. Dat kan in het jonge restaurant De Boterkapel in Domburg.

De Boterkapel? Het roept de associatie op met een gesmeerd geloof. Niets is minder waar. Boterkapel is een oude naam voor een vlinder, het koolwitje. Heb geen vrees, het vlindertje staat niet op het menu. De Boterkapel is het jongere en net wat goedkopere zusje van De Visbar, het succesvolle restaurant dat zich een eindje verderop aan de Ooststraat bevindt. Het pand direct naast Pizzeria Milano is bijna vanaf de grond af weer opgebouwd.

Als we er op een zwoele zomeravond binnenvallen, zien we een clean interieur. Het is licht. Hagelwitte muren, lichtgrijze stoelen en wat zwarte accenten. Het vloerzeil daarentegen is een verzameling bonte ruiten met Arabische motieven. Alles straat strak in het gelid. Zo oogt het als een kruising tussen industrieel design en het restaurant van een Ikea. Makkelijk te schrobben ook, dunkt ons. Uit de open keuken komen rookgeuren ons tegemoet. We kiezen een tweepersoonstafeltje, want op het terras is alles bezet. Het is met recht een tafeltje, want erg krap. De Boterkapel heeft duidelijk nagedacht hoe je een maximaal aantal eters in het etablissement kunt onderbrengen.

Wat staat er op de kaart?

De Boterkapel biedt een keur aan kleinere gerechten (noem het tapas) uit allerlei landen. Het team heeft geëxperimenteerd met shared food. Een gerechtje waar iedereen van kan nasjen. Maar veel gasten - vooral toeristen - snappen dat concept niet. Die denken in de klassieke trits van voorgerecht, hoofdgerecht en dessert. Daarom staan er nu ook ‘combiboxen’ met vier gerechten op het menu.

Onze serveerster vraagt of we vooraf brood blieven. Ja natuurlijk. Het verse Arabisch ogende, platte brood komt met twee dips: aioli en baba ganoush, een smeersel van boven houtskool geroosterde aubergines. We moeten daar wel 5 euro voor aftikken, zien we later. Jammer dat de baba ganoush flauw is, waar de aioli (knoflookmayonaise) schittert door zijn volle romige smaak.

Kan de keuken er wat van?

Volledig scherm
De Boterkapel in Domburg. © Oreel Ruben

Jazeker, maar de attente serveerster ook. Ze waarschuwt ons dat er een tafel op het terras vrijkomt, dus pakken we snel onze biezen. Netjes veegt ze het tafeltje schoon. En aangezien mijn tafeldame à la carte eet en ik een combibox kies, maakt ze meteen een doorgeefplan, zodat de een niet de buik vol heeft terwijl de ander nog moet beginnen. 

De koks van De Boterkapel zijn geen fladderaars. De gerechten, veelal opgediend in zwarte kommen, zijn appetijtelijke stillevens. Tip: geef er een lepeltje bij, want met mes en vork vang je driekwart van de saus en crèmepjes niet. De Boterkapel krijgt ook de gou
den medaille voor het spuuglelijkste bestek. Het messing zal schoon zijn, maar oogt vlekkerig. 

We schenken vergeving als we de rode biet ‘uit de as’ proeven. Er zit een decent rooksmaakje aan. Bovenop ligt een flats burrata, jonge kaas uit Puglia die iets weg heeft van mozzarella, maar wat minder structuur heeft en wat boteriger smaakt. Samen met lichtzure gele biet en zalvende crème van aardse rode biet is dit een smulbordje. Zo’n balans in smaken tref je niet vaak.

De verwennerij gaat maar door. Gerookte zalm met een prachtige bite, opgepept met radijs voor een pittig knappertje, yoghurt en dit keer geen lusteloze crème van zoete aardappel. We krijgen religieuze opvliegers als we de tonijn met avocadocrème, glasnoedels en in soja en wasabi gedrenkte watermeloen tegen het gehemelte schuiven. Halleluja, we worden vervuld door dit Aziatisch culinaire hoogstandje. Rijk en toch subtiel, met in de verte een hemels pikantje.

We kijken meewarig naar de overkant, waar toeristen flappen pizza’s naar binnen werken. Maar wij, bofkonten, hebben nog een heerlijke steak tartaar met kappertjes, beetgare groente en schuim van oude kaas, een mooi gegaarde zeebaars met tamarinde en thaisalade en perfecte coquilles met cantharellen, venkel met een voorzichtig zuurtje. Kijk, zo laat je een coquille schitteren.

Nog iets na?

Allez, nu we hier toch zijn. De crème brûlée van epoisses en vijgen zet de gemiddelde gast op het verkeerde been. Epoisses is een kaas uit Bourgondië. Geen zoete finale dus, maar een zoute. Wel apart. Een kok die informeert hoe het smaakt, zegt dat de reacties wisselen. Het getuigt in elk geval van durf. Liever lef dan laf, vinden we. Op het laatste kun je De Boterkapel niet betrappen.

Volledig scherm
Beoordeling © PZC
PZC gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement