Volledig scherm
© Thinkstock

Zo maak je de beste foto's met jouw smartphone

Smartphonecamera’s hebben de afgelopen jaren enorme technologische vooruitgang geboekt. Maar hoe gebruik je die vernieuwingen het best om spectaculaire foto’s te maken?

Meervoudige camera’s, time of flight-dieptesensoren, allerlei vernieuwende features in de camera-app: moderne smartphones als de Samsung Galaxy S10+, Huawei P30 Pro, iPhone 11, OnePlus 7 Pro of Mi 9T Pro hebben een ingebouwde camera-opstelling die superieur is aan de smartphonecamera’s van nog maar een paar jaar geleden. De technologie heeft een enorme sprong gemaakt, maar wat kan je er concreet mee? Vier tips.

1. Werk focus en lichtblootstelling bij

Je eerste stap naar een spectaculaire smartphonefoto is het bijwerken van focus en blootstelling aan licht. Dat gaat bij de meeste camera-apps gewoon met een tikje op het scherm: raak een bepaalde zone in het beeld aan en de ‘laag’ waarop de objecten zich bevinden wordt scherpgesteld.

Voor de ‘exposure’ of lichtblootstelling wordt meestal met een schuifregelaartje in het beeld gewerkt. Er is geen echte standaard wat camera-apps betreft: iedere smartphonefabrikant heeft zijn eigen app met eigen accenten. Maar de snelle bijstelling van focus en lichtblootstelling, rechts op het scherm, is vrij universeel.

2. Gebruik natuurlijk licht

Smartphones hebben een ingebouwde flits, maar het is het best om die zo weinig mogelijk te gebruiken: de flits geeft een enorm vlak beeld. Maak zo goed mogelijk gebruik van natuurlijk licht bij dag. Zorg ervoor dat de persoon of het object dat je fotografeert van voren wordt belicht: wanneer de lichtbron achter de mens of het ding staat, creëer je een donker silhouet.

Wanneer je fotografeert in een donkere omgeving, is het gebruik van kunstlicht ook altijd aan te raden boven de flits. Zorg ervoor dat de persoon of het object dicht genoeg bij die lichtbron staat en dat hun gezicht goed belicht wordt (en niet van onderen, want dat geeft een akelig effect). Bij twijfel: neem een foto mét en zonder flits.

3. Hanteer de ‘regel van derden’

Dit is de basis van fotografie: plaats de persoon of het ding die/dat centraal moet staan in je beeld nooit het midden, want dat is dé manier om saaie foto’s te maken. Gebruik de bij fotografen bekende regel van derden: horizontaal en verticaal verdeel je je beeld in drie derden.

Je onderwerp komt het beste tot zijn recht wanneer het in het derde deel aan de linker- of rechterkant staat, of in het (meestal) onderste of (soms) bovenste derde. Dat geeft je foto’s ook een zekere dynamiek: wanneer je bijvoorbeeld iemand al wandelend fotografeert, geef je bij een omkadering aan de linkerkant van het beeld aan dat hij nog een hele weg af te leggen heeft, en wanneer hij aan de rechterkant van het beeld staat, suggereer je dat hij al heel wat kilometers gelopen heeft. Geen nood: bij de meeste camera-apps kan je gewoon een raster gebruiken als hulplijn.

4. Hou je smartphone stabiel

Veel moderne smartphones hebben optische beeldstabilisatie, maar het blijft een probleem: wanneer je je arm beweegt of bibbert, krijg je onscherpte in het beeld. Een statief of gimbal gebruiken voor een snel kiekje zit er meestal niet in, maar er zijn manieren om je smartphone op een natuurlijke manier stabiel te houden. Bijvoorbeeld door je elleboog ergens op te laten steunen of de arm waarmee je de foto maakt te stabiliseren tegen een muur.