Lucien Roelandt: „Ik heb het een en ander meegemaakt op mijn levenspad, ja. Maar ik kijk niet te veel achteruit.” foto Camile Schelstraete axel 20160316 Lucien Roelandt in het Axels bos;Axel;Nederland
Volledig scherm
Lucien Roelandt: „Ik heb het een en ander meegemaakt op mijn levenspad, ja. Maar ik kijk niet te veel achteruit.” foto Camile Schelstraete axel 20160316 Lucien Roelandt in het Axels bos;Axel;Nederland © Camile Schelstraete

Uit de krant van 19 maart 2016: Lucien Roelandt gaat nu tot z'n 100ste rustigaan doen

uit het archiefNu het coronavirus iedereen aan huis bindt, duikt de sportredactie van de PZC in het rijke archief. Mooie verhalen uit het recente verleden komen nogmaals online. Vandaag: Paardensportliefhebber Lucien Roelandt uit Axel. Net 89 geworden en nog steeds actief bij de PZC.

AXEL - Hij fietst z’n rondjes nog, tuft met z’n autootje de hele provincie door langs paardensportwedstrijden en ruziet er zo nu en dan nog lekker op los. Lucien Roelandt is vandaag 85 jaar geworden, maar de jaren zitten meer in zijn lijf dan in zijn hoofd. Zijn levenselixer? ,,Puur geluk.’'

In zijn rijtjeshuis in Axel gaat Lucien er ‘s voor zitten. Hij woont alleen sinds het overlijden twintig jaar geleden van zijn vrouw Fransje. Maar van alle kanten in de kamer wordt hij vanuit fotolijstjes aangekeken door zijn familie. Door zijn vrouw, zoon, zus en kleinzoon. Ze houden hem in stilte gezelschap.

Glaasje water op tafel, appelflapje erbij en Lucien zit op z’n gemak. De appelflap moet geduldig zijn, want Lucien gebruikt zijn mond vooral om te verhalen. In 85 jaar heeft hij immers veel gezien en nooit stilgezeten. ,,Ik heb 85 jaar gezopen, gevreten en gefeest’', zegt hij met een ondeugende grimas. ,,Nu ga ik het vijftien jaar rustiger aan doen.’'

Maar het is toch 85 jaar goed gegaan?

,,Toen ik achttien was, was ik veel ziek. Ik was net een geraamte. Mijn moeder liet de dokter komen, sloeg de dekens open van mijn bed en wijzend naar mij zei ze: ‘Ga je hier nog ‘s wat aan doen of niet?’'’

,,Acht maanden heb ik in het ziekenhuis van Sluiskil gelegen. Ik had een abces tussen mijn ruggenwervel en slokdarm. Ik was als het ware langzaam aan het stikken. Toen heb ik geluk gehad. Het had zomaar klaar kunnen zijn.’'

Anderen in zijn leven hebben niet zo veel geluk gehad. Lucien verloor zijn vrouw Fransje aan kanker na een gevecht van vijftien jaar, samen verloren ze hun zoon toen deze vijf was, Luciens broer zakte in elkaar toen hij nog een afzakkertje in het café nam en tien jaar geleden overleed zijn zus. Vrouw, zus en broer werden alle drie 63 jaar.

Dat is nogal wat om te verwerken.

,,Ik heb het een en ander meegemaakt op mijn levenspad, ja. Maar ik kijk niet te veel achteruit. Wat schiet je daarmee op? Soms word ik daar wel ‘s over veroordeeld. ‘Jij trekt je nergens wat van aan, jij stapt overal zo overheen’. Maar dat betekent niet dat ik nergens om geef. Vaak genoeg denk ik: het zou toch leuk zijn als Fransje hier bij was geweest.’'

Voel je je nooit eenzaam?

,,Nee, zo zit ik niet in elkaar. De vrije dagen rond kerst vind ik wel ‘s rottig. Dan zit ik alleen. Ik kan natuurlijk bij mensen op visite gaan, maar moeten zij die ouwe dan over de vloer hebben?’'

Uit welk nest komt die ouwe?

,,Uit een arbeidersgezin uit Zuiddorpe. Je had toen nog rangen en standen; de burgemeester was de baas, daaronder zaten de boeren en dááronder de arbeiders. Ik denk dat ik aan die tijd heb overgehouden dat ik een beetje opstandig, een beetje rebels ben geworden. Joh, ik ben altijd zo tegen die hiërarchie geweest.’'

Vertel.

,,Ik ben misdienaar geweest. Als er een eredienst was, werden altijd de zoontjes van de boeren of middenstanders gekozen. Dat vond ik al verschrikkelijk oneerlijk. Als moeder overste - Zuiddorpe had toen nog een klooster - met haar gevolg de kerk binnenkwam, stonden wij door kiertjes te gluren. ‘Daar heb je die soepkar met haar kippen’, zei ik. Het zoontje van de wethouder verraadde me. Moest ik bij moeder overste komen voor een reprimande. Ze haalde naar me uit, maar ik bukte net op tijd, waardoor ze haar hand tegen een gietijzeren kapstok sloeg.’'

Die strijd tegen onrechtvaardigheid komt telkens terug. Toen Lucien een gerenommeerde scheidsrechter was in het Zeeuwse voetbal, initieerde hij een staking met zijn Zeeuwse collega’s uit onvrede met de behandeling door de voetbalbond. Sportjournalist Harry Vermeegen schreef zelfs over ‘Razende Roelandt’ in het landelijke voetbaltijdschrift Kick.

,,Ik heb geen dag spijt van die actie, maar ik had het nu misschien wel anders aangepakt. Je wordt rijper hè. Het voetbal heeft me veel gebracht. Ik kon zelf geen poot voetballen. Daarom werd ik op mijn 21e al scheidsrechter. Dat paste ook wel bij mijn rechtvaardigheidsgevoel. Precies op de Dag van de Arbeid ben ik overigens geslaagd voor de cursus.’'

Weet je je eerste wedstrijd nog?

,,Als de dag van gisteren. Ik moest grensrechteren bij de beslissingswedstrijd Vogelwaarde 2-Terneuzen 4. Theo Sturm was grensrechter aan de andere kant, die kreeg een klap op zijn smoel. Door mij werd een doelpunt afgekeurd. Dat was een lekkere binnenkomer. Omkleden in een slaapkamer boven een café, in de rust zat je in een afgekeurde veewagen van de Zeeuws-Vlaamse Tram Maatschappij. Dat was een mooie tijd.’'

Zou je in deze tijd nog scheidsrechter kunnen zijn?

,,Nee, nooit. Je moet tegenwoordig totaal je onafhankelijkheid inleveren. Je kunt fluiten, maar niet meer in de geest van het spel. Op de tribune zitten harlekijnen van de KNVB je te beoordelen, geflipte of geflopte scheidsrechters, en die kijken alleen of je wel een gele kaart geeft als het moet. In mijn tijd kon je tegen de rotzakken op het veld nog wel ‘s zeggen: ‘Als je dat nog ‘s flikt, zal ik je ‘s onder je ballen trappen’. En dat werkte. Maar dat hoef je nu niet meer te proberen.’'

Je hebt jarenlang bij Philips gewerkt op de personeelsafdeling en je zat in de ondernemingsraad. Was je daar ook wel ‘s een razende Roelandt?

,,Als ik onrechtvaardigheid constateerde wel. We hadden bijvoorbeeld een ideeënbus. Twee vrouwen hadden een idee ingebracht om te voorkomen dat het tin telkens tegen de lampen spetterde. Prima idee en ze werden beloond met 2500 gulden. Wat gebeurt er? Hun chef claimde dat hij dat zelf al had bedacht en daarom kregen ze die beloning niet. Dan gaat Lucien op de barricaden, hè. Uiteindelijk wonnen we dat, maar die vrouwen lieten zich wel afschepen met minder geld.’'

Vergis ik me als ik denk dat je uit een PvdA-traditie komt?

,,Ik heb altijd PvdA gestemd, maar de laatste keer niet. Ik kan me niet meer verenigen met het asociale van de partij. Wat er allemaal verkwanseld is wat wij hebben opgebouwd. En ze laten ons nu stikken. Wat voor zorg hebben wij nu nog? Niks meer. Mijn vrouw heeft in de Daniel Den Hoed kliniek gelegen. Ik weet nog hoe het toen was. Ik kon daar gewoon blijven slapen. Weet je wat er nu bij een kennis gebeurt? Zijn vrouw ligt er. Als hij er wil blijven slapen, moet hij 25 euro betalen wat niet vergoed wordt. Maar als hij naar huis gaat met de taxi kost dat 200 euro en dat wordt wél vergoed. Zulke dingen zijn schering en inslag.’'

De appelflap is nog maar half op. Lucien kijkt door het raam naar zijn achtertuin. Het is een beetje kaal. Zijn ‘hofje’ bijhouden is één van de weinige dingen die hij vanwege zijn fysiek op een laag pitje heeft gezet. Twee pilletjes per dag en een spuit vanwege zijn suikerziekte zijn tastbare tekenen van de tijd. En zijn rug zeurt eeuwig, vanwege een hernia. ,,Die hernia was de reden dat ik moest stoppen als scheidsrechter. Ik werd geopereerd, maar de operatie mislukte. Daar moet ik mee leven. Toen ben ik correspondent bij de PZC geworden. Ik heb de gemeenteraden gevolgd in Axel, ik ben over sport gaan schrijven en dik dertig jaar geleden zei Joop van de Berg, toenmalig chef sport: ‘Jij gaat de paardensport doen’. Maar Joop, daar heb ik helemaal geen verstand van. ‘Daarom vraag ik het. Al die betweters, jij bent onafhankelijk’.’'

Je bent erin gedoken, hebt je erin vastgebeten en met je 85 jaar ben je inmiddels één van de oudste freelancers, misschien wel dé oudste, van Nederland.

,,Waarom denk je dat ik het nog steeds doe? Ik blijf er jong bij. Ik wil zo lang mogelijk alles blijven doen wat ik doe. Ik kook zelf, doe mijn boodschappen zelf, ga de hort op. Ik wil zo lang mogelijk op mezelf blijven wonen. Ik zie mezelf niet in een bejaardenhuis zitten. Dan verstar je toch? Ik heb het al in de wachtkamer bij de dokter; die mensen ‘zagen’ zichzelf toch ziek? Dat wil ik niet.’'

Heb je hobby’s?

,,Oorlogsboeken pluis ik uit. Ik heb de Tweede Wereldoorlog zelf meegemaakt. De interesse komt daarvandaan, denk ik. In Zuiddorpe heb ik als klein jochie de Duitsers zien binnenvallen, sluipend met hun geweer achter muurtjes. Ik heb ze een handgranaat in een schuilkelder zien gooien zonder te controleren of er wel iemand in zat. En ik heb in de loop van een revolver gekeken.’'

Wauw...

,,In het grensdorp Overslag zaten onderduikers. Ik ging er wel ‘s met de melkboer mee naartoe om eten te brengen. De bussen hadden een dubbele bodem en daarin smokkelden we het eten. We gingen naar binnen op het onderduikadres, maar dat hadden ze niet verwacht. Eén van de onderduikers schrok zich dood en richtte een revolver op ons.’'

Ook zo’n moment waarop het leven een andere wending had kunnen nemen.

,,Klopt. We waren net bevrijd door de Polen en het was fantastisch weer. Ik zat in de tuin een boekje te lezen en vlak naast me sloeg er iets in op een stoeptegel. Een verdwaalde kogel. Ook toen had het zomaar afgelopen kunnen zijn. Daarom zeg ik: ik heb puur geluk dat ik de 85 heb gehaald.’'