Vicky Kalverboer in Ierland.
Volledig scherm
Vicky Kalverboer in Ierland. © Roeland van Vliet

Uit de krant van 10 december 2016: Een Zeeuwse amazone op weg naar de Formule 1 van de paardensport

uit het archiefNu het coronavirus iedereen aan huis bindt, duikt de sportredactie van de PZC in het rijke archief. Mooie verhalen uit het recente verleden komen nogmaals online. Vandaag: hoe de Middelburgse Vicky Kalverboer een speciale jockeyopleiding volgde in Ierland. ,,Mijn droom? Hier in Ierland blijven en races winnen.”

KILDARE - Nog 200 meter. Nú moet alles eruit! De volbloed waarop Vicky Kalverboer zit, heeft al een hoge snelheid, maar wordt door de Middelburgse aangespoord om nóg een keer aan te zetten. De 18-jarige jockey krijgt onderhand kramp in haar benen, omdat ze in een moeilijke houding zit, maar weet dat ook zij nog even moet volhouden. Ze blijft prachtig in balans en met een kaarsrechte rug boven het temperamentvolle dier ‘zweven’. Ze hanteert een paar keer het zweepje, spoort het ros nog eens aan en... drukt dan op de stopknop.

Meermaals per week zit Kalverboer op de simulator. Om haar houding te perfectioneren en om enigszins het gevoel van een wedstrijd te krijgen. ,,Die houding heb je niet één-twee-drie onder de knie”, vertelt Kalverboer. ,,Je staat als jockey in je beugels en met geen enkel ander lichaamsdeel heb je contact met het paard. Je zit dus niet in het zadel, je hangt er een beetje boven. Toen ik net begon, een paar maanden geleden, kon ik het ongeveer een halve minuut volhouden. Nu zit ik op vierenhalve minuut. Je went eraan, maar het doet nog steeds pijn.”

Formule 1 van de paardensport

De Walcherse volgt in het Ierse Kildare, 50 kilometer ten westen van Dublin, een opleiding tot jockey. De naam van haar school straalt pure snelheid uit: RACE. Dat staat voor Race Academy & Centre of Education. In een periode van 42 weken - zeg maar één schooljaar - wordt Kalverboer klaargestoomd voor een carrière in de Formule 1 van de paardensport. ,,Mijn droom? Hier in Ierland blijven en races winnen.”

De Zeeuwse realiseert zich maar al te goed hoe bijzonder het is dat zij de jockeyopleiding volgt. RACE bestaat inmiddels veertig jaar, maar nooit eerder was er een Nederlandse leerling. Dit schooljaar is ze bovendien de enige buitenlander. ,,Jaarlijks is er plaats voor dertig leerlingen”, zegt ze. ,,Ik denk dat je wel mag spreken van een exclusieve opleiding.”

Hoe komt ze dan op het idee? In Nederland stelt het paardenracen immers niks voor. Duindigt, bij Wassenaar, is de bekendste baan, maar daarbij zitten de jockeys dan meestal op een sulky áchter de paarden. In Ierland zit men juist alleen maar óp de paarden.

,,Ik judode eerst. Tot mijn veertiende”, vertelt Kalverboer. ,,Toen kreeg ik een pony, waarmee ik heel fanatiek werd. Ik reed wedstrijden en werd drie keer Zeeuws kampioen. Dat was twee keer bij het springen en één keer in het eventing, waarbij onder meer over natuurlijke hindernissen gesprongen moet worden. Op vakantie zijn we een paar keer naar paardenraces gaan kijken en zo raakte ik geïnteresseerd. Ik vond die snelheid altijd al mooi, als ik zelf reed.”

Terwijl ze in het eindexamenjaar van het gymnasium zat op het Nehalennia in Middelburg, onderzocht ze de mogelijkheden om jockey te worden. Op internet kwam ze erachter dat er in Europa enkele opleidingen voor waren, in Frankrijk, Engeland en Ierland. ,,Frankrijk viel af, want de taalbarrière zou te groot zijn”, zegt Kalverboer. ,,Toen bleven de andere twee over.”

Ze ging in april naar de open dag in het Engelse Newmarket en werd - na een aantal tests - aangenomen. Vervolgens nam ze ook in Kildare een kijkje en daar kreeg ze een uitnodiging om een week mee te draaien. Uiteindelijk viel haar keuze op de school in Midden-Ierland. ,,Ten eerste omdat ik de sfeer hier prettiger vond”, legt ze uit. ,,Maar nog belangrijker was: het programma is hier heel compleet en je krijgt alle facetten van de race-industrie mee.”

Lange dagen

De ligging van de campus is bovendien ideaal. Slechts een kilometer ervandaan ligt The Curragh, een paardenracebaan die er prachtig bij ligt. Daar traint Kalverboer dagelijks op. ,,Dan rijd ik een stuk of vijf paarden achter elkaar, in weer en wind. Vanochtend was het ook zó mooi. Toen we rond acht uur de stallen uit kwamen, zag hier alles wit. De velden waren nog bevroren. Ik was de lead rider, ik mocht dus voorop. Nou, dan heb je helemaal niks voor je en rijd je zo de natuur in. Dan briest je paard en voel je hoe hard je gaat... Ik denk dat alleen paardenmensen zoiets begrijpen.”

Kalverboer, die net als alle leerlingen een eigen kamer heeft op de campus, maakt lange dagen. Elk dagdeel is volgepland. In de eerste drie maanden deed ze alles intern, maar inmiddels is ze aan haar stage begonnen. Ze werkt nu halve dagen bij een zeer gelauwerde trainer, John Oxx. In de laatste drie maanden gaat ze hele dagen bij hem aan de slag.

,,’s Ochtends zijn we bezig met de paarden. Ze hebben er hier ongeveer veertig staan”, vertelt ze. ,,We mesten de stallen uit, verzorgen de dieren en trainen met ze. In de eerste drie maanden deden we dat vaak in de gallops - iets waar ik geen Nederlands woord voor weet. Het is een ronde oefenbaan van zo’n 200 meter, hier bij school. In het midden stond dan onze trainer, die ons via een oortje vertelde wat we moesten doen en hoe we onze positie op het paard konden verbeteren. ‘Kont omhoog’ of ‘rug recht’, riep-ie dan. In het begin was het wennen aan die temperamentvolle paarden, die altijd maar willen rennen. Dat is toch iets anders dan de pony die ik thuis had. Inmiddels ben ik helemaal aan ze gewend en train ik altijd op de renbaan.”

‘s Middags is er een lesprogramma, met vakken als Engels en wiskunde. En ‘s avonds is er fitness. ,,Op twee avonden is het verplicht, op de andere twee mag je het zelf bepalen. Er zijn er die dan ook echt niet komen, maar ik ga eigenlijk altijd. Je wilt professioneel jockey worden of niet...”

Van vrijdagmiddag tot en met zondagavond is ze vrij. Soms blijft Kalverboer op de campus, andere keren gaat ze met een klasgenote mee naar huis. ,,Om negen uur op zondagavond moeten we er weer zijn.”

Drugstesten

De leerlingen, van wie absolute toewijding wordt verwacht, worden er dan op gecontroleerd of ze in het weekeinde niet te veel de bloemetjes buiten hebben gezet. ,,Er worden steekproeven gehouden met alcohol- en drugstesten. Zo serieus is het, ja. Je hebt hier gewoon een aantal regels waar je je écht aan moet houden. Ik heb al een paar keer moeten blazen, maar op drugs hebben ze mij nog nooit onderzocht.”

Binnen het paardenracen zijn er twee disciplines: national hunt (rijden in een baan met heggen) en flat racing (op een egaal parkoers). Op RACE wordt het allebei aangeboden en Kalverboer heeft in de eerste maanden de basis van beide takken onder de knie gekregen. Ze wil nu verder in het flat racing. ,,Daarin bereik je de hoogste snelheid. Soms ga je met 65 km/u over de baan. Of ik angst heb? Nee, nooit. Ik sta ook nooit stil bij wat er zou kunnen gebeuren. Soms zit ik op een paard en denk ik: het mag wel wat harder... Ik krijg heel veel adrenaline van deze sport.”

Met de 66-jarige John Oxx heeft Vicky Kalverboer het getroffen, vindt ze. Hij is in Ierland - en in andere landen waar het paardenracen een grote sport is - een grote bekendheid. Hij heeft als flat-trainer al veel hoofdprijzen gewonnen. Zijn topjaar was 2009, dankzij een reeks zeges van het paard Sea The Stars.

,,John Oxx heeft in zijn stallen plek voor 130 paarden. Hij staat er bekend om dat hij heel goed voor hen is. Elke ochtend voelt hij aan alle benen of ze warm zijn; zo begaan is hij met de dieren. Hij is er heel goed in om te zien waar de paarden aan toe zijn en wat voor soort races - je hebt verschillende afstanden - bij ze passen. Sommige paarden zijn beter voor wedstrijden van vijf furlong, zeg maar 1000 meter. Andere zijn geschikter voor twee mile, ongeveer 3200 meter.”

Bij Oxx heeft de Zeeuwse verschillende paarden onder haar hoede die tussen anderhalf en tweeënhalf jaar oud zijn. Jonge honden dus. ,,Die gaan al heel hard, maar wij moeten ze nog het echte racen leren.” Bij de gerenommeerde trainer draait het dus meer om de paarden dan om Kalverboer. ,,Ik ben een work rider. Van mij wordt al verwacht dat ik goed op een paard kan zitten. Ik moet die paarden klaarstomen voor het echte werk. Maar ondertussen kijkt John heus naar mij of ik het ook goed doe.”

Mannenwereld

De Zeeuwse amazone weet al wat ze na haar school- en stagejaar wil: bij Oxx blijven. ,,Na dit jaar geeft hij aan: ik bied je wel of geen apprenticeship aan, een baan als leerling-jockey. Hij moet het in me zien én hij moet plek hebben. En áls dat het geval is, mag ik wedstrijden gaan rijden.”

Nu is de racerij wel een echte mannenwereld. Op RACE hangen overal in de gangen foto’s van succesvolle oud-leerlingen. Het zijn allemaal mannen. ,,Er zijn wel vrouwen die het ver schoppen”, laat Kalverboer weten. ,,Maar je zal er hard voor moeten knokken. Ik weet wel hoe dat is. Engels was bijvoorbeeld nooit mijn sterkste vak op school en zie nu: ik zit hier in Ierland en wil er nog langer blijven ook. Je moet lange dagen willen maken en er alles aan willen doen om goed te rijden. Gelukkig heeft John Oxx al laten weten dat hij er niet naar kijkt of je een man of een vrouw bent. Als je maar hard werkt en hart voor de sport hebt.”

55 kilo en er moet nog wat af

In de hoek van de fitnessruimte staat een weegschaal, een voorwerp van grote importantie in de racerij. Hoe lichter de rijders, hoe minder een paard mee hoeft te torsen op weg naar de finish. ,,Misschien wel het moeilijkste van deze opleiding is het gevecht tegen de kilo’s”, zegt Vicky Kalverboer. ,,Iedereen worstelt daarmee.”

De eis om op de jockeyopleiding te komen, was dat ze minder woog dan 57 kilo. Dat is de Middelburgse ook wel; ze is nu zo’n 55 kilo. ,,De flat-jockeys zijn allemaal rond de 50 à 52 kilo. En dat is inclusief het zadel en de kleren die ze aan hebben. Dus dat is best licht, ja. Alleen kleine mensen, zoals ik, hebben dus wat in deze sport te zoeken.”

Bij Kalverboer zal er nog wat van af moeten, weet ze. ,,Toen we hier kwamen, werd er gezegd: maak je je nog geen zorgen over je gewicht. Je moet eerst sterker worden. Dus iedereen is hier ook sterker geworden en gemiddeld twee kilo aangekomen. Spiermassa. Als het voorjaar begint, kunnen we beginnen met lichter worden.”

In de meeste hippische disciplines kunnen ruiters en amazones lang mee. In de racerij niet. ,,De pensioenleeftijd ligt tussen de 31 en de 33 jaar”, vertelt de Zeeuwse.

Dat heeft volgens haar te maken met de blessuregevoeligheid en het constant op gewicht blijven. ,,Op een gegeven moment zijn het afvallen en het leefpatroon niet meer vol te houden.”

  1. BC Vlissingen na één seizoen terug in eerste divisie

    BC Vlissingen na één seizoen terug in eerste divisie

    VLISSINGEN - De basketballers van BC Vlissingen zijn gepromoveerd naar de eerste divisie. Het team van coach Benjamin Steenbeek stond bij het afbreken van de competitie vanwege het coronavirus op de eerste plaats. Omdat er nog vijf wedstrijden te spelen waren, wees de NBB geen kampioenen aan en was er veel onduidelijkheid over de promotie en de degradatie. Door de eerste divisies uit te breiden van twaalf naar veertien teams, kwam er extra ruimte om te promoveren.
  2. ‘Corona? Het lijkt of het hier niet meer speelt’
    PREMIUM

    ‘Corona? Het lijkt of het hier niet meer speelt’

    PHAN RANG-THÁP CHÀM - Davy Scheffers is nog één van de weinige toeristen in Vietnam. De 28-jarige Zierikzeeënaar reisde eind januari naar surfhotspot Phan Rang-Tháp Chàm, waar hij twee maanden dacht te gaan trainen. Nu zit hij er nog steeds. ,,Ik heb onlangs mijn visum maar verlengd tot augustus”, vertelt hij vanuit zijn appartement. ,,Er gaan nog steeds geen vluchten naar Europa. Kans op repatriëring zie ik voorlopig niet.”
  3. Junioren Driedaagse was kantelpunt voor talent Magnus Sheffield
    PREMIUM

    Junioren Driedaagse was kantelpunt voor talent Magnus Sheffield

    ROCHESTER – Het zal je maar gebeuren. Twee keer vallen in de eerste kilometer van een individuele tijdrit. Een nachtmerrie voor elke wielrenner, maar het overkwam de Amerikaan Magnus Sheffield vorig jaar tijdens de SPIE Internationale Junioren Driedaagse. Toch kijkt hij een jaar na dato met weemoed terug op de koers. ,,Ik zou dit jaar terugkomen voor de eindzege, maar het mag helaas niet zo zijn”, aldus de talentvolle junior.